Gezond gesproken, dé podcast van Noorderhart
Met deze podcast doorbreken we het stilzwijgen over alles wat met gezondheid te maken heeft. Samen nemen we je mee in de boeiende wereld van medische thema’s - helder uitgelegd door onze artsen van Noorderhart.
Gezond gesproken, dé podcast van Noorderhart
Noorderhart spreekt: De prostaat: een harde noot om te kraken
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
De laatste jaren is de behandeling van goed- en kwaadaardige prostaatproblemen erg veranderd. Noorderhart heeft deze technologische vernieuwing niet gemist. We lichten de hedendaagse behandelingen van prostaatklachten en prostaatkanker toe.
Welkom bij Noorderhacht Spreek, de podcast waarmee we het stilweger doorbreken over alles wat met gezondheid te maken heeft. Noorderracht Spreek is een co-productie van Delcast, de podcast van de Communicatiedienst van de gemeente Pelde en het Noorderhaart Ziekenhuis. Samen kijken we in de wonderwereld van de medische onderwerpen, maar dan begrijpelijk voor jan en allemaal. Verwacht je aan boeiende gesprekken, verrassende wetens, essentiële inzichten, maar vooral veel praktische informatie die je niet wil missen. Van harte tot hart brengen we de expertise van dokters en specialisten rechtstreeks naar jou. Of je nu een leek bent of een kenner er valt bij ons altijd iets nieuws te ontdekken. Zet je schrap luister goed, want Norderhaard spreekt, waar zwijgen zilver is en spreken kennis opbouwt. Hallo, welkom bij Peldcast Noorderhaard spreekt. Vandaag duiken we in een onderwerp waar veel mannen pas mee geconfronteerd worden als er klachten optreden, de prostaat. Maar wat doet deze klier? En wanneer veroorzaakt ze problemen? En vooral wat kun je eraan doen? Dat gaan we het komende uurtje ontdekken, samen met dokter Joan van Dijk, uroloog bij Noorderhart en Inge Verhejen, communicatieverantwoordelijke van Noorderhart. Goedemorgen allebei morgen in onze Peldcaststudio. Dokter Van Dijk, ik mag u aanspreken met de voornaam. Absoluut. Je hebt gekozen voor de studies van uroloog. Waarom die keuze en hoe ben je in PELD terechtgekomen? Waarom urologie? Omdat urologie heeft mij altijd gefascineerd, omdat het een heel mooie combinatie is tussen de diagnostiek, dus het stellen van diagnoses. En de behandeling, zowel op medisch vlak als op chirurgisch vlak. En ik denk dat eigenlijk de urologie een van de weinige disciplines is die dat allemaal mooi combineert. Heel veel mensen weten dat een hartspecialist die opereert niet, een hartchirurg wel, maar die doet dan weer niet de diagnostiek van de hartaandoeningen. En wat mij enorm fascineerde, was om te kiezen voor een discipline die zowel de diagnosestelling als de behandeling, zowel met medicatie als met chirurgie behelst. En dat is mij enorm gefascineerd. Een heel breed vak eigenlijk. Klopt. En hoe ben je dan in Pijl terecht gekomen? Goeie vraag. Ik heb de liefde gevolgd. Ik ben oorspronkelijk afkomstig uit het Antwerpense. Ik heb gestudeerd deels in Antwerpen, deels in Eindhoven en deels in Leuven. En mijn echtgenote was van het Limburgse afkomstig. En wij zijn samen terug naar Limburg gekomen. Ja, en altijd. Ik heb nog een secondes spijt gehad van mijn keuze. Over de ziekte waar we het vandaag over gaan hebben, dus alles wat het met prostaat te maken heeft. Er wordt in de volksmond wel eens gezegd dat het is een oude mannenziekte. Is dat eigenlijk zo? Dat klopt voor een deel. Het is zo dat mannen van alle leeftijden in principe kunnen geconfronteerd worden met prostaatklachten of klachten die te maken hebben met prostaatlijden. Bijvoorbeeld een jongeman kan een prostaatontsteking krijgen. Maar het is natuurlijk wel zo dat, naarmate een