Lifestyle Vlaanderen Podcast

S.2 Ep.11 - Stad, Strand & Strategie: Hoe de Kust Ondernemen Vormt

Lifestyle Vlaanderen Podcast Season 2 Episode 11

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 47:32

Een open gesprek met drie sterke stemmen uit de kustregio: Björn Prasse, burgemeester van Blankenberge, Axe de Voogt van de Voogt Parket, en Ellen Distave van Boutique Lily in Oostende. Over familiebedrijven die evolueren, retail die leeft op ritme van de zee, en steden die balanceren tussen bewoners, toeristen en beleving.


Van authentieke ambacht tot stadsontwikkeling en piekdrukte die soms aan Rock Werchter doet denken. Deze aflevering toont hoe uniek ondernemen en leven aan de kust écht is.

SPEAKER_03

Welkom iedereen bij Burgemeesters Onmasker. Die zijn we weer met een nieuwe aflevering. Dat betekent ook drie nieuwe, sterke profielen. Ik stel ze met heel veel plezier aan jullie voor. We hebben Bjorn Passen, die is natuurlijk de burgemeester van Blankenbergen. We hebben Ax de vocht van de Vocht Parket en ook Ellen van Boutique Lily in Ostenda. Heel goedemiddag, welkom. We gaan vandaag een aantal thema's bespreken, ook een aantal vragen opengooien die jullie natuurlijk op elkaar mogen inpikken en zo, je meningen delen. We beginnen meteen met de eerste, dat is het ondernemerschat. Aks, ik begin bij jou. Dus ik natuurlijk echt in de ondernemerswereld, uiteraard familiebedrijf, zeiden. Vertel eens, wat heeft jou gemotiveerd om in die wereld te stappen?

SPEAKER_02

Het is familiebedrijf. Dus mijn vader is daar iets meer dan 35 jaar mee begonnen. En altijd gezegd van ik ga dat niet doen. Zoals iedere zonde dat waarschijnlijk gezegd over je vader. Dus uiteindelijk heb ik eigenlijk een opleiding gehad in Coxede in hotelschool. Dus ik ben eigenlijk ook van opleiding, wat wel een hele goede basis was om zelfstandig te leren werken en een beetje de andere zaken van zelfstandig zijn te leren.

SPEAKER_03

Jij wilde eigenlijk dan in een restaurant.

SPEAKER_02

Nee, ik was niet de beste student. Mijn ouders zeiden van ga maar op internaat. Zorg maar dat je een beetje structuur kreeg in je doen en laten daarvan.

SPEAKER_03

En wanneer is die klik dan toch gekomen?

SPEAKER_02

Plots toch, in de zomer meegeholpen en eigenlijk blijven werken bij mijn vader. En uiteindelijk had dan echt wel de passie volledig over gekregen.

SPEAKER_03

En botst dat dan niet, als je zo met je papa moet werken?

SPEAKER_02

Dat hoor je het ook vaak. Mijn vader is jammer genoeg, zes jaar leen overleden, maar wat was het voordeel? We zaten niet constant op elkaar. Dus ik zat vier op een werf. Mijn vader zat natuurlijk op de waan.

SPEAKER_03

En zet jij het verder in dezelfde geest als hoe jij het voor ogen had?

SPEAKER_02

Op zich wel, natuurlijk weinig. Twee andere persoon. Maar hetgeen waar wij belang aan hechten, is eigenlijk de echtheid van het product. Dus het is echt houthouden werken. Ook enkel maar met hout houden werken.

SPEAKER_03

Maar je hebt natuurlijk ook een andere generatie. Een jongere, hyper, snellere generatie misschien. Zijn er dingen die jij toch anders aanpakt?

SPEAKER_02

Ik laat mensen meer zelf denken. Er zijn zodanig veel facetten van parketten.

SPEAKER_03

Wat dat altijd even gemakkelijk is.

SPEAKER_02

Dat is niet altijd even gemakkelijk. Maar de mensen weten wel waar ze staan. Er zijn zodan veel dingen die je kan doen als vloerafwerking. Ik sta om de pros en contras van het parket, allezigste pros en contras. En dan probeer ik dat op mensentaal uit te leggen.

SPEAKER_03

In welke regio's ben jij vooral actief tegenwoordig?

SPEAKER_02

Eigenlijk heel België. En tot voor de brexit zelfs frequenter buiten. Maar we zijn niet het grootste bedrijf. Maar we zijn wel bedrijven die laten zijn heel veel belang hechten aan onze producten. Dus we zijn geen massabedrijf. We zijn echt wel een bedrijf die artisanaal ook nog zelf afwerkt. Dus we zijn niet echt een bedrijf van soms wel, die planken aankoopwerken, maar die werken het zelf af. Van branden, van hout tot chemische afwerking, toten. Ja, zetten.

SPEAKER_03

Dat is fijn. Ik denk dat klanten ook wel net dat zoeken. Dat snap ik. Oké, Ellen, wat rook jou eigenlijk als ondernemer aan om een boutique te beginnen?

SPEAKER_01

Het bloedkruid waar het niet gaan kan, zoiets. Ook in de facties. Niet in een kledingzaak, maar wel geboren in ondernemersnest. Over grote ouders en grootouders een bakkerij. En ik ben geboren in een horecazaak. Mijn ouders hadden een restaurant. Dus vanaf mijn zes jaar was ik Medische Vetland pro in. Dus je kruid waar je niet gaat. Voilà, dat is het een beetje. Dus dat ik ooit ging ondernemen, stond wel wat in de sterren geschreven, denk ik. En waarom dan specifiek in boutique, kledinglift? Eigenlijk is een vriendin van mij, de kledingzaak gestart in Mechelen. Ik werkte toen als marketeer. En op een bepaalde dag wilde ik precies toch liever in Oostende werking. Ik werkte toen ook een beetje in het land, zwanger dan met tweeën. En ik vond niet meteen een marketingjob hier in de buurt. En tussen Pot en Pin samen mijn vriendin beslisten om een winkel in Osne te openen, met ontslagen gediend. En een paar maanden later was de winkel open. Zo snel. Voor mij had het eigenlijk ook een heel andere zaak kunnen zijn. Ik zeg soms tegen de mensen, dat ook veranderd kunnen zijn of zo. Maar ondertussen kan ik me niet meer in beeld dat iets anders zou zijn dan wat ik nu doe.

SPEAKER_03

En hoe merk je eigenlijk wat jouw klanten zoeken? Hoe kies jij je collecties?

SPEAKER_01

Ja, dat is in het begin heel moeilijk. Die eerste jaar is wel een beetje trial.

SPEAKER_03

Dat is een beetje met de natte vinger.

