Gezond gesproken, dé podcast van Noorderhart
Met deze podcast doorbreken we het stilzwijgen over alles wat met gezondheid te maken heeft. Samen nemen we je mee in de boeiende wereld van medische thema’s - helder uitgelegd door onze artsen van Noorderhart.
Gezond gesproken, dé podcast van Noorderhart
Noorderhart spreekt: Een knobbeltje in de borst... wat nu?
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Een knobbeltje in de borst vereist verder onderzoek. Hoe wordt borstkanker ontdekt? Hoe ga je om met de diagnose? Wat houdt de behandeling in? In december ‘23 werd Noorderhart Mariaziekenhuis een erkende borstkliniek waar een ervaren team samenwerkt voor de beste zorg. Kom meer te weten over onze aanpak.
Welkom bij Noorderhaard spreekt, de podcast waarmee we het stilzweigen doorbreken over alles wat met gezondheid te maken heeft. Noorderracht spreekt is een co-productie van PELTKast, de podcast van de Communicatiedienst van de gemeente Pelh en het Noorderhart Ziekenhuis. Samen duiken we in de wonderwereld van medische onderwerpen, maar dan begrijpelijk voor Jan en allemaal. Verwacht je aan boeiende gesprekken, verrassende weetjes, essentiële inzichten, maar vooral veel praktische informatie die je niet wil missen. Van hart tot hart brengen we de expertise van dokters en specialisten rechtstreeks naar jou. Of je nu een leek bent of een kenner, er valt bij ons altijd iets nieuws te ontdekken. Zet je schrap luister goed, want Noorderhard spreekt, waar zwijgen zilver is en spreken kennis opbouwt. Goedemiddag, welkom bij een nieuwe editie van Beldkast Noorderhard spreekt, waarin we het vandaag gaan hebben over borstkanker. Aan onze tafel zitten drie gynaecologen van Noordhart Ziekenhuis en ook Anne Pauls van de Communicatiedienst. Ik zelf en Valerie Plesers van de Communicatiedienst gemeente Belt. En we gaan het komende uur eens inzoomen op wat borstkanker precies is, wat het betekent voor een patiënt, hoe de behandeling verder verloopt en hoe je er ook in je familie mee omgaat. We zullen alvast beginnen met jullie even voor te stellen. Wie zijn jullie? Hoe zijn jullie in Noorderhaar terecht gekomen? En belangrijker eigenlijk nog, waarom kozen jullie eigenlijk voor het vak in gynaecologie? Ik ben Kaat Verbeken opgeleid in het UZ in Gent, want ik ben een Gentse toe ben ik uiteindelijk in Veld over Veld terecht gekomen. Mijn partner was een Lomelaar. Maar dat was eigenlijk niet het belangrijkste. We hadden hier een associatie waar wachten weekenden verdeeld werden. In Gent kwam je dag en nacht 365 dagen uit je werk naar het ziekenhuis. Waarom ik gekozen heb voor gynaecologie. Gynacoloog zijn is een heel breed, boeiend, gevarieerde job. Je doet bevallingen, je opereert, je doet consultaties. Je bent soms psycholoog als patiënten over problemen praten met hun partner, hun kinderen. Dus het is gewoon een fantastische job. Ik ben nu sinds een paar maanden op pensioen. Maar als jullie me zouden vragen, zou je het opnieuw doen? Onmiddellijk. Zonder twijfel. Zonder twijfel. Ja, een hele duidelijke keuze. Dezelfde vraag even aan dokter Soetkin Thijsen. Ik heb mijn opleiding gedaan via UZ Leuven. Ik ben als gynacolooge afgestudeerd in 2020. Dan heb ik nog twee jaar fellowship gedaan in UZ Leuven voor borstchirurgie. En dan heb ik eigenlijk ook nog het Europees examen gehaald in 2022. En ik ben nu sinds vier jaar werkzaam in PELL en werk als consulente nog in UZ Leuven. Hoe ben ik inderdaad in PELD terecht gekomen? Ik heb zelf stage gedaan in het ziekenhuis van PELD. Wel in een andere afdeling dan gynaecologie. Maar mijn man heeft toevallig ook stage gedaan op gynacologie en was zeer enthousiast over het ziekenhuis en over de associatie. Dus vandaar. En ik ben ook heel tevreden met mijn keuze. Dat is fijn om te horen. We hebben nog een derde gynaecoloog hier in onze podcaststudio, en dat is dokter Leve Schobs. U heeft ook heel bewust voor de studie gynaecologie gekozen. Waarom? Ik ben inderdaad Live Schob. En ik ben ook een van de acht leden van de Associatie Gynacologie in Peld. Momenteel 46 jaar en sinds 2008 werkzaam. Ik heb mijn opleiding gehad in UZ Leuven en heb nadien nog een fellowship in Genk gedaan. En mijn aandachtsgebied is inderdaad ook borstchirurgie, de borstkliniek. En ik opereer ook het vroeg stadium baarmoedertumoren. Ik heb ook gekozen voor gynaecologie omwille van het zeer gevarieerde aspect. Aan de ene kant bevallingen, aan de andere kant slechte nieuwsgesprekken. Dus het is inderdaad een heel scala aan verschillende aspecten van de geneeskunde dat je