man ouder wordt de kans op prostaatklachten of plasklachten die te maken hebben met prostaatlijden, dat het wel groter wordt. Daarom is dat zo gekomen dat we in de volksmond zeggen het is een oude mannenziekte. Maar eigenlijk is dat toch niet helemaal juist, omdat ook jonge mannen geconfronteerd worden met plasklachten. En bij een man behelst dat ook altijd een probleem te hoogte aan de prostaat. De prostaat is een klein orgaan en vervult een belangrijke functie. Kan je misschien in detail uitleggen waar de prostaat zich precies bevindt, hoe groot dat is en wat haar rol is binnen het mannelijke lichaam. Heel veel mannen spreken over prostaat en prostaat lijden, maar weten eigenlijk niet goed waar die prostaat ligt. Je moet je voorstellen, de prostaat ligt diep in het klein bekje. Ik denk dat de meeste mensen wel weten waar de blaas ligt. Die prostaat ligt eigenlijk net onder de blaas. En die ligt rond de plasbuis. Die is inderdaad niet heel groot op jonge leeftijd. We zeggen altijd dat is ongeveer ter grootte van een kastanje. Maar naarmate mannen ouder worden, kan die klier, want de prostaat is eigenlijk een klier, gaan groeien. En dan wordt dat soms wel te grootte van laten we zeggen, een grote mandarijn. Op dat vlak kan die ook klachten geven door het feit dat hij de plasbuis wat gaat afduwen. Dan komen we natuurlijk in heel het verhaal van de plasklachten. Het is dus inderdaad een klein orgaan. Maar het heeft wel een belangrijke impact op dat plassen, voor een deel ook op het seksueel functioneren. En daarom impacteert dat toch wel vaak het leven van die mannen. We horen ook vaak, dat heeft u juist eigenlijk vertelde, dat die prostaat groeit met ouder worden. Zijn er ook hormonale processen die daar een rol in spelen? Ja, absoluut. Het is zo dat de groei van de prostaat eigenlijk wordt veroorzaakt door mannelijke hormonen. We kennen allemaal het testosteron. De prostaat groeit eigenlijk door testosteron, technisch gezien meer door die hydrotestosteron, maar dat is eigenlijk een afgeleide van testosteron. Je moet dus weten dat die mannelijke hormonen, dat is eigenlijk de brandstof voor die prostaat is om te groeien. Dat maakt dat naarmate een man ouder wordt, die prostaat eigenlijk ook geleidelijk aan blijft groeien. Die groei is niet continu. Dat kan zijn dat hij op een jaar tijd fors vergroot en dan weer een tijdje stopt met groeien. Dus dat is niet altijd een mooie lineaire curve. Maar grosso modo kan je wel zeggen dat naarmate een man ouder wordt, die prostaat ook gaat vergroten. Veel mensen denken ook, of veel mannen denken dat de prostaat vooral te maken heeft met plassen en erectie. Klopt dat? Ja en nee. In die zin dat de prostaat eigenlijk geen rechtstreekse impact op erecties. Postaat heeft niks te maken met het ontstaan van een erectie of het weggaan van een erectie. Nog eigenlijk met het plassen, het is eigenlijk de plaas die plast en de iedereen gaat dan via de plasbuis naar buiten. Maar het is wel zo dat prostaatproblemen een impact kunnen hebben op het plassen. Wat dat betreft is daar inderdaad wel een impact van prostaatproblemen op het plaspatroon. Enerzijds hetzelfde kan gezegd worden voor die erecties. Postaatlijden gaat rechtstreeks zelden aanleiding geven tot erectiestoornissen. Maar als we een behandeling gaan toepassen ter hoogte van de prostaat, bijvoorbeeld chirurgie, of bijvoorbeeld bestraling, dan is het wel zo dat die erecties op een negatieve manier kan beïnvloeden. En daarom is die link inderdaad wel tussen prostaatlijden en enerzijds plasklachten en anderzijds erectiestoornissen. Ja, is wel bekend. Maar helemaal correct moet je zeggen dat het een indirect effect is. Peldcast Noorderhart