SPEAKER_01

En het is echt een natte vinger en een beetje rustisch relid, vooral over de hoeveelheden die moeten aankopen. Want wij bestellen niet zomaar zoals een restaurant bij, wat je die dag hebt verkocht, maar we moeten bijna een jaar soms op voorhand onze aantallen gaan doorgeven. Maar ondertussen kennen we het cliënteel wel echt goed. En wordt het een beetje meer spelen met die collecties, dan dat echt nog heel erg. Onze hersenen kraken minder, we kunnen meer vreugdersprongetjes doen als we tegenkomen, waar we denken dat dat gaat marcheren.

SPEAKER_03

Zeg je jouw cliënten, is dat zo meer de lokale bevolking of is dat ook veel toeristen?

SPEAKER_01

Wij hebben heel veel vaste klanten. Ik denk als zeker 60, 70 procent die bij mij shopt een vaste klant is, maar dat zijn er voor niet allemaal als stenderaars in de buurt, want daar hebben we niet het geluk van in Osten, ook de regime van Blankenbergen, hebben we heel veel tweede verblevers. En die mensen zijn ook echt vaste klanten. Die zorgen meer voor de economie aan de kust. En daarnaast ook al bij dagtoeristen, we hebben het geluk met jullie van wel meestal in de lijstjes te staan. In de flare filing, als ze zeggen wat toppadresjes zijn, dan staan we er meestal wel bij voor ons. En dat werkt.

SPEAKER_03

En merk je dat die retail toch anders is? Waar jullie zitten hier nu aan de kust, zeg dan in het binnenland?

SPEAKER_01

Ja, natuurlijk, omdat mijn vriend ook nog altijd de zaak in Machine heeft, één op één vergelijking, want we hebben bijna dezelfde producten, dezelfde marketing. En daar zit echt een verschil op. En op wat dan specifiek? Ja, de periodes. Wanneer het net kalmer is in Mechelen, denk dan aan de maand juli en bovenloof, dan zit net iedereen hier. Dus ja, die periodes zijn toch nog iets meer in pieken en Daan hier. Maar je hebt dan toch wel minder de pieken en dan vroeger. Want ik ga als kind op de Vissersky, ons restaurant konden we even vier maanden per jaar sluiten eigenlijk. Wat hier zo kalm was vroeger in Ostende in de winter. En die dagen is er wel voorbij. Gelukkig. Nu heb je bijna geen kalme periodes meer gaan.

SPEAKER_03

Je veel te beter. Burgervader, ook voor u natuurlijk een paar vraagjes. Hoe kijkt eigenlijk Blankenbergen naar samenwerking met ondernemers uit de bredere kustregio's?

SPEAKER_00

Je moet daar sowieso voor open staan. Het is zo dat je uiteraard een lokale ondernemersweefsel hebt met de kleinere zelfstanden. En de rand- in de industriezone, dan heb je ook iets wat grotere tewerkstellingsplaatsen. We hebben Zebruggen naast de deur, die een hele grote tewerkstellingspool is. Maar je merkt dat ondernemers langs geen heel de kust ook hun weg zoeken naar buurtgemeente. Als ze een sterk product hebben of als ze een sterk concept hebben, dan durft dat wel eens uitbreiden. We hebben zo'n aantal nieuwe zaken de afgelopen jaren zien toekomen. Die begonnen zijn, ik zeg maar in Cookzide in retail. Of nu heel recent zelfs, een hoeveel boerderij, product die in slagerij begint in blank, maar komen eigenlijk uit de kant van De Haan. Dus je merkt dat er wel mobiliteit is. En als je dan in de ontwikkeling kijkt van je stad, dan werk je sowieso met ondernemers van langs de hele kust. Dat zijn dan promotoren of bouwondernemingen die actief zijn in Oostende of inknokken, waar je mee in gesprek gaat en waar je samen mee nadenkt over de ontwikkeling van je stad.

SPEAKER_03

Zijn er zo economische uitdagingen die jij ziet voor jouw ondernemers in jouw stad?

SPEAKER_00

Een daarvan is wat Elin net aanhaalt. We zien een groot verschil en ik denk dat dat een uitdaging is die voor een stuk al ingevuld is, maar toch nog altijd een uitdaging blijft. Dat is die constante aanhouden. De kust is de kust. Vakantieperiodes en weekends en als het mooi weer is, dan heb je sowieso je volk. En de tweede verblijvers zijn daar al voor een heel groot stuk een oplossing gebleken voor ondernemers, want inderdaad de keuze om dicht te doen, je kon het misschien gedaan hebben bij jullie in de zaak. Maar ik herinner mij als kind in de jaren 80 in de Kerkstraat, de Hoofdstraat van Bankenbergen. En dat was dicht getimmerd in de winter. Dat was letterlijk dicht getimmerd. Men deed een beetje voor Pasen open. En een beetje na september ging het dicht. En heel veel zaken waren geacceerd op die vijf, maximum zes maanden van het hoogseizoen. En nu heb je heel het jaar rond wel een economisch weefsel. Als je weet dat we ongeveer 20.000 inwoners hebben niet meer. En daarnaast heb je nog eens 6.700 tweede verblijven. Dat zijn niet koppen, maar dat zijn entiteiten, die zij door die mensen zelf ingevuld worden, en zij door mensen die die tweede verblijven huren, als vakantieverblijf gedurende een week, een weekend of iets langer. Dan helpt dat uiteraard wel, die ondernemers in onze stad. En we zijn, denk ik, als Bankenbergen net groot genoeg. We hebben die kritische massa om inderdaad andere ondernemers uit andere kustden ook aan te trekken. Je ziet die beweging de afgelopen jaren al gebeuren. Je ziet ook dat grotere merken zich stilletjes aan beginnen te vestigen bij ons. Dus een groei die we doormaken. Maar de uitdaging is er al.

SPEAKER_03

Maar je ziet wel een evolutie.

SPEAKER_00

Je ziet een positieve evolutie, waar dan ook weer uitdagingen bij ontstaan. Want dan is er een druk op het aanbod, wat dan iets doet met de prijzen en dergelijke meer. Ik denk trouwens dat naar economische uitdagingen over heel de kust, zie je ook dat het patrimonium is op heel veel plekken aan vernieuwing toe. We hebben daar bijvoorbeeld rond onze jachthaven de laatste jaren enorm op ingezet, ook die centrumstraten waar ik daar net over heb, maar ook het private patrimonium. En daar moet je net de handen in elkaar slaan met die ondernemers. Want je kunt niet als stad, als soort van planeconomie, een wijk opkopen en die gaan herbouwen. Nee, dat moet je gaan samen doen met die ondernemers, met die ontwikkelaars. En dat is ook een interessante uitdaging, om dat op een manier te doen, waardoor het voor de lokale bevolking en de mensen die Blankenberg al kennen als tweede verblijver, ook allemaal haalbaar, betaalbaar, behapbaar te houden. Een kuststad is iets complexer, denk ik, dan dezelfde grootte van stad in het Hinterland. We hebben net iets meer thema's die spelen, net iets meer uitdagingen, als je wel. Maar het is fijn.