behandelt. Dus dat was ook een van de punten die ik aantrekkelijk vond aan het beroep. En de combinatie van enerzijds jouw patiënten en de consultaties, en anderzijds het opereren was ook iets wat mij enorm aantrok. Ja, want je haalt daar zelf al aan. Het is natuurlijk een leuke wereld waarin je kinderen op de wereld kunt helpen zetten. Maar het is ook een wereld waarin, zeker als we het over het thema borstkanker hebben, je af en toe met slecht nieuws moet komen. Hoe ga je daar zelf persoonlijk mee om? Ik heb toen ik startte als gynaecoloog in PELT een communicatietraining gevolgd. En dat vond ik heel interessant. En dat was ook een echte ey-opener voor mij. Want daar leer je dan ook omgaan. Enerzijds leert hoe je een slechte nieuwsgesprek moet voeren, maar anderzijds leer je ook omgaan met de emoties van je patiënten. En je leert ook omgaan hoe je dat zelf kan verwerken. En ja, ik heb veel geleerd uit die communicatietraining toen in de tijd. Peldcast Noorderhart spreekt. Ik ben Anne Pawels en ik werk op de communicatieafdeling van Noorderhart. En een van mijn vele taken is het organiseren van de lezingen Noorderhart spreekt en PELT. Samen met de gemeente PELT. Een hele fijne samenwerking. En natuurlijk ook deze podcasts faciliteren. Want degene die de andere edities gehoord hebben, zullen mij ook al vragen hebben horen stellen. Dus ik ga vanmiddag samen met Valerie jullie niet op de rooster leggen, maar toch een aantal vragen voorschotelen, waardoor mensen weer een beter beeld krijgen van wat borstkanker is en wat er allemaal bij komt te kijken. Laten we beginnen met een beetje het wereldbeeld rond. We weten dat borstkanker de meest voorkomende kanker is bij vrouwen wereldwijd. Kunnen we daar een percentage op plakken of kunnen we zeggen hoeveel personen elk jaar deze diagnose krijgen in België. Het klopt inderdaad dat borstkanker wereldwijd de meest voorkomende kanker is bij vrouwen. En dat betreft ongeveer 25% van alle kankers. Lonkanker en darmkanker staan eigenlijk op de tweede en derde plek. Als we naar mannen en vrouwen samen gaan kijken, is borstkanker de tweede meest voorkomende kanker. En dat is ongeveer 12% van alle diagnoses. Wereldwijd, in 2022, werden er volgens het WAO, de World Health Organization, ongeveer 2,3 miljoen mensen met borstkanker gediagnosticeerd. In België zelf komt dit ongeveer neer op 10.000 vrouwen per jaar. Dat is een behoorlijk hoog cijfer. U had het over mannen en vrouwen. Is er een verschil in borstkanker bij mannen en bij vrouwen? Ja, er zijn veel verschillen in die zin dat als we gaan kijken naar de leeftijd waarop borstkanker gediagnosticeerd wordt bij mannen, dan is het vaak toch een vijf tot tien jaar later dan bij vrouwen. Plus bij mannen wordt het ook vaker in een later stadium vastgesteld, omdat er eigenlijk veel minder aandacht aan gegeven wordt. Plus, als we naar het type borstkanker gaan kijken, zit daar ook eigenlijk verschillen. Dus er zijn zeker verschillen tussen mannen en vrouwen als we bekijken, inderdaad. En ook op genetisch vlak. Ongeveer 15% van de mannelijke patiënten met 15% met mannen met borstkanker, is eigenlijk een soort van gen, wat verantwoordelijk is voor de borstkanker. Bij vrouwen ligt dat een stuk lager, en ligt dat ongeveer rond de 5%. Dus er zijn wel degelijk verschillen, inderdaad. Als we het hebben over het genetisch onderzoek, dus borstkanker, dat echt in de familie zit. Bijvoorbeeld een gezin met een moeder die borstkanker had, vier dochters die het gen hebben, en die hebben bijvoorbeeld een broer, is die zijn kans dan ook even groot om slachtoffer te worden, het is inderdaad zo dat als er een bepaald gen in de familie is, dat het ongeacht of het nu een man of een vrouw is, dat het inderdaad 50% kans is dat dat gen over is. Maar het is wel zo dat afhankelijk van het gen. Ja, een verschil is qua percentage, dat er borstkanker kan voorkomen, of nu een man of een vrouw is, maar die man op zijn beurt gen weer aan de volgende generatie doorgeven, natuurlijk. Het wordt in het Westen het meest geconstateerd, heeft dat te maken met een betere medische ontwikkeling of zijn er andere factoren die meespelen? Het is inderdaad zo dat in de westerse landen natuurlijk een betere toegang tot de gezondheidszorg, met ook een betere screening. Plus wij registreren onze data ook beter dan in sommige andere landen. Maar in kader van een hogere socio-economische status, dus meer alcoholinname, meer overgewicht en zo, weten we dat die incidentie inderdaad ook hoger is. Veldcast Noorderhart spreekt. Als je dus