spreekt. Als we spreken over prostaatvergroting. U zegt van het kan voorkomen, is het ook echt veel voorkomend. Mag je er als man bij zo'n spreken zeker van zijn dat je na een aantal jaren een vergrote prostaat hebt sowieso. En hoeveel mannen krijgen dat dan mee te maken? Ja, dat is een goede vraag. Eigenlijk is dat zo. Het is zelfs zo dat vergroting van de prostaat kan beschouwd worden als een normaal verouderingsproces. En bij 50-jarige mannen zal ongeveer 40 tot 50% van de mannen een vergroting hebben aan de prostaat. Maar zo we gaan kijken naar mannen die 80 plus zijn, dan spreken we over meer dan 85% die prostaatvergroting hebben? Dus je kunt zeggen dat het voor een deel een normaal verouderingsproces is. Maar hierbij moet wel duidelijk gezegd worden dat niet iedereen die een vergrote prostaat heeft, daarom ook klachten heeft. En dat het gelukkig in de meeste gevallen gaat om een goedaardige vergroting en niet altijd om prostaatkanker. En hoe herken je dan zo'n goedaardige prostaatvergroting als man welke klachten kunnen er dan optreden? Wel, enerzijds heeft het niet altijd klachten. Maar als het toch klachten heeft, dan kan het eigenlijk een heel gav zijn van klachten die zich kunnen voordoen. Een zwakke straal bij het plassen. Vaker gaan plassen overdag. S'nachts moeten opstaan om te plassen. Een onaangename aandrang om te moeten gaan plassen en moeite kunnen ophouden. Een moeizamere start bij het plassen en nadruppelen na het plassen. Dat zijn eigenlijk de meest voorkomende klachten. In zeldzame gevallen kan dat ook een beetje bloed geven bij het plassen. Of ook regelmatig terugkomende urinemige infecties kan een teken zijn van een vergrote prostaat. En van al die symptomen, vanaf welk punt of vanaf welk symptoom moet je toch dringend een arts gaan raadplegen? Wel, dringend en artsraadplegen raden wij altijd aan bij mannen die bloedplassen. Dat is voor ons altijd een alarmsignaal. Waarom? Omdat bloedplassen ook aan te maken hebben met blaasgezwelletjes. Die kunnen in het begin weinig kwaadaardig zijn, maar dat kunnen soms ook flink agressieve gezwellen zijn. Dus dat is altijd een reden tot verder onderzoek. Maar ook het terugkeren van infecties is eigenlijk een belangrijk signaal dat er toch iets aan de hand is. En welke onderzoeken doen jullie dan als zo'n man zich bij jullie in de praktijk meldt? Wel, in de eerste fase gaan wij noemen de amnese doen. Wij gaan een heel grondig gesprek hebben met de patiënt om na te gaan wat die klachten exact zijn. En ik zeg altijd tegen onze stagiaires en assistenten, als je dat op een goede manier doet, dan kan je daar eigenlijk al heel veel uithalen. Het verhaal van de patiënt leert voor ons al enorm veel. Dan gaan wij ook altijd een lichamelijk onderzoek doen. Bij dat lichamelijk onderzoek hoort ook altijd een rectaal touche. Met andere woorden, we gaan met de vinger via de anus voelen aan de prostaat. En dat zegt ons al of er knobbeltjes in de prostaat aanwezig zijn, of dat die prostaat vergroot is of niet. Dat is eigenlijk een heel eenvoudig onderzoek om toch al heel wat te leren uit de prostaat. En hoe ervaren mannen dat doorgaans? Wel, naar mijn ervaring is dat iets dat dat heel hard afhangt van hoe je dat aanbrengt. Als je goed uitlegt wat je gaat doen, waarom je dat doet, en je doet dat op een rustige manier, een voorbereiding. Je gebruikt voldoende glijmiddel en je brengt rustig alles aan, dan heb ik de indruk dat het eigenlijk heel goed verdragen wordt. Als dat allemaal snel snel moet gebeuren, dan is dat een heel onaangenaam gevoel. Om je natuurlijk wel een inwendige onderzoek uitvoert. Maar als je dat op een rustige manier doet en je zegt wat je doet, dan