SPEAKER_01

Tweede thema. Ik moet misschien even op inpijken. Dan jij als burgemeester. Maar ik vind Vooral Stende dan ook iets heel complex en uitdagend. Dat je hier zit met langs de ene kant miljoenen appartementen en skyscrapers, die maar blijven gebouwd worden allemaal verkopen als zoete broodjes. Die bouwenontwikkeling, waar ik net over had. Maar langs de andere kant zit je met hele grote uithangen op het vlak van de armoede in onze stad. We hebben een grote uithangervlak van ontzettend veel nationaliteiten, samenleving in één stad. En dan heb je bij ons hier 72.000 inwoners. Maar op drukke dagen zijn er hier 300, 400.000 mensen. Maar dat is er ook werk, al drie. En hier is geen plan met trainen en trams en pendelaars. En op dat moment heel veel politieondersteuning. Je hebt gewoon opeens 300.000 mensen in hun stad. En dan worden mensen boos als je een parkeerplaatsvinden, maar dat zijn eigenlijk op normaal zeven. Dat is onderschak. Maar heel dankbaar dat ze komen ik op een.

SPEAKER_00

Het is een leuke vergelijking dat je maakt met de rokwerter. Mijn hoofdredder, die zegt dat altijd. Als wij ondersteuning vragen met de hulpdiensten, de politie, bijvoorbeeld, aan de Federale, dan is dat met mondjes maat en beperkt wat ze doen. En als je dan ziet wat dat er allemaal moet opdraven als er een rokwerter plaatsvindt, bijvoorbeeld, dan kan dat allemaal. Terwijl wij inderdaad, als strand, als dat vol zit op de zomer, op strand alleen en daar 30.000 man, zit je op piekdagen bij ons aan 80, 90, 100.000, dat is maal 5 van wat je normaal als bevolking hebt. Dus ook dat is een interessante uitdaging. Die combinatie van die hele zware pieken. Dat maakt het boeiend.

SPEAKER_02

Ik kan ook weer inspringen op de bouw van huizen, waar we daar nu over bezig zijn. Ik zit in het parket. Maar dat soms ook moeilijk is voor mensen, privaat dan. Er zijn veel oude pannen. Er zijn veel oude pannen waar liefde moet geven worden aan de pan. Dat soms moeilijk is, en ik merk wel dat de steden daar terug, en zeker, veel toevallig, in Blankenberg aan de Pier, heb je daar het appartementcomplex, waar er beschermde delen waren, met de mensen. Pallet de Contégen. Daar hebben twee of drie appartementen dan. En die vloer, zelfs de parket is daar beschermd. En ik heb dan met iemand van een gebouw van 1927.

SPEAKER_03

Een parket die beschermd is. Dat kan ook al. De vloer die ook beschermd is.

SPEAKER_00

Dat is de eerste hoogboom op onze dek geweest. Dat is een gebouw van ik denk 1927, als ik niet mis ben, dat is een beetje een zandstenen hevel. Dat is knal voor onze Belgium Pier. Dat begrijp ik, ja.

SPEAKER_02

Maar het zijn hele mooie vloeren hoor. Dat is complex geheven. We hebben beschermde tegentablous, vloeren. Het lift zelf, dat is volledig. Maar dat er daar wel een openheid in is. Het is een oud element. Maar als het kapot is, is het kapot. En soms zijn ze daar moeilijker in. Er zijn soms die daar moeilijk in doen, voordat er mogen uithalen, want ja, moet bruikbaar blijven natuurlijk.

SPEAKER_03

Maar herstellingen doe je dan ook.

SPEAKER_02

Herstellingen, ja, dan is dat parket uithalen, bepaalde punten herstellen. En dan zorgen dat er als origineel uitziet. Maar dat is dan wel iets dat in samenspraak met Schelo.

SPEAKER_00

We hebben heel veel geclasseerde gebouwen. Blankenberg heeft een enorme bloei gekend in de Billepock, eend jaar 1800.

SPEAKER_03

Da zien we nu nog de restanten van. Ja, absoluut.

SPEAKER_00

Vandaar dat we veel van die geplaceerde gebouwen hebben, dat is een patrimonium dat we ook nog geen twintig jaar geleden echt bijna weer herwaarderen zijn. En dat zorgt ervoor dat je inderdaad als investeerder vaak, of als gewoon eigenaar, met andere kosten geconfronteerd wordt dan in een gewoon huisje. Dat is een rijkdom van dat te hebben, een stukje rijkdom van het verleden dat we gelukkig nog bewaard hebben. Maar ook dat brengt extra complexiteit en uitdagingen en kosten mee.

SPEAKER_02

Dus dat respect.

SPEAKER_00

Dat is wel interessant.

SPEAKER_03

Tweede thema dat we even gaan vastnemen, is beleving. Alles draait tegenwoordig rond beleving. Ik kijk meteen naar jou, bij interieur draait het zeker om beleving. De sfeer is belangrijk, het gevoel, de uitstraling. Hoe zorg jij er eigenlijk voor dat jouw klanten tevreden zijn met het eind van het staat?

SPEAKER_02

Ik heb dat natuurlijk nooit volledige zelf in de hand. De mooie, grotere projecten is altijd met een architect, en soms zelfs met één of meerdere interieurarchitecten, die dan eigenlijk wel voor het totaal plaatje zorgen. Ik ben natuurlijk wel iemand die een beetje mijn input kan geven, die bijvoorbeeld kan zeggen. Als je dat doet, bijvoorbeeld in een slaapkamer, pas op met de donkere parket. Als je in de slaapkamer doet, heb je al veel meer lichtpunten nodig, heb je al veel meer dingen nodig. Zorg ook dat je niet eigenlijk twee extremen van elkaar leert. Terwijl je zeggen, als je vloer donker is, zodat je murenlicht zit, of onder pas op in je meubels, ook kan er een beetje in te doen. Dat was meer voor de mensen die privé werken, maar altijd echt met architecten enzo. Dat kan dus allemaal kan insturen.

SPEAKER_03

En als je met privé klanten te maken hebt. Hoe belangrijk is dat persoonlijk contact voor adversaire.

SPEAKER_02

Heel belangrijk. Vroeger, als je op buren stond, als ik op buren stond, voeren er veel mensen van: hebben jullie een folder of hebben jullie een ding? Ik zeg: nee, ik heb geen folder, ik ben de folder. Want ik kan het beter brengen dan dat je het kan lezen. Wat wil ik daarmee zeggen? Ik voel aan aan de mensen van kijk, dit product is niks voor jou. Dus ik ga daar ook niet over beginnen.

SPEAKER_03

Maar zij verwachten misschien dat je foto's had van realisatie zijn.

SPEAKER_02

Ja, maar dat is geen probleem. Dat kunnen we altijd doen. Dat heb ik. Dat is zeker geen probleem. Want het is echt meer mensen die dan echt een blaadje meepakken en die dan zien van je hebt het parket van dat, dat, dat. Dat is een prijzelijst bij manier van spreken. So is zo daggegeven. Ik ben daar niet voor waarom, ieder product in parket, is anders. En alles heeft wel een beetje uitleg nodig. Want het is niet gewoon een plank. Dus daarvan vind ik wel belangrijk. Wel een portfolio, maar geen catalooges. Inderdaad.