weet dat je door de inname van veel alcohol een groter risico loopt op borstkanker, dan kan ik me voorstellen dat er nog wel wat andere risicofactoren zijn die invloed hebben op het al dan niet krijgen van borstkanker. Hoe kan ik zelf invloed hebben in mijn dagelijks leven op het feit of ik al dan niet borstkanker ga krijgen? Ga ik bijvoorbeeld als ik elke week een pakje friet eet of een pintje drink, of een wijntje drink, of veel pizza's eten, is dat dan bevorderlijk voor de groei van borstkanker? Meestal zeg ik tegen de patiënten alles met mate. Het is zeker geen probleem om één keer per week een pakje friet te eten. Maar het komt er wel op neer als we puur over alcoholinname gaan kijken. We weten dat per glas er gedronken wordt, in principe een iets hoger risico is om borstkanker te ontwikkelen. Dus het algemene advies is om niet dagelijks te drinken. Als iemand toch graag een glaasje wijn heeft of een pintje bier, om het te beperken tot eigenlijk één glas per dag. Wat het eten verder betreft, zijn we meestal inderdaad gevarieerd te eten, zo dat overgewicht en obesitas inderdaad ook een belangrijke factor is. Zeker na de menophauze kan dat effect hebben ook op de vrouwelijke hormonen die nog geproduceerd worden, en op die manier ook gelinkt zijn aan de borstkanker. Dus het advies inderdaad om het gewicht, om een goed gewicht te behouden. En eten kan daar inderdaad een deel invloed op hebben. Want ook bewegen, veronderstel ik. Want eten is één deel, en bewegen zal ongetwijfeld een andere belangrijke factor. Klopt. Dus het is inderdaad zo: de Amerikaanse richtlijnen adviseren om tweeënhalf uur tot vijf uur per week matige fysieke activiteiten doen. Dus dat komt eigenlijk neer op wandelen bijvoorbeeld. Of wel één tot twee uur per week intensieve fysieke activiteiten doen, zoals joggen, tennis of zwemmen. En dat zou het risico op borstkanker al een deel verminderen. Wat eigenlijk betekent de World Cancer Research Fund die zegt dat 40% van de postmenopausale borstkankers zou voorkomen kunnen worden door verminderde alcoholinname, meer fysieke activiteit en minder obesitas. Maar fysieke activiteit is daar inderdaad ook een belangrijk deel van. Dat klopt. Het klinkt allemaal heel simpel. Je moet denken van een beetje bewegen en een beetje letten op je eten, zouden al voldoende moeten zijn, maar daar zijn we nog niet op dit ogenblik, denk ik. Er zijn inderdaad ook mensen die gezond leven, mager zijn, bewegen, geen alcohol drinken en toch ook borstkanker krijgen. En dat heeft dan met die genetische component te maken van het deel. Er zijn heel veel factoren die de meeste borstkankers worden door meerdere factoren veroorzaakt. Dit ging nu voornamelijk over de factoren waar we mogelijks invloed op zouden kunnen hebben. Maar er zijn natuurlijk ook vele factoren waar we geen invloed op kunnen hebben. Dus we weten ook patiënten die bijvoorbeeld veel glierweefsel hebben na de menopauze, dat dat ook een hoger risico geeft om borstkanker te ontwikkelen. Maar dat zijn factoren waar we zelf helaas geen invloed op hebben. En inderdaad, het erfelijke is daar ook een factor van. Dat komt op zich maar bij 5% van de patiënten voor, maar dat zijn inderdaad factoren waar we zelf helaas geen invloed op hebben. Dus ja, er zijn inderdaad heel wat risicofactoren door in ons leven die een rol kunnen spelen. Sommigen hebben wel wat impact op, sommigen ook helemaal niet. Je hoort ook wel eens andere zaken die een invloed zouden kunnen hebben, zoals bijvoorbeeld straling van een microgolf of gsm's en dergelijke. Zijn dat eigenlijk zaken die borstkanker kunnen tragen? Daar zijn veel studies over gebeurd, maar dat is eigenlijk microgolfovens en dat zijn niet ioniserende stralingen of elektromagnetische golven. Dat zijn geen zaken die aangetoond zijn dat een hoger risico geeft op borstkanker. Maar het is wel een feit dat de toename van vervuiling van pesticiden in onze voeding een invloed hebben. Toen ik 35 jaar geleden begon, was het risico op het krijgen van borstkanker 1 op 12, terwijl dit nu één op acht vrouwen is. Dat zijn toch cijfers om eens over na te denken. We hadden het daar straks al even over het genetische aspect. Je hoort dus dat borstkanker wel eens in de familie kan zitten. Hoe kan dat? Als uw moeder of uw oma ooit borstkanker hebben gehad, heeft het dan zin om je al jong te laten onderzoeken daarvoor? Het hangt er natuurlijk vanaf bij wie het voorkomt, op welke leeftijd het voorkomt. Maar het is inderdaad zo dat zodra er iemand in de familie voorkomt, normaal gezien is de