wordt dat eigenlijk meestal heel goed verdragen. Dit iets om meteen veel angst voor te hebben eigenlijk dan? Nee, absoluut niet. En hetzelfde kan eigenlijk gezegd worden voor de echo van de prostaat, die wij in quasi alle gevallen ook gaan doen. Waarom? Dat dat eigenlijk meer dan dat onderzoek met de vinger ons op een objectieve manier gaat zeggen hoe groot is die prostaat is er verdachte vlekjes in die prostaat. En we kunnen eigenlijk hele mooie beelden maken door middel van die ecografie. En ook dat gebeurt in quasi alle gevallen met een onderzoek via de anus. Daarnaast zijn er dan nog bloed- of urineonderzoeken standaard voor zin? Ja, wij gaan in heel veel gevallen de PSA-waarde bepalen. PSA is eigenlijk een eiwit wat in het bloed aanwezig is en wat met een bloedname kan onderzocht worden, en wat staat voor prostaatspecifiek antigeen, dat wil dat zeggen, dat is een eiwit dat specifiek door de prostaat wordt aangemaakt en niet door andere organen, dus die is specifiek voor de prostaat. Maar wat heel duidelijk moet zijn, is dat het niet specifiek is voor een bepaalde aandoening van die prostaat. Dus die waarde kan verhoogd zijn bij een vergrote prostaat, bij een prostaatontsteking, maar ook bij prostaatkanker. En daarom hechten we veel belang aan die waarde. Omdat als die verhoogd is, moeten we natuurlijk altijd gaan nakijken. Heeft dit te maken met prostaatvergroting? Is er toch sprake van een ontsteking? Of is er, en dat is hetgeen dat we natuurlijk altijd willen uitsluiten, is er sprake van prostaatkanker. Beldcast noorder hart spreekt. Stel, een man krijgt te horen dat hij een vergrote prostaat heeft, wat zijn dan de opties? Dat hangt in grote mate af van het feit of die patiënt ook plasklachten heeft. Heel vaak als hij geen plasklachten heeft, gaan we nog afwachten en gaan we gewoon adviezen geven over hoe het beste gaan opvolgen waar die patiënt moet op gaan letten. Laten we vanuitgaan dat die patiënt milde plasklachten heeft, dan kunnen we heel vaak met levensstijladviezen toch die klachten wat onderdrukken. Een voorbeeld daarvan is minder koffie drinken na het avondeten of hoeveel ze drinken. Radden altijd aan om voldoende water te drinken, natuurlijk. Maar hoeveel ze drinken of wanneer ze drinken wat te verschuiven naar de voormiddag en de vroege namiddag en minder s'avonds. Bepaalde voedingsmiddelen kunnen ook een invloed hebben op het plaspatroon vooral s'nachts. Dat zijn dingen waar we bij vroege klachten of bij milde klachten heel vaak toch al wel een goed resultaat mee kunnen behalen. Stel dat ze toch meer klachten hebben of aanzienlijke klachten. Dan kan het zijn dat we een echte medicamenteuze behandeling gaan toepassen, dat we eigenlijk medicijnen gaan geven om die klachten te gaan onderdrukken. En veel mensen weten dat niet, maar we hebben eigenlijk een heel groot gamma van producten die we kunnen voorschrijven. En afhankelijk van het type patroon, de grootte van de prostaat en het klachtenpatroon van de patiënt, kan het zijn dat we een ander product gaan voorschrijven. Of kan het zelfs zijn dat we een combinatie van een aantal producten gaan voorschrijven? En ik probeer dat altijd goed uit te leggen tegen patiënten, omdat soms komen ze voor het spilletje te krijgen dat hun een buurman ook neemt. Dan zeg ik altijd, je kunt dat niet zomaar één op één gaan overnemen. Dus alles hangt af van de karakteristieken van de patiënt, van de karakteristieken van die prostaat en van het klachtenpatroon dat aanwezig is. Is een operatie altijd nodig of wanneer is eigenlijk een operatie noodzakelijk? Gelukkig is een operatie niet altijd nodig. Zoals ik eerder had gezegd, bij die milde klachten en bij matige