SPEAKER_03

Dat is het soort. De marketeer je ook niet voor de meester zitten. Je hebt al jong gestudeerd. Het is toch blijven hangen. Het klinkt simpel, maar ook dat moet een hele beleving zijn voor klanten.

SPEAKER_01

Ja, zeker. Hoe pak je dat aan? In de eerste plaats van het team. Je kan het zo mooi maken en zo lekker ruiken en vreselijk uitzien. Als jouw team dat niet ademt wat de beleving moet zijn, dan kom je er niet. Dus daar zetten heel hard op in. B de aanwervingen van vastpersoneel, we hebben uiteraard met heel veel flexies en jobstrenten. We zijn na twee dagen per jaar gesloten, eigenlijk al op kersdag, niet wij als de winkel dicht, anders is die altijd open, dus heb je wel een ploegje nodig. De bedoeling is dat zij iedereen heel welkom doen voelen. En dat je ongeacht, een beetje de briefing die ik elke student geef, die geven, ongeacht of de klanten met een zakje of zonder zakje naar buiten stappen, dat ze eigenlijk het gevoel hebben van een tof moment hebben gehad, van leuke ontdekking te hebben gedaan. Van te denken van hier kom ik nog eens terug. O van te denken, ik ga mijn kleinochter vertellen, dat er hier een plezant winkel is en ik geef de tip door. Dus dat je een warm welkom hebt gehad en dat je een beetje verrast bent geweest.

SPEAKER_03

Welke rol speelt dan een persoonlijke service daarin?

SPEAKER_01

Het meest eenvoudige, maar dat je zeker niet meer overal krijgt, is dat er iemand op je afkomt, gestapt en op een rustige manier zegt van ik ben hier voor jou. Bent welkom. Hier voor de eerste keer, kan ik je een beetje uitleg geven. En voor de rest laten we de mensen niet terug naar rust, geven ze gewoon de ruimte. Maar ze weten dat we er zijn voor elke mogelijke vraag. De ene klant die wil heel veel aandacht en echt service. Maar de klant die daar geen behoefte aan heeft, die gaan we ook niet forceren. En je maakt allerlei momenten mee. Iemand die een outfit zoekt voor een sollicitatie. Iemand die na twee zwangerschappen zichzelf kweet is qua stijl en die heel veel hulp geeft, mensen die komen voor begrafenis en die hulp zoeken. We voelen wel dat je verkoopt kleding. En je kan ook met je kleding, ook al zitten we niet in een luxusegment of zo, kan je toch een belang spelen in mensen hun leven voor bepaalde momenten. En als die dat één keer voor een bepaald moment goed hebben ervaren, dat kun je ze terug voor het volgen.

SPEAKER_03

Hoe bewaakt eigenlijk de stad die balans tussen enerzijds toerisme en het gegeven beleving? En dan nog de vaste bewoners. Wat toch eigenlijk drie verschillende dingen zijn.

SPEAKER_00

Ja, maar toerisme en beleving, denk ik, geen drie verschillende dingen zijn. Zoals je daar net aangaf, beleving is wel iets geworden tegenwoordig. En mensen gaan op zoek naar beleving.

SPEAKER_03

Alles moet beleving zijn.

SPEAKER_00

Dus is dat eigenlijk een van de manieren om dat toerisme levendig te houden.

SPEAKER_03

Je trekt die lijn door in alles.

SPEAKER_00

Ja, we proberen dat wel te doen. Je merkt ook dat die uitbatingen, die ondernemers, die dat ook doen in hun zaak, dat dat de hele grote succesverhalen zijn. Mensen willen niet per se op de meest klassiek traditionele manier naar een bepaalde zaak gaan. Er mag een ook af zijn als het wat bijzonder is. Misschien is dat soms wel extreem dat men elke keer wel op zoek gaat naar iets nieuws en iets anders. Maar die beleving is in Blankenberg denk ik gewoon ook natuurlijk aanwezig. Wij zijn een Vissersdorp die tot Badstad ontwikkeld is, door dat ondernemersweefsel. Binnenkort is er bij ons carnaval, dat is uit de handelskamer in de jaren 50, dus kort na de Tweede Wereldoorlog, echt leven geblazen. In functie van het toerisme, en in functie van de economie. Onze Bloemestoet, die in restant is van de Belpock, waar ik daar net naartoe geweest, dat waren de vermaarde tophoteliers, de gekroonde hoofden van Europa die kwamen naar blanken bij in die periode. Die hebben die Bloemestoet in het leven geroepen om de toeristen te bedanken voor hun komst gedurende het seizoen. Dus dat zijn zo allemaal zaken die heel authentiek zijn aan onze stad, en die altijd een belevingselement in zich gedragen hebben. We proberen daar nu in functie van het verhaal van daarnet om het jaar rond die beleving te creëren, proberen we daar zelfs actief op zoek te gaan naar die momenten waar het daar nog van ontbreekt. En dat doe je ook samen met die ondernemers eigenlijk. Daar denk je ook samen over na.

SPEAKER_03

Jullie hebben zo'n soort van denktank.

SPEAKER_00

We hebben er eigenlijk zelfs twee: we hebben een traditioneel middenstandsraad, die bestaat al jaar en dag. Maar ik heb enkele jaren geleden ook een VC2 Lokaale Economie opgericht, waar ik een aantal grote ondernemers uit onze stad heb ingestoken. En waar wij dan inderdaad, in functie van toerisme en het evenementtiële, ook samen gaan investeren in bepaalde zaken. Dat is denk ik cruciaal als je wilt dat iets werkt, dat het niet helemaal top-down ontstaat, dat het ook bottom-up, dat je luistert wat daar leeft in dat ondernemersweefsel, in dat middenstandsweefsel. Want zij hebben echt letterlijk de vinger aan de polen. Ze voelen elke dag wat er gebeurt in hun restaurant, winkel,zaak, hotel. En dan dat evenwicht met de inwoner. De inwoner is daar ook. Ik zelf ben daar ook mee opgegroeid. Ik heb het nooit anders geweten. En Bankenbaar heeft echt nog heel veel mooie, stille, rustige kantjes ook. Als je op de dijk bent in de zomer, je houdt het niet voor mogelijk, maar ha je 150 meter in een bepaalde richting, dan zit je daar in absolute rust en stilte. Dus dat centrum is druk. En daar is heel veel beleving heel het jaar rond, proberen we daar wel iets te creëren. Na sommige momenten is dat met grote pieken. Maar als inwoner, als je het rustig wil, in de Wonwijken is het ook rustig. We zijn niet in een stad, zoals een groot stad, waar het overal druk is. Het is zo'n beetje een psychologische lijn, onze tramlijn. Als je buiten die tramlijn gaat, dan is dat al een hele wereld van verschil.