standaardscreening vanaf 50 jaar, dat we inderdaad gaan zeggen om zeker vanaf 40 jaar, iedere twee jaar de screeningen te doen. Om dat meer per persoon te gaan bekijken, vaak vullen wij een soort van calculator in, meestal bij ons de IBIS-calculator. En daar kunnen we eigenlijk al heel veel risicofactoren en ook de familiale voorgeschiedenissen ingeven. En dat geeft dan eigenlijk een soort van percentage, wat het levensrisico is om borstkanker te ontwikkelen. En afhankelijk van dat risico gaan we een soort van specifiek opvolgschema voorstellen. En dat is dus echt van persoon tot persoon afhankelijk. En op basis van dat percentage kan er dan soms ook gekeken worden in de familiale voorgines. Oom te kijken of er dan toch geen indicatie is om genetisch te testen of zo. Heeft het aantal kinderen dat je hebt gekregen een invloed? Of kan bepaalde medicatie die je hebt genomen een invloed hebben? Ik had daar straks al gezegd dat er heel veel factoren invloed kunnen hebben, dat de meeste borstkankers multifactorieel zijn. Het is inderdaad zo dat meerdere zwangerschappen het risico op borstkanker licht zouden kunnen verlagen. Maar wordt er ook gezegd dat de leeftijd waarop de eerste zwangerschap plaatsvindt, dat soms ook een klein verschil kan maken. Maar dat zijn allemaal natuurlijk kleine percentages, dat klopt. Wat medicatie betreft, het meeste wat gekend is, is natuurlijk de hormoonsubstitietherapie. Dat is iets wat we inderdaad toch frequent voorschrijven als patiënten veel klachten van een menopause hebben, en waarvan tegenwoordig veel gesproken wordt. Tegenwoordig is het advies wat hormoonsubstitietherapie betreft, om dat eigenlijk minder dan vijf jaar te geven, als dat natuurlijk haalbaar is afhankelijk van de klachten. We weten dat het risico op borstkanker eigenlijk licht stijgt als het langer dan vijf jaar wordt gegeven, en voornamelijk als de combinatie tussen het oestrogeen progesteron gemaakt wordt, iets meer dan we alleen het vrouwelijke hormoon moeten geven. Wat dan met vrouwen die tientallen jaren de pil genomen hebben. Daar zijn ook heel veel studies over gebeurd. Het is zo dat op het moment dat de pil ingenomen wordt, zijn ook allemaal kleine risico's natuurlijk. Dat er inderdaad mogelijk een iets hoger risico is, maar dat eigenlijk na een paar jaar stop van de pil, dat dat risico wel teruggenormaliseert. Weldkast Noorderhart spreekt. De wetenschap gaat er ook wel elk jaar een beetje op vooruit, denk ik. De preventie is ook in ons land gelukkig heel goed geregeld. Ik denk dat het vanaf de 50e verjaardag is dat elke vrouw een brief thuis krijgt met de vraag om een mammografie te laten doen. Heeft het zin dat ik dat doe als er bijvoorbeeld in mijn familie geen aanleg is voor borstkanker? Ja, wij raden sowieso aan. Wat we eigenlijk al gezegd hebben, is dat het maar een klein percentage eigenlijk erfelijk is. Er komt bij 15% dat er een familiaal voorkomen. Maar ook bij patiënten bij wie er geen familiale belasting is, kan er alsnog borstkanker ontstaan. Want inderdaad, één op acht vrouwen krijgt borstkanker. En bij de meerderheid is het dus geen familiaal voorkomen. Het advies is om sowieso vanaf 50 jaar die screeningen te doen en dan zeker iedere twee jaar. Dat is dan voor wat betreft het echte stukje medische beeldvorming. Mammografie op zich niet zo'n hele leuke ervaring, maar toch wel heel erg nodig begrijp ik, zijn er zaken die ik tussenin ook thuis kan doen om te zorgen dat ik mezelf goed opvolg? En hoe doe ik dat dan? Naast de tweejaarlijkse mammografie, die vanaf 50 jaar wordt aangeraden, kan u thuis ook zelfonderzoek doen. We raden aan om zelfonderzoek te doen vanaf 30 jaar, om ook zo'n goed beeld te krijgen over je eigen borsten. En dat zelfonderzoek raden we aan om dat ongeveer één keer per maand uit te voeren. En dan ga je ook je borsten leren kennen en dan ga je ook sneller voelen of merken als er iets verandert. En is dat dan belangrijk om dat op een bepaald moment in je cyclus te doen, net voor na de menstruatie of maakt dat op zich niet zoveel uit? Het is inderdaad belangrijk om best je zelfonderzoek in te plannen na de menstruatie. Omdat net voor de menstruatie en tijdens de menstruatie hebben heel veel vrouwen veel klierweefsel. Is het klierweefsel denser, is het meer aanwezig en is het ook moeilijker om het zelfonderzoek te verrichten. Ja, dat is een hele goede tip, denk ik. Is er een bepaalde manier waarop ik dat best doe? Als we het thuis voelen, dan zijn er eigenlijk twee manieren. Enerzijds kan je in je bed gaan liggen en met je arm met