klachten kunnen we meestal met een afwachtend beleid, met een levensstijladviezen of met medicatie die klachten wel onderdrukken. Stel dat de patiënt dan toch klachten blijft houden, ondanks dat we die medicatie hebben geprobeerd. We gaan vaak verschillende combinaties proberen voor leren dat we echt kunnen concluderen dat het niet lukt. Of stel dat de patiënt op een of andere manier die medicatie niet goed verdraagt. En die klachten zijn toch voldoende uitgesproken, op dat moment gaan we wel overgaan tot chirurgie. Ook dan zijn er nog veel verschillende operaties mogelijk. Op hele gouden standaard is nog altijd de turprostaat, waarbij we de prostaat gaan uitschrapen of uitpellen op een endoscopische manier. Dat wil zeggen, we gaan met een kameradje door de plasbuis naar de prostaat toe. Zonder een incisie te maken, gaan we die ingreep uitvoeren, dat is de turprostaat. Maar meer en meer wordt die ingreep wel vervangen door een laserenucleatie van de prostaat. Dat is een heel duur woord om te zeggen dat we eigenlijk die prostaat volledig gaan uit zijn kapsel halen met behulp van een lasertoestel. Dat is een fantastische techniek waarom je eigenlijk veel meer weefsel kunt wegnemen dan met zo'n klassieke turprostaat. Dat is een beetje technisch misschien, maar we zijn ook in staat om veel grotere prostaatvolumes te behandelen in vergelijking met zo'n klassieke turprostaat. Sommige patiënten zullen dat weten, wij deden vroeger nog de open enucleaties, waarbij we door middel van een grote incisie de prostaat opzochten en dat met de vinger uitpelden dat ze er meer en meer aan het uitgaan. Maar het grote voordeel van die open operatie was wel dat we heel grote prostaatvolumes konden behandelen. Dat was een hele goede operatie. Maar de revalidatie van de patiënt was natuurlijk veel langer omdat ze een open ingreep hadden gehad. En we kunnen met die laseroperatie, de dag van vandaag, kunnen we eigenlijk hetzelfde functioneele resultaat bekomen als met die open operatie. Maar de patiënt is natuurlijk veel sneller hersteld omdat ze geen incisie hebben. Is dat eigenlijk altijd met narcose dat u die ingrepen doet? Dat is meestal met narcose, maar het kan in principe ook met een ruggenprik. Zeker die turprostaten, omdat dat ingrepen zijn die maar een uur tot anderhalf uurtje duren, kan dat met een ruggenprik en dan blijft de patiënt wakker. Die blijft aan spreekbaar. Als ze willen, kunnen ze zelf op een scherm mede ingreep volgen. Sommigen hebben dat graag, anderen hebben dat helemaal niet graag. Maar dan weten ze wel wat er gebeurt. Met die holoperaties doen we dat iets minder. Dat zijn die laseroperaties. Omdat die vaker wat langer duren, die duren toch gemakkelijk een drietal uur, drie tot drieënhalf. En dan wordt het wel lastig om die patiënten een goede pijnstering te kunnen blijven garanderen. Dus dat zijn patiënten die gemakkelijker kiezen voor een algemene narcose. Ja, dat begrijp ik. In het geval dat er voor een operatie gekozen wordt, wat is dan de hersteltijd voor een patiënt? En is er daarna een bepaalde revalidatie nodig of moet de patiënt oefeningen doen? Die revalidatietijd valt eigenlijk goed mee. En dat is waarschijnlijk omwille van het feit dat we geen incisie maken. Dus patiënten hebben eigenlijk relatief weinig pijn na zo'n ingreep. Wat hebben ze wel vaak? Dat zijn plasklachten. Die plasklachten, ik zeg vaak tegen patiënten, hou er mee rekening dat die plasklachten in de eerste weken na de ingreep meer uitgesproken gaan zijn dan voor de ingreep. Ik vergelijk dat graag met een knieoperatie. Als je laat opereren aan je knie, ga je de eerste weken na de operatie misschien meer pijn hebben aan de knie dan voor de