SPEAKER_01

Misschien even op inpikken. In ons staan hebben we heel gelijkaardige initiatieven. Zetten we met de vinger aan de pols met een aantal ondernemers, we zitten ook in een aantal verenigingen, waarbij we heel veel input kunnen geven aan toerisme. En er worden altijd maar meer evenementen georganiseerd op de momenten die het kalmst zijn. Nu vrijdag startten we het filmfestival. Dat valt in januari, februari, waar vroeg in september viel. Zoveel handiger nu voor ons. Dat geeft daargens een piek. Volgende week weten we dat de horeca en de hotels en restaurants die goed gaan draaien. Wij gaan wel een aantal rodeloper-outfits verkopen volgende week, dat weten we nu al. En dat is anders een week die heel dood is. En dat is dan toch wel iets wat je als stad en als toeristische dienst wel moet durven, van die periode te kiezen, daarvoor. En ik vind dat wel Chapeau als steden, daar durven voor kiezen om dan initiatieven te gaan rijden.

SPEAKER_00

Heel de winterperiode is iets. Ik geef maar bijvoorbeeld onze kerstmarkt, dat is een concessie die nu een aantal jaar loopt, als een winterdrop geworden. Daardoor is er in december, heel december, iets te beleven in Bank. Maar komen mensen echt uit de best wel bredere regio en ook echt toeristen, die zeggen maar geweldig, die sfeer. De afgelopen jaar, ook jaar na jaar, elke keer een klein beetje meer aan het budget toegevoegd voor die kerstverlichting, voor die bomen. Om ook die beleving weer te gaan verhogen. Dus mensen appreciëren dat. Je ziet dat je die dode momenten op die manier echt omhoog kunt trekken. En waarom doe je dat? Omdat je dat inderdaad ook de afgelopen jaren, begin aan mijn vijfde jaar als burgemeester. Dan hoor je al die dingen en dan moet je die trachten te capteren en dan moet je dat ook trachten iets mee te doen, die dode momenten rond november. Da hebben we in de tijd Halloween uit de grond gestamd, kwam ook uit de liberale zelfstandigen Blanken. Maar er was ook een zelfstandige groepering binnen onze stad, die zei van wij denken dat daar iets in zit. Ondertussen is dat de grootste Halloweenstoet van Vlaanderen. Komen daar meer mensen naartoe kijken dan naar onze carnavalstoet. Op het piekjaar, twee jaar terug, had een dertijd, ducht man die enkel naar de Halloweenstoet komen kijken is. En we trekken dat nu ook door door wandelzoektochten daar aan te koppelen. Dus dat is ook een vakantie dat we, in functie van wat er van onderuit als idee gekomen is. Maar die mensen daar nog altijd dankbaar voor dat ze met dat idee gekomen zijn, dat dat gegroeid is. Dus ja luisteren naar elkaar en leren van elkaar is daar denk ik belangrijk.

SPEAKER_02

We zijn nu niet zeggen: de grootste Halloween. Nee, dat ook niet.

SPEAKER_00

Ik was weer trouwens geweldig. Kinderen vinden dat top. Mijn kleine is, die vindt dat ook geweldig aan toet aan een beetje aan Rizelen. Was jij verked? Ik was zelf niet verkleden. Volgend jaar wel, misschien.

SPEAKER_03

Volgende thema is creativiteit. Want ook dat is weer een woord dat heel veel aan succes heeft geoogst de laatste jaren. Ja, jij natuurlijk ook. Hoe boks jij op tegen de ketens, die ook zogezegd parket verkopen.

SPEAKER_02

Zoals ik dat dus ook aangeven heb, artisanaal. Ik herken mijn product, ik weet hoe mijn product reageert. Tot in het diepste van het woord, zijn reacties op het hout, voornamelijk eigenlijk. Maar wij gaan ook mee in nieuwe dingen voor het branden van het hout. Ik heb het juist al aangehaald. Dat is iets die nu veel gebruikt wordt voor fasades, dingen, maar ook voor vloeren. Heel veel boegevens die terugkomen. Mensen zeggen van ik wil een echt dat blinkende terug. Dat komt toch op wel terug. Ik weet het maar. Ja, zeker, iedere dingen. Dat gebranden is ook iets hoor. Wat ik zeggen, voor ieder wat. Dan heb je bijvoorbeeld mensen die de visraten, die voor het zeggen, we willen een visraad, want het is een moderner concept. Wel, we werken dan bijvoorbeeld in de plaats van met iets in donkerhout als afwerkingsrand, dan voor het met Messing. Messing komt dan terug in de vloer, komt dat terug in het plafond, komt dat terug op alles van de kasten, de armatuurtjes. En dat zijn dan dingen die je dan terugbrengt. Dat zijn details. En dat is een beetje kan niet zijn innovatie, dat zijn dingen die terugkeren van vroeger ook. Het gaan wel iedere keer mee met z'n tijd. De ene keer is dat, de andere keer is dat. Want die brandtechniek is eigenlijk ook wel een hele oude Japanse techniek, die vroeger gebruikt werd. Maar die nu Europees naar gekomen is. Onder het van architecten, meestal. Die zijn van kijk, we gaan iets nieuws doen. Blijven vernieuwen. En alles komt toch altijd terug.

SPEAKER_03

Alles komt altijd terug. En dan in de kleding ook natuurlijk. Hoe kies jij precies het DNA van jouw winkel? Welke merken wel, welke merken niet?

SPEAKER_01

Ja, dat bleef een streed tussen het Engels en het deeltje op de schouder, van wat je zelf graag graag ziet. Natuurlijk moeten de cijfers ook spreken. Dus af en toe moeten we afscheid nemen van de merk. Ook al is het soms mijn eigen persoonlijke favoriet. Als het seizoenseizoen niet genoeg verkoopt, dan moet het eruit.

SPEAKER_03

En binnen de grote collecties, als je naar een show omgaat, dan kies je dan die stuks.

SPEAKER_01

Ja, we leggen eerst altijd een basis. Dat is iets waar ik heel veel in geloof, ook naar de rentabiliteit van mijn bedrijf. En dat er altijd maar meer, dat is echt een trend in de retailwereld, dat je altijd maar meer investeert, eigenlijk in je basiscollectie. Want met trendstuks kom je ver en gaan heel veel mensen leuke dingen zien. Dat is mooi in detalages. En een aantal mensen kopen dat zeker aan vast die trendgevoelig zijn. Maar eigenlijk verkoop je vooral die basisgoede jeans, die tofflazers, de goede tops in de zomer. Dat zijn numaal de stuks die je blijft en blijft verkopen. Dus we leggen eerst een goede basis van zaken die we ook makkelijk kunnen bijbestellen. Dat is wat ik zei. Je moet bijna een jaar op voorhand gaan bestellen.

SPEAKER_03

Moe ik in te schatten, hoeveel je daar moet.