één arm naar achter en met de andere hand met de vlakke hand voelen. En ook zeker de okselregio niet vergeten. Of je kan in de douche voelen. Heel veel mensen gaan tijdens het wassen in de douche ook de tijd nemen om even een zelfonderzoek te doen. En ook dan is het belangrijk om met vlakke hand te voelen. Dus ja, zo'n tumor kan eigenlijk niet alleen in de borst zelf zitten, maar ook ietsje daarbuiten richting de oksel. Of hoe moet ik dat dan begrijpen? Als we het borstonderzoek doen of het zelfonderzoek doen, dan is het inderdaad belangrijk van naast de borst ook zeker goed de tepel in de gaten te houden en mee te onderzoeken. En ook de zone richting oksel mee te onderzoeken. Want heel vaak presenteren borsttumoren zich jammer genoeg ook met vergrote lymfeklieren in de oksel. En soms zijn dat zelfs de eerste symptomen of de eerste dingen die mensen opmerken als ze een borsttumor ontwikkelen. Ja, en dan spreken we dan echt over een knobbeltje, een harder knobbeltje, of is dat ook iets anders wat je zou kunnen voelen? Want wij zijn natuurlijk niet geoefend in hoe dat dan moet voelen. Hoe moet ik me dat voorstellen? Dus je moet kijken naar de symmetrie van de borsten. Als je opeens een asymmetrie merkt in een van beide borsten, dan is dat zeker een aandachtspunt. Je kan inderdaad een harder aanvoelend knobbeltje voelen dat onregelmatig afgeleid is en dat ook iets minder mobiel is. Een kisten bijvoorbeeld. Kisten is heel vaak goed aardig, dat voelt meestal gladwandig aan en dat is vaak ook iets mobieler. En je kan ook sommige tumoren gaan zich ook presenteren door een huidverkleuring, als je een roodheid van de borst aan één kant ontwikkelt, die ook niet voorbij gaat, Na bijvoorbeeld antibiotica therapie, die vaak door de huisarts wordt opgestart, dan is dat ook zeker een aandachtspunt. Ook de verdieking van de huid, de zogenaamde Podorange of appelzienhuid, is ook een belangrijk aandachtspunt en kan soms ook wijzen op iets tumoraal. En sommige borsttumoren presenteren zich ook door kleine bolletjes te ontwikkelen in de huid zelf. Dus als er daar iets verandert, is dat ook zeker iets om door de huisarts te laten bekijken. Dus we onthouden in ieder geval niet alleen voelen, maar ook heel goed kijken. Kijken en voelen, inderdaad. Beldkast Noorderhart spreekt. Stel, ik voel iets wat mij ongerust maakt. Wat doe ik dan best? Maak ik dan meteen een afspraak bij de gynaecologen van het ziekenhuis. Meestal gaan patiënten de goede stap zetten en eerst een afspraak maken bij de huisarts. En de huisarts gaat dan zo nodig doorverwijzen naar het ziekenhuis voor aanvullende beeldvorming en voor eventueel een afspraak bij een van ons. Stel, de huisarts zegt ik maak mij niet ongerust, maar je maakt je als patiënt wel ongerust, kan je dan rechtstreeks bij jullie terecht? Ja, dan kan je zeker ook rechtstreeks een afspraak maken, dat kan zeker. Als je in het traject terechtkomt van er is iets wat de arts zorg gebaart, dan sta je voor een aantal onderzoeken. Wat moet er dan allemaal gebeuren? Als de diagnose borstkanker gesteld wordt, zijn er een aantal onderzoeken die we eigenlijk altijd uitvoeren. Dat is een mammografie, ecografie, een bloedname met een tumormarker en een biopsie. Dus we gaan eigenlijk altijd een biopsie doen om te weten welk type tumor het is en welke kenmerken die tumor heeft. Daarnaast zijn er ook een aantal onderzoeken die niet bij iedereen gebeuren. Bijvoorbeeld de NMR van de borsten, NMR of MRI van de borsten, die gebeurt bij jonge patiënten. Die gebeurt ook bij mensen met heel veel klierweefsel. Die gebeurt ook bij patiënten wanneer er een tumor achter de tepel zit, om die tepelregio beter in beeld te brengen. En als het grote tumoren zijn, gaan we ook altijd kijken of er geen betrokkenheid is van de huid of van de achterliggende borstspier. En ook bij klieraantasting gaan we vaak een NMR verrichten. Naast de NMR gaan er ook onderzoeken plaatsvinden om te kijken of er uitzaaiingen op afstand zijn. Die onderzoeken worden ook standaard uitgevoerd bij grotere borsttumoren. En zeker als er aantasting is van de lymfeklieren in de oksel, dan gaan we zeker beeldvorming uitvoeren om te kijken of er uitzaaiingen zijn, onder andere in het bot, of in de lever of in de longen. Dat gebeurt dan op basis van een botscan, een CT-scan van de thorax en de buikholte. En ook een PETscan als er inderdaad bewezen vergrote lymfeklieren zijn in de oksel. En als we het vermoeden hebben van aantassing van die lfekler in de oksel, dan is het ook heel belangrijk dat we daar een fnak