operatie. En in heel het verhaal van de prostaatoperaties is het vaak zo dat de plasklachten wat meer uitgesproken zijn dan voor de operatie. Maar dat komt altijd goed. Ik zeg heel vaak als een boutade in het begin, de eerste weken ga je soms spijten waar je ingreep hebt gedaan, maar je weet dat dat altijd tijdelijk is en dat je op termijn heel blij gaat zijn, tenminste als de indicatie goed gesteld is. Maar dat maakt natuurlijk wel dat dat ongecontroleerd plassen in die eerste weken na de ingreep en die frequente aandrang, dat dat wel een reden is waarom sommige mensen niet kunnen gaan werken. En dat ze liever thuis blijven, geen reizen ondernemen. Wij raden altijd aan om een viertal weken het rustig aan te doen. Geen zware dingen te heffen, omdat je dan in principe wat boedverlies kunt veroorzaken. Geen reizen te ondernemen, niet naar het buitenland te gaan, zodat ze toch altijd wel in de buurt blijven van het ziekenhuis. Voor het geval mocht er een probleem zijn, dat we ze altijd kunnen verder helpen. Maar een echte revalidatie met oefeningen is daar eigenlijk niet bij. Beldkaast Noorderhart spreekt. U sprak daar net al van die PSA-test. Ik veronderstel dat het pas nuttig wordt bij bepaalde klachten. Of doen mensen dat ook preventief vanaf een bepaalde leeftijd of is dat aan te raden überhaupt? Ja, wel het is zo dat wij altijd aanraden om bij klachten sowieso een PSA-bepaling te laten doen via de huisdok. Er is veel discussie over of het zinvol is bij mannen zonder klachten. Er zijn oude studies die hebben aangetoond dat het weinig zinvol is om mensen te gaan screenen met een PSA. Die studies waren niet heel goed uitgevoerd en meer en meer komen er nieuwe studies die suggereren dat het toch wel zinvol is. Je moet weten dat die PSA-waarde een waarde is die je wel met zorgvuldigheid moet interpreteren. Het is niet zo dat van het moment dat die waarde iets te hoog is, dat het daar allemaal automaat een kankerdiagnose is. Maar grosso, mag je stellen dat als de waarde van 0 tot 4 is, de kans op prostaatkanker eigenlijk vrij klein is. Als die waarde van 4 tot 10 is, dan is die PSA dus verhoogd en is er ongeveer een kans van 1 op 4 dat die patiënt een vorm van prostaatkanker zou kunnen hebben. Maar als die meer dan 10 is, dan stijgt die kans eigenlijk aanzienlijk en ga je eigenlijk al naar meer dan de helft van die patiënten die prostaatkanker hebben. Zijn er ook mensen bij wie zo'n PSA-test een vals negatief resultaat geeft? Absoluut. Dat hangt er een beetje vanaf hoe het interpreteert. Als je die waarde interpreteert als een waarde die voorspelt of je al of niet kanker hebt, dan kan je spreken van vals-negatieven of van vals-positieven. Het is inderdaad zo als die PSA-waarde verhoogd is, dat het daarom niet altijd het geval is dat je prostaatkanker hebt. Andersom is het ook zo: stel dat je een lage PSA-waarde hebt, kan het nog altijd zijn dat er sprake is van kanker. Wij raden als urologen altijd aan om die PSA-waarde ook niet als duzanig te gaan interpreteren, maar het gewoon te gebruiken als leidraad om eventueel verder onderzoek te doen. Stel nu dat een patiënt bij mij komt met een verhoogde PSA-waarde, dan gaan wij natuurlijk altijd opnieuw die amnese doen. We gaan het lichamelijk onderzoek doen, we gaan een Van de prostaat. En heel vaak, als er indicatie toe is, gaan we dat ook aanvullen met een MRI van de prostaat. Dan hebben we eigenlijk al een heel mooi beeld van of er iets ernstig aanwezig is of niet. En als het nodig is, en er is een suspectbeeld op die MRI, dus een beeld waarvan we denken van dat zou toch mogelijk een prostaatkanker kunnen zijn, gaan wij altijd een biopsie nemen. Tijdens die biopsie gaan we