SPEAKER_01

En die basiscollecties kun je vaak op het moment zelf al nog wat bijbestellen. Dus dan kun je je enkel goed blijven aanvullen. En dan die trendstuks, dat blijft wel het leukste om te kiezen. Dat zijn de dingen waar ons hart een sprongetje van maakt. We keken ook wel naar de catwalks van de grotere merken, natuurlijk. En die zijn altijd nog een beetje voor, dus daar kan je wel laten over inspireren. Zo gaan we nu een zomer in met veel mesje, een beetje citroer, een beetje kantbruin, heel veel chocoladebruin, heel plezant. Dus je moet wel die trend in huis hebben, natuurlijk. En de mannen gaan het waarschijnlijk minder graag zien, zoals we een paar die jumpsuits hadden, dat mannen niet altijd even mooi van. Mannen weten niet eens wat een barrel jeans is.

SPEAKER_03

Dat is een beetje zo ontdenker.

SPEAKER_01

Heel onvrouwelijk. Die gaat niet kunnen zien. Er is ook een bol op zet. Dus volle bak. Dit is jullie gewaarschuw.

SPEAKER_03

Heeft Blankenburg eigenlijk als stad zo'n soort van typische merkidentiteit?

SPEAKER_00

Ik denk dat wel. Ik denk dat wij gekend zijn om heel toegankelijk aan volks te zijn, dat er altijd ook iets te beleven valt, zoals gezegd. In het hoogsteizoen is het heel erg druk, maar heel het jaar rond zijn er eigenlijk wel zaken te beleven in onze stad. En iedereen voelt zich heel thuis. Wij proberen niet een bepaalde niche te bespelen, of in de iets wat hogere klasse te trachten.

SPEAKER_03

Schoenmaker blijft bij je lezen.

SPEAKER_00

Ja, vooral. En iedereen is welkom. We zien trouwens ook wat er aan heel de kust gebeurt. Mensen verlopen ook echt van kuststad naar kuststad. In relatie tot je vorige vraag van het evenwicht tussen toerisme en je eigen bevolking, los van de beleving, zie je ook die druk die in andere kuststeden, zonder ze bij naam te noemen, op de huizenmarkt, dat dat teweeg brengt, dat mensen dan automatisch bij ons en andere kustgemeenten waar het wel nog betaalbaar wonen, is, terechtkomen. Dus de markt doet daar zijn werk en égaliseert de zaken dan ook weer. Maar ik denk dat het belangrijkste om te onthouden is dat wij super toegankelijk zijn, ook letterlijk. Je komt met een trein knal in ons centrum toe. De tramstations zijn ook legio in onze stad. Het is compact. Je hebt alles van voorzieningen, we hebben een heel groot aanbod horeca. Top brasserietjes, top restaurants. Kun je elke dag van de week ergens anders gaan eten en zijn dat was geweldig. Het is toegankelijk, volks en altijd iets te beleven. Ik denk dat dat een redelijk helder verhaal is.

SPEAKER_03

Dit thema nu is creativiteit. Hoe creatief gaan jullie om met bijvoorbeeld toeristische communicatie?

SPEAKER_00

De afgelopen jaren, denk ik te mogen zijn, maar de marketeers zullen mij misschien tegenspreken, maar dat we daar wel hebben op ingezet. Je kunt uiteraard, net zoals elk merk, is ook de stad Blankenberg een merk, hebben we een aantal jaar terug in een vorige legislatuur toen eigenlijk het concept en de vormgeving, de huisstijl van Blankenberg bepaald. En hebben we daarop doorgeborduurd om de communicatie op een uniforme manier uit te sturen. Niet die bollige brieven, excuse nog, vormen met het schild van de stad. En een adres en een telefoonnummer en een lettertype van de jaren 50. Dat is allemaal wat gemoderniseerd. Dat was de eerste stap. Echt een huisstijl definiëren. En daarna hebben we dan ook echt geïnvesteerd op een dienstcommunicatie die er voerde niet was. Vroeger hadden wij uiteraard een diensttoerisme. Maar een afzonderlijke dienstcommunicatie, die is er nog maar een dikke vijf, zes, zeven jaar zoiets. Dat is begonnen met één iemand. Ondertussen zitten daar vier mensen op. Communicatie is belangrijk. Sociale media kun je niet op achterwegen blijven, ook als dat. En die creativiteit dat uit zich dan op die communicatiekanalen. Een hele leuke vind ik zelf. We hebben een van onze medewerkers, die ook een muzikant, is een creatieve mens. Maar hij werkt eigenlijk helemaal niet op ons dienst communicatie. Hij werkt op cultuur en evenementen. Dat is toch wel een keer. Maar werkt ook met onze vrijwilligers en zo. Maar het toch geweldig. Wij maken nu de laatste tijd zo'n filmpjes waarin met een gigantische knipoog zich dan zelf in het pak van een Vulujanette, bijvoorbeeld een carnavalsfigur, heest. En waar dan een filmpje op die manier gemaakt wordt, maar ja, hedendaags. Het is een beetje over de top, maar het is echt grappig. Het is niet zo van cringe. Maar heeft dat ook gedaan?

SPEAKER_03

Kriegen we iets mee?

SPEAKER_00

Een klein van 10, maar de havenfeesten doen we dat ook op die manier. En dan betrekken we daar soms ook, ja BV's, die via sociale media dan ook Bankenbergen kennen, bijvoorbeeld Kim van Hensen. Hebben wij ontdekt, kwam dus al heel haar leven naar Blankenberg. Daar hebben we ook iets mee gedaan. Hij zegt van oké, als zij dat zo'n geweldige stad vindt, dan kan ze misschien ook een beetje ambassadrice zijn. En dan geven wij opdrachten aan zo'n mensen. Dus dat is ook op een creatieve manier omgaan met die communicatie en met het merk Blankenbergen. Ook het concept met de VRT dat we uitgewerkt hebben, radio en zomerheid, de combinatie dat je een hele zomer lang in de ether bent, een hele zomer lang op beeld bent. Ook dat is op een creatieve, zachtculturele manier, trachten het oog en het oor te vangen van de potentiële bezoeker.

SPEAKER_03

Lifestyle: weer zo'n woord waar we niet omheen kunnen, dat is ook weer zoiets. Ik stel nu een open vraag, dus eigenlijk geldt het voor alle drie tegelijk. Wat maakt nu zowel het ondernemen als het wonen, als het werken, het leven, zeg maar, nu aan de Belgische kustleden zo aantrekkelijk.

SPEAKER_00

Ik denk dat dat iets is dat je de afgelopen jaren mensen herontdekken. Vroeger was de fameuze Braindrain, dat was niet alleen aan de kust, was voor heel West-Vlaanderen een issue. Aan de kust had je dan nog eens het feit dat je hier geen industrie hebt, je hebt alleen maar de dienstverlenende sector, vooral de tertiaire sector. Dus mensen die een opleiding genoten hadden, die bleven heel vaak in Gent, Leuzen, Brussel, Antwerpen. Alleen zie je nu dat de hele brede waaier van grootstedelijke problematieken. Ervoor zorgt dat de high potentials, ook zoiets hebben, misschien wil ik wel niet mijn kind naar school sturen in zo'n groot stad. Misschien wil ik wel niet elke dag in de file staan. Voor uren die je verliest, gewoon door je te verplaatsen. Misschien wil ik ook wel meer open ruimte rond me. En dat hebben we allemaal hier aan de kust. Er is geweldige levenskwaliteit hier aan de kust, ja rond. En je hebt al die voorbeelden van een school zoeken. Als jij een klein naar school wilt doen bij ons, en dan doe je dat. Hij kiest welke school en hij brengt daar naartoe. En dat is vaak 5, 6, 700 meter van je deur. Dat is niet op een wachtlijst staan, dat is niet gaan kamperen voor een school, elke morgen stressen om iedereen klaar te krijgen en in dan de auto te kruipen om een uur in de file te staan, naar uw werk, ook al eens maar zeven kilometer ver, dat zijn verhalen die dan ook kenbaar. Het zijn allemaal verhalen die ik hoor van vrienden van mij die dan wel blijven plakken zijn, of die ik leren kennen heb tijdens de studies. Dus ik denk dat de voordelen om hier in het rustige, maar zeer mooie West-Vlaanderen, en zeker aan de kust te komen wonen, dat die legio zijn. Het dienstenapparaat is zeer volledig. Heel veel van onze Twevers, die worden Tweede Verblij, en die komen dan finaal ook bij ons wonen. En een van de zaken dat je heel vaak hoort als je bij die mensen komt omdat ze x jaar getrouwd zijn, bijvoorbeeld, is wij hadden geen bakker meer. Wij hadden geen benower meer. Wij vonden geen bankcontact meer zonder dat we een kwartier in een auto moesten zitten. Hoeveel bakkers wil je? Hoeveel benovers wil je? Bankcontacten is even een issue geweest, maar we hebben daar ook de strijd gestreden en die hebben ook begrepen van ja, oké, we hebben dat nodig aan de kust. En die zijn er ook. Het dienstenapparaat is heel breed, maar langs de andere kant is toch heel veel open ruimte nog, heel veel kwalitatieve open ruimte. Toch ook die beleving. Ja, het is een beetje de best of both worlds, als ik mag zeggen.

SPEAKER_02

Ik denk dat dat ook een beetje is. Met corona geweest, mensen moesten van thuis werken, dat dat ook nu gemakkelijker is. Ik woon in Brugger. Aan de Dansevaart. Doordat de mensen nu van thuis kunnen werken of meer van thuis kunnen werken, en dat is niet altijd zo ver de verplaatsingen moeten doen, heb ik ook grapper dat ze zeggen van kijk, we gaan aan de kust gaan wonen. Dat ziet er niet uit. De industrie zit meestal meer naar binnen rond. Wel, inderdaad, als je in een bedrijf werkt waar hij aanwezig moest zijn, is de moeilijker natuurlijk voor te zeggen van kijk, ik ga naar de kust houden. Dus mensen niet aan twee kanten natuurlijk.

SPEAKER_00

Manuele arbeiders hebben hier ook altijd nodig gehad. Die brain drain, high potentials, dat was heel vaak een probleem. Maar heel veel mensen bij ons die dan echt in het bedrijfsleven, of als arbeider terechtkwam, dan had je eigenlijk alleen Zeebruggen. In beperkte mate bruggen. En voor de rest had je dan al heel veel verder. Arbeiders hebben hier ook uiteraard altijd nodig gehad. En anders zou de diensten zetten. Dus die sector zou niet draaien zonder.

SPEAKER_02

Nee, nee, nee.

SPEAKER_01

En bij jou, Elem. Ja, ik voel mij altijd heel verwend aan de kust om hier een leven te kunnen hebben. Er zijn al heel veel punten gepasseerd die daar zeker. Die je herkent. Ja, die ik heel erg herken, die heel erg bijdragen tot dat gevoel. En ik vind het makkelijkste manier om het uit te leggen, als mensen naar hier willen komen voor een tweede verblijf, en hier een vakantie willen doorbrengen, is het zeker dat je hier kan ontspannen, dat je geïnterteind kan worden, dat je leuke dingen kunt doen, lekker kunt gaan eten. Anders komen die mensen naar hier.

SPEAKER_03

En jij woont daar dag in dag uit.

SPEAKER_01

En dat ze ook de rust hier vinden. En we hebben het geluk van hier al het comfort te hebben dat je wilt hebben, van werkelen te hebben, en van nog een keer dat vakantiepakket erbovenop te krijgen. Dus ja, qua levensstijl kan dat wel tellen. En ik zie niet elke dag de zee. Mijn winkel ligt er echt naast, het is heel erg. Je bent het al zo gewoon. Ja, ook. Maar de gedachte dat die daar ligt, gewoon om de hoek, en dat ik er naartoe kan gaan en een wetse uitzicht heb, die gedachte alleen al, is voor mij heel belangrijk. En ik woon ook voor een stukje in Monobiek. Zo wat het tegenover gesteld is, qua drukte en ruimtegevoel. En ik ben pas heel erg tot besef gekomen, als ik in Monobiek zo ben, drie, vier, vijf dagen, hoe ontzettend hard ik de wijsheid mis. Om te kunnen gaan naar een plek waar je gewoon ver kan kijken. En ik denk dat dat een ingrediënt is die we niet mogen onderschatten.

SPEAKER_00

Toen ik in Brussel studeerde de vredagavond, als ik terugkwam met de trein, het eerste wat ik deed, was altijd aan de deek gaan. Altijd. Dat was zelfs dan met de rugzak, maar de was van de hele week. Voel je nou juist de eerste keer naar de zee aan.

SPEAKER_02

De heur en de frisse raadja. Hoe mag er eigenlijk in dat je wilt.

SPEAKER_00

Een week in Brussel en dan weet je hoe fris is.

SPEAKER_02

Zelfs dat je in het bos komt bijvoorbeeld. Heb je dat ook?

SPEAKER_03

Bos of de Bergen, het is gemakkelijk. We hebben het natuurlijk over het grote boek dat op de tafel ligt, het Lifestyle Magazinboek. Tafelbijbel, mag ik het bijna noemen. Jullie hebben er allemaal natuurlijk een link mee. Allemaal meer verbonden. Jullie staan er ook in uiteraard. Wat vinden jullie eigenlijk de grootste voordelen?

SPEAKER_01

Ik vind het een manier om ondernemers ook te gaan verbinden. Nu eigenlijk echt letterlijk. Het verbinden waar we heel graag en veel doen met ondernemers en steden. Maar daar sta je letterlijk gebundeld in één pakket. Weet je dat dat allemaal kwalitatieve zaken zijn staan. Het is ook een heel mooi cadeau om mee te geven aan klanten.

SPEAKER_03

Geef je het aan klanten van de winkel?

SPEAKER_01

Ik verkoop ook wenskaarten van 4 euro. Je krijgt niet cadeau bijna. Die het krijgen, of de klanten die echt heel trouw zijn, maar die appreciëren zo'n cadeau natuurlijk wel heel erg. Want dat leg je inderdaad op je salontafel, of zetten je kast. Dat blijft wel naar boven komen, zo'n boek. Iedereen die zijn momentje heeft, die plaat is er wel in.

SPEAKER_03

En jij geeft het ook aan je klanten?

SPEAKER_02

Ik geef het niet altijd racist. Soms de klanten, soms architecten zijn er ook zeer blij mee, logisch natuurlijk. Als we bijvoorbeeld een evenement hebben, dat we uitgenodigd zijn door een bepaald bedrijf, of wat pakken we dat dan ook wel mee. Er zijn leuke dingen, natuurlijk. Restaurant die er niet meer. Mensen hebben dat altijd graag. De gepaste situaties geven dat aan de mensen ook niet aan de kijken.

SPEAKER_03

Het is een soort van netwerken met het ook.

SPEAKER_00

Ik denk dat het een extra exposure is. Voor die mensen die het in hun niche allemaal zeer goed doen. En het brengt ook de aandacht op zaken uit steden of gemeenten, waar Jorge soms misschien niet zou aan denken, die eigenlijk niet zo verschrikkelijk ver van je verwijderd zijn. Maar ze worden daar allemaal wel in gebundeld. Wat dat denk ik ook wel een meerwaarde is, dat mensen heel vaak de dingen uit hun directe achtertuin. Maar dat er amper 10, 15 kilometer verderop. En zoals gezegd, hier staat het nooit in de file. Zullen we mij nu aan het proberen? Altijd welkom, altijd welkom. Dan is het vaak inderdaad maar een kwartiertje 20 minuten heen om iets nieuws te ontdekken. En zoals gezegd, als je weet dat het daarin staat, dan zit het wel al in een segment die de moeite is om te gaan bezoeken.

SPEAKER_01

Wat er ook leuk aan is, vind ik, we zijn bij mijn zaak ook heel digitaal bezig, zoals iedereen ook wel zegt, we moeten wel hè. Met veel plezier, dat is ook plezant. Maar zo echt nog niet in een knuffel van een boek. Mooi uitgegeven, zo'n dik exemplar op papier. Het doet ook wel nog niet in de heugd.

SPEAKER_00

Daar kan ook eens neus in.

SPEAKER_01

Ja, toch nog altijd een ander gevoel.

SPEAKER_03

Of een wachtruimte, natuurlijk. Om af te sluiten, vind ik altijd een hele leuke de toekomstperspectieven, de plannen. Laat ons gokken binnen vijf à tien jaar, waar sta jij met je parket, bijvoorbeeld?

SPEAKER_02

Ik moet zeggen, momenteel ben ik zeer gelukkig met waar we staan. We zouden kunnen ruine qua personeel en qua omzetten in manier wat we kunnen. Maar ik ben een beetje bang dat ik dan de eigenheid ga verliezen.

SPEAKER_03

En als je nu Luidop mag dromen.

SPEAKER_02

Op zich nog iets meer kunnen verdiepen in bepaalde projecten en houdsoorten, dat ik nog weinig van ken en dat ik daar nog dieper in kan handelen, heb ik natuurlijk tijd nodig.

SPEAKER_03

Moog zijn nog jong.

SPEAKER_02

Dat is waarom toch.

SPEAKER_01

Ja, ik sluit me een beetje aan bij het heel tevreden zijn waar het nu staat. Maar men zelt toch altijd vooruit. Ik wil niet met hier nog een tweede of derde zaak, dat niet. Maar nog beter worden in wat we doen. En ik wil ook graag nog iets meer maatschappelijk relevant zijn. We zijn dat nu op sommige vlakken door bepaalde evenementen of festivals en zo te ondersteunen, door goede doelen te steunen. Voor mezelf, voor mijn eigen voldoening, wil ik daar wel nog wat verder in gaan, wat we terug kunnen geven aan de maatschappij, metgeen dat goed lukt in de zaak. En misschien over vijf à tien jaar mijn kennis delen. Je sprak net over de hotelschool te duinen. Ik mag daar elk jaar in de jury gaan zitten van de zevende jaar, die we een eindexamen doen. En dat is een van de leukste avonden van het jaar. Om die studenten soms ook wel streng te beoordelen, maar om toch wel wat begeleiding mee te geven. Om dan het leven in te stappen als chef. Vind ik heel veel leuk.

SPEAKER_02

Mocht je de kans toe krijgen.

SPEAKER_00

Als ik iemand te kort kan in de juur.

SPEAKER_02

Dat je anders niet tegenkomt. Heb je het ook al gedaan? Dat is inderdaad wel leuk. Ontspannend natuurlijk, al die dingen.

SPEAKER_03

En als burgemeester, wat mag ik u toewensen? Of waar zie je jez binnen tien jaar?

SPEAKER_00

Goh, toewensen. We hebben nu eind vorig jaar ons meerjarenplan afgeklopt. Daar staan een aantal ambities in. Dus ik denk dat de grootste wens is dat we die zo goed mogelijk kunnen vervullen, al die ambities. Een daarvan is ook het patrimonium. Bijvoorbeeld, als u nu hoort, het casino van knokken moet dicht, kunnen geen evenementen meer inhaan. Wij zitten daar ook met een uitdaging waar ik gelukkig al aan begonnen ben. Dus ik hoop daar belangrijke stappen voor uit te kunnen zetten, maar ook op een waar domein is op een paar plaatsen aan een opfrissing nodig. Dus die kwaliteit nog meer gaan verhogen in de stad, dat is absoluut een ambitie. En waar wil ik zelf staan binnen tien jaar. Ik hoop dat ik binnen tien jaar kan terugkijken, dat ik op dat ogenblik nog burgemeester ben en zeggen van oké, team waar we deze ritmee aangevangen zijn, staat er nog. En we hebben dat eigenlijk in de beste collegialiteit en met het algemeen belang van onze Stadverhogen tot een goed eind gebracht. En dan zal ik op dat ogenblik misschien ook al nadenken om de fakkel door te geven aan iemand anders. Ik ben heel vroeg begonnen, ik was 20 toen ik in de gemeenteraad zat, ik ben in augustus vijf jaar burgemeester, dus als ik dat binnen tien jaar achteruit kijk, ben ik dat dan 15 jaar geweest. En ik denk dat elk bedrijf, elke sector, zichzelf moet durven in vraag stellen, weten dat er bepaalde evoluties zijn, dat je misschien op dat ogenblik al zult aan het missen zijn. En dan is het misschien tijd voor iemand anders.

SPEAKER_03

Moet je wel nog tien jaar verder doen. Wie weet. Heel veel succes. Ik wus het jullie allemaal toe. Bedankt om hier te zijn voor het gesprek. Wat u betreft, natuurlijk bedankt om te luisteren en te kijken. En op naar de volgende aflevering. Tot ziens.