van uitvoeren. Dat is een biopsie die we doen van die lfeklier om ook dat vermoeden van die aangetaste lymfeklier om te bevestigen, microscopisch gezien. Er is niet alleen het fysieke aspect, het medische aspect, maar ook psychologisch. Het is een bom die valt wanneer je deze diagnose krijgt. Hoe groen gaan jullie daarmee om? Voorzien jullie daarvoor begeleiding voor de patiënten? Al onze patiënten in het traject van de borstkliniek worden ook begeleid door de oncocoach. Dat zijn eigenlijk oncologische verpleegkundigen die een speciale opleiding gehad hebben voor de begeleiding van deze patiënten. Zij begeleiden de patiënten tijdens de diagnose, maar ook tijdens het traject van de chemotherapie en de bestraling. Naast de oncocoach gaat elke patiënt ook een gesprek met de psycholoog krijgen. En dan is het natuurlijk aan de patiënt zelf om te beslissen of zij dat traject bij de psycholoog wensen verder te zetten of niet. Sommige patiënten hebben daar heel erg nood aan. En andere patiënten hebben geen nood aan een bijkomende psycholoog in hun traject. Maar ze krijgen sowieso één gesprek bij de psycholoog standaard op het moment dat de diagnose gesteld wordt. Die psycholoog kan trouwens ook heel erg helpen in het gesprek naar de kinderen toe, bijvoorbeeld. Of soms zijn er ook partners die nood hebben aan een gesprek met de psycholoog en dat wordt ook aangeboden. Belkast noorder hart spreekt. De diagnose is een feit. De behandeling gaat van start. Gaat er altijd voor een operatie gekozen worden, of wordt er gekozen voor een borstparende operatie, een borstverwijdering. Geen operatie misschien. Hoe gaat dat dan? Als de diagnose gesteld wordt, dan wordt de patiënt altijd multidisciplinair besproken op de MOK. We hebben elke week een overlegmoment waarbij zowel de oncoloog, de radiotherapeut als wij, ook de onkelcoach, de anatoompatholoog en de radiologen en de dokter van nucleaire zijn daarbij aanwezig. En dan wordt de casus voorgesteld. En dan gaan we kijken of die patiënt in aanmerking komt voor primaire heel kunde. En dat kan dus eerst er een beslissing genomen worden of er eerst primaire heel kunde plaatsvinden of dat er toch een voorbehandeling nodig is met chemotherapie of hormonale therapie. En dat hangt van het type tumor af. Dus bepaalde type tumoren, zoals de niet-hormoongevoelige tumoren en de herseptinegevoelige tumoren, dat zijn twee specifieke types van borstum. Die gaan meestal vooraf behandeld worden met chemotherapie. En dan gaat de operatie eigenlijk in een tweede tijd gebeuren. Ook als er zeer grote tumoren zijn met heel veel klieraantasting bijvoorbeeld. Dan gaat er vaak eerst geopteerd worden om die tumoren te behandelen met chemotherapie of hormonale therapie in bepaalde omstandigheden als de patiënten geen chemo kunnen of mogen krijgen. En dan gaat inderdaad de keuze gesteld worden tussen een borstparende operatie of een volledige borstverwijdering. En dat gebeurt op basis van de grootte van de tumor. Enerzijds sommige tumoren komen ook op meerdere plaatsen in dezelfde borst voor. Als het een multifocale tumor is, gaat er niet meer gekozen voor een borstparende operatie, maar gaat de borst onmiddellijk volledig verwijderd worden. Naast de grootte van de tumor gaan we ook altijd kijken of er inderdaad huid- of spieraantasting is, en dat gaat ook mee bepalen welk type operatie plaatsvinden. Bestralingen worden die ook altijd voorzien? Bestralingen vinden standaard plaats bij de mensen die een borstparende operatie krijgen voor lokale controle. Maar mensen met een volledige borstverwijdering gaan soms ook een bestraling krijgen als het een grote tumor is die vastgesteld wordt, dan moet de thorax soms achteraf mee bestraald worden. Of als er inderdaad klieraantasting is, dan gaan de klierstreken ook vaak mee bestraald moeten worden. Dus er is niet altijd nood aan bestraling, maar bij borsparende ingrepen wel. En bij bepaalde grotere tumoren met uitgebreide klieraantasting die al met een volledige borstverwijdering behandeld zijn, gaan we soms ook moeten nabestralen. Dus eigenlijk heeft iedereen echt een behandeling volledig op maat bepaald en door meerdere partijen bepaald, wat wel geruststelend is, denk ik. Er zit ook een plastischchirurg in jullie team. Het lijkt mij voor de hand liggend te zijn, is die al van bij het begin betrokken bij het behandeltraject? In sommige gevallen gaan we inderdaad de patiënt al bij diagnose doorsturen naar de plastischchirurg. Want de laatste jaren maken we ook regelmatig gebruik van een plasma of tissue expander. Dat is eigenlijk een voorlopige prothese die we plaatsen bij patiënten die een volledige borstverwijdering moeten krijgen. Mensen die daarvoor in aanmerking komen en die daar inderdaad interesse voor hebben, die gaan we bij diagnose al een afspraak geven bij de plastaschirurg om te kijken of ze inderdaad deze voorlopige prothese al wensen te plaatsen. Het voordeel van zo'n traject is dat eigenlijk bij de eerste operatie al een klein stukje van de reconstructie worden uitgevoerd, want we gaan dan meer huidsparend kunnen werken, waardoor we het esthetische resultaat achteraf is dan vaak ook mooier. En dat zijn dan de patiënten die inderdaad al op voorhand bij de eerste diagnose naar de plastischchirurg gaan. Sommige mensen wensen geen voorlopige prothese te plaatsen, weten ook nog niet of ze nadien wel überhaupt een reconstructie wensen. En die patiënten gaan uiteraard na hun traject pas naar de plastuschirurg. Naast de patiënten die een volledige borstverwijdering krijgen, worden soms ook patiënten na een borstparende chirurgie doorverwezen naar de plastuschirurg, als ze bijvoorbeeld na de bestraling een felle intrekking van hun litteken hebben of als er een heel groot verschil is qua borstvolume tussen de ene en de andere borst, dan kan er inderdaad een consultatie bij de plastuschirurg plaatsvinden om dat te bekijken. Het is ook zo dat als u de diagnose van borstkanker krijgt, is zo'n impact. Mensen kunnen dikwijls niet op dat moment al helemaal beslissen van ja, ik wil een reconstructie of niet, als je na een paar jaar zegt ik wil toch een reconstructie, kan dat natuurlijk ook. Het is niet omdat die expander niet geplaatst is, dat dat niet meer kan. Dus dat is ook wel belangrijk om te weten. Beldcast Noorderhart spreekt. We gaan eens kijken naar de borstkliniek. Want de structuur die achter dit alles zit, het team, het centrum dat instaat voor de behandeling en de diagnose van de patiënten, is sinds het eind 2023 een erkende, coördinerende borstkliniek, zoals dat heet. Wat doet een borskliniek, wat een normale kliniek niet doet. Wat gebeurt in een erkende borskliniek is eigenlijk een proces al van jaren terug. In 1987 is er pas in een konigbesluit een zorgprogramma over borstkanker gesteld. En pas in 2003 en vooral in 2007 is men gekomen tot normen voor erkenning van een borstkliniek. Men moest een 150 nieuwe diagnoses hebben. Er moest ook een mock. Er is een multidisciplinair overlegcomité. In dat moment wordt elke patiënt het traject voor tijdens en na de ingreep besproken. Er is ook een belangrijke omkadering die vroeger niet was. Dus voor 1987 had je dat in alle klinieken in België mensen borstkanker opereerden, dat soms ook wel goed deden. Maar er was geen systeem daarin. En dat is dan gelukkig gekomen met die koninklijke besluiten. Dus er moest een medische omkadering zijn. Dat wil zeggen, er moesten minum twee borstchirurgen in het team zitten. Een oncoloog, radiotherapeut, anatomopatoloog, radiologe. Naast die medische omkadering moest je ook een onkelverpleegkundige hebben, minimum 1. Dat ging af van het aantal patiënten die je opereerde. En ook een psycholoog werd als norm gesteld om aanwezig te zijn in het team. Toen in 2003 was er nog geen sprake van een plastische chirurg. En dat is gekomen in 2007. En dat is eigenlijk een heel belangrijk jaar. Of onze borstkliniek in Pelti. Want in 2007 heeft men ook normen gesteld voor de erkenning van een satellietborstkliniek. Ook kleinere ziekenhuizen konden een erkenning krijgen als satellietcentrum. Je moest dan wel verbonden zijn met een groot centrum. Wat was het verschil? Daarin moesten 60 patiënten geopreerd worden en twee borstchirurgen aanwezig zijn. Maar voor de rest, de omkadering moest net hetzelfde zijn als in de grote centra. Wil dat dan ook zeggen dat men in een ziekenhuis dat geen erkenning heeft, niet meer aan borstkankerzorg doet. Die kentering is gekomen in 2023. In maart verschen er een onthutsend rapport van het kenniscentrum. Daar werden toen 50.000 vrouwen geëvalueerd. En men zag dat één vijfde van de behandeling gebeurde in niet erkende centra. En dat er een hoger risico was om te overlijden in die centra. Maar langs de andere kant had je ook dat een derde van de erkende borstklinieken niet voldeed aan de wettelijke opgelegde activiteitsvolumes van 125 in een coördineren en 60 in een satellietcentrum. Dus er was eigenlijk heel veel werk aan de winkel. En minister van der Broeken. De minister van Volksgezondheid stelde toen dat de expertise moest geconcentreerd worden in erkende coördinerende borstklinieken. Dus er mochten geen diagnose en operaties meer gebeuren in de niet erkende borstklinieken, ook niet meer in de erkende satellietcentra. En dat was van groot belang voor PELD. Want wij waren sinds 2014 een erkend satellietcentrum. En zouden dan ook niet meer mogen opereren als satellietcentrum. Patiënten zouden hun operatie niet meer vergoed krijgen. Vervolgbehandelingen zouden wel in samenwerking met de coördinerende centra kunnen gebeuren. Dat betekende dan toch ook een hele hoop huiswerk voor Noorderhard Ziekenhuis op dat moment. En aan de slag met al die nieuwe regeltjes om toch te voldoen. Want we waren dus eigenlijk begonnen in 2006, toen onze twee ziekenhuizen van Lommel en Neerpelt fusioneerden. Met het oprichten van een borstkliniek. Dat had heel wat voeten in de aarde. Dat heeft jaren geduurd. Pas in 2014 kregen we de erkenning. En we zagen dan sinds die erkenning, van 14 tot en met 18, elk jaar een lichte stijging van ons aantal patiënten. Maar vanaf 19 zagen we het echt een heel grote stijging. En dat had te maken dat wij in een eerder haak is klein ziekenhuis, maar professioneel werkend zoals andere ziekenhuizen. Warm naar de patiënten toe. Ja, mond op mond reclame, het vertrouwen van de huisartsen kregen. Dus dat we uiteindelijk in 2022 kwamen aan een aantal van 128 nieuwe diagnosen. Dus we waren toen van plan om in 2023 die erkenning aan te vragen. Maar minister Van der Broek was ons eventjes voor. Er was even zo'n beetje: ja, wat gaan we nu doen? Maar we voldden aan alle normen. We hebben toen de vlucht vooruitgenomen en beslist van onze erkenning aan te vragen. Want alle specialisaties die gevraagd werden, waren al aanwezig. Die hadden we. En dan in december 2023 hebben we dan onze erkenning als coördinerend borstcentrum gekregen. Het is ook voor de inwoners van Pelti en de bredere regio ook ontzettend fijn om een eigen omgeving bij zo'n diagnose toch wel terecht te kunnen in een ziekenhuis dat niet al te ver van je thuisomgeving ligt. Dat is ook wel een bijkomend voordeel voor ons, voor een genezingsproces op zich. Dat klopt, want tot 2023 waren er twee grote coördinerende centra, namelijk Jessa in Hasselt en Utsal in Genk. Dan moesten de patiënten van onze regio toch wel ruim een half uur rijden om in een coördinerend centrum terecht te komen. Dus voor de patiënten is dat echt een meerwaarde dat wij die erkenning hebben. Goed, we zijn aan het einde gekomen van deze aflevering van podcast Noorderarde spreekt, met het thema borstkanker. We hebben weer heel veel bijgeleerd vandaag. Ik denk dat zeker ook de tips om jezelf goed op te volgen, door iedereen is heel goed beluisterd moeten worden. Dat kan al heel veel leed besparen in de toekomst. Ik wil vooral ook onze gasten bedanken. Dat waren de drie gynaecologen van Noorderhard Ziekenhuis. Dat zijn Kaat Verbeken, Soetkin Thijssen en Lieve Schops. Dank u wel voor jullie aanwezigheid. En ook mijn communicatiecollega bij Noorderhard Anne Pawels, die ook voor deze podcast opnieuw een hele fijne samenwerking met Gemeente Peld op boten te zetten. Wavoor een dikke merci. Je hebt ook nog een aantal andere thema's op de agenda staan. De volgende thema's die klaarstaan, zijn prostaatproblemen en prostaatkanker, waar we binnenkort ook een podcast over zullen maken. En dan daarna zal het nog gaan over de huid, huidtumoren, zorg dragen voor de huid. Dat is voor dit jaar nog, of dit werkjaar. En wat daarna volgt, zullen we dan weer zien. Voldoende thema's, denk ik, want gezondheid vinden we allemaal superbelangrijk. Dus we komen zeker nog wel een keertje terug met een aantal mooie nieuwe, boeiende thema's de komende jaren. Een heel dikke mercie voor het luisteren allemaal. En tot een volgende aflevering van Peldkaast. Bedankt voor het luisteren naar een nieuwe aflevering van Peldcast. Een productie van de Peltse Communicatiedienst. Heb je vragen of opmerkingen? Stuur ze dan door naar communicatie at gemeentepelt.be. Alle vorige afleveringen van Peldcast kan je beluisteren op www.gemeentepelt.be. Schuine streeppeltkast. Deze aflevering van de podcast Noorderhaart spreekt dragen we graag op aan Nico van der Kerkhoff. Dienst hoofdcommunicatie en participatie van de gemeente Peld. Vorige maand moest Nico na een kort ziektebed afscheid nemen van het leven. Nico was een bijzondere collega. Altijd woordenvol ideeën en met een pak en energie. De podcast Noorderhard Spreek en Peldecast waren als het ware zijn kindjes die hij vanaf de geboorte met veel liefde behandelde. Nico bedankt en het ga je goed.