onder echo geleiden met een heel fijn naaltje in de prostaat. We halen een stukje weefsel eruit dat dan vervolgens wordt ingestuurd voor verdere analyse. En de patologen kunnen ons dan vertellen ten eerste of er sprake is van prostaatkanker. Maar ten tweede ook of dat een agressieve vorm van prostaatkanker is of niet. En dat is dan wel bijzonder waardevol. En er zijn heel veel artsen die pleiten tegen PSA-bepalingen of tegen PSA-screening. Maar dat is natuurlijk gebaseerd op het feit dat als de PSA verhoogt is, dat er automatisch een biopsie gebeurt. En dat als er een vorm is van prostaatkanker, dat die dan sowieso ook zou behandeld worden. Maar dat is eigenlijk de dag van vandaag, en dat is toch al zo gedurende 15 tot 20 jaar, niet meer hoe wij werken. Wij gaan altijd een verhoogd PSA combineren met een MRI van de prostaat. En alleen maar als er een letsel te zien is op die MRI, gaan wij biopsies doen. En die strategie maakt dat we natuurlijk veel onnodige biopsies niet uitvoeren. En dat ook de mogelijke neveneffecten en complicaties van zo'n biopsie bij patiënten die het niet moeten hebben, vermeden worden. Bovendien weten we nu dat er vormen zijn van prostaatkanker waar we ook mee kunnen afwachten, die we kunnen opvolgen en die we dus eigenlijk niet moeten gaan behandelen. Dus ook daar gaan we heel veel patiënten een onnodige behandeling voorkomen of vermijden. En dat maakt dat heel die discussie rond die PSA wel veel meer genuanceerd is dan dat die bij wijze van spreken 20 jaar geleden was. Stel dat iemand dus effectief een bepaalde vorm van kanker heeft, dat jullie moeten overgaan tot een behandeling. We hadden daar net al een operatie besproken, maar heeft een patiënt op dat moment ook een keuze, kan hij bijvoorbeeld zeggen van ik heb liever eerstbestralingen of andere therapieën. We spreken eigenlijk bij prostaatkanker. Laten we nu van uitgaan dat het gelokaliseerd is, dus dat zich beperkt tot de prostaat en niet verder uitgezaaid is naar lymfenwegen of naar de rest van het lichaam. Maar bij zo'n gelokaliseerde prostaatkankers spreken wij van drie types: je hebt de laag risicoprostaatkankers, de intermediair risicoprostaatkankers, dat ze niet tussenin risico hebben, en de hoogrisicopostaatkankers. Als iemand een laag risicoprostaatkanker heeft, dan hebben we eigenlijk drie opties. Ofwel gaan we dat strikt opvolgen, en dat heet dan actieve opvolging of actief surveillance. Ofwel gaan we over tot chirurgie. Daarbij wordt de prostaat met de zaadblaasjes volledig verwijderd en wordt er een nieuwe verbinding gemaakt tussen de blazen en de plasbuis. Of we kunnen bestralingsopties gaan nemen. B die bestralingsopties kan je in principe via externe weg bestralen. Of je kunt radioactief geladen deeltjes inplanten in de prostaat, dat heet aan brachytherapie. Er zijn een aantal factoren die de behandeling naar de een of de andere richting kunnen leiden. Maar eigenlijk is het wel veilig om te zeggen dat een patiënt met een laag risico prostaatkanker de keuze heeft om te kiezen tussen één van die vormen. Je zou haast kunnen zeggen dat die patiënt een luxe positie heeft. Het is misschien verkeerd gezegd in deze setting, want die patiënt heeft wel prostaatkanker. Hij kan in principe nog kiezen om te gaan voor de ene of de andere behandeling. Wij gaan als urologen altijd heel zorgvuldig met die patiënten voor- en nadelen, wat die zijn er eigenlijk bij elk behandelingstipe. Afwegen met die patiënt. Met de familie eventueel. We koppelen dat terug aan de huisdokter. Wij hebben bij ons in PELLT ook een prestaatverpleegkundige of een onkelcoach die ook een heel uitgebreid gesprek had hebben met die patiënten. Zodat ze eigenlijk heel goed weten waarvoor ze kiezen. En dus niet in de loop van de behandeling voor zaken komen te staan waar ze op voorhand geen rekening mee hebben gehouden. PELDKAS Noorderhart spreekt. En zijn dat dan bepaalde behandelingen die later een bepaalde impact kunnen hebben op het leven van de patiënt, op vlak van hun levenskwaliteit, seksualiteit, incontinentie, dergelijke zaken? Absoluut. Ik zal de gemakkelijkheid beginnen bij de prostaatoperatie, waarbij we de prostaat volledig verwijderen. Door het feit dat die prostaat verwijderd wordt, raak je altijd aan de zenuwbundels die net achter de prostaat lopen. Die zenuwbundels zijn eigenlijk verantwoordelijk voor het creëren van erectie en ook voor de continentie, dus voor het droog houden en het ophouden van de urine. Elke patiënt die zo'n operatieve behandeling ondergaat, zal in min of meerdere mate een impact hebben op zijn seksueel functioneren en op het plassen. Dat kan je niet vermijden. Het is wel zo dat met de huidige technieken die we gebruiken, dat is de robotchirurgie, tegenwoordig gebruiken een robot om veel secuurder te kunnen werken, is het zo dat die functionele complicaties veel minder zijn dan vroeg. En als ze last hebben van urineverlies, is dat in de meeste gevallen, zeker als we zenuwsparend kunnen werken, en dat is altijd een betrachting, ze in de meeste gevallen maar tijdelijk urineverlies hebben. Met erectiestoornissen kan hetzelfde gezegd worden, maar het is wel zo dat die erectiestoornissen, als ze aanwezig zijn, soms wat langer duren voordat die onder controle zijn. Wij zeggen altijd tegen onze patiënten dat zowel voor het urineverlies als voor de erxiestoornissen er goede behandelingsopties zijn. En je kunt daar gaan van weinig invasieve behandelingen, naar echt ingrijpende behandelingen met protheses en dergelijke. Dus je kunt daar heel ver in gaan, maar die behandelingen bestaan wel en wij bieden dat ook aan als ziekenhuis. Dus voor die patiënten die daar toch een enorme impact van hebben, zijn er wel behandelingsopties. Laten we dan overgaan naar de bestraling. Het voordeel tussen aanlegingstekens van de bestraling is dat die geen onmiddellijke neveneffecten gaat geven. Maar dat die neveneffecten en ook die patiënten kunnen erectiestonus hebben, kunnen bloed begegaan plassen, kunnen bloed hebben bij ontlasting, aandrang tot plassen, aanrang tot ontlasting, slijmverlies en dergelijke meer. Maar die klachten komen vaak laadtijdig. Het probleem met die klachten is dat die vaak, die klachten die veroorzaakt worden door bestraling, vaak wat moeilijker onder controle te krijgen zijn en vaak wat moeilijker te behandelen zijn. Maar dat maakt natuurlijk niet dat bestraling daarom geen goede behandelingsoptie is. Het heeft gewoon een iets ander neveneffectenprofiel. En de neveneffecten gaan zich op een ander tijdstip manifesteren. En ze vragen ook een iets andere behandelingsaanpak. Maar het is zeker wel een waardige optie. En dan niet te onderschatten de actieve opvolging, want dat is ook natuurlijk een behandelingsstrategie bij een lager risico prostaatkanker. Uiteraard door het feit dat je geen actieve behandeling toepast, heb je geen onmiddellijke complicaties. Maar je mag ook niet onderschatten dat heel veel patiënten daar ook stress door ervaren. De stress van hoe gaat die PSA evolueren. Ze weten dat er iets kwaadaardig in je lichaam zit. Dus heel vaak gaat dat toch wel gepaard met stress. En ik heb ooit patiënten die zeggen, ja, dokter, ik kan dat niet aan. Ik heb daar te veel en daar te gespannen voor om dat te kunnen blijven doen gedurende een aantal jaren. Dus ken daar jezelf, als je dat wel kunt en je bent er gerust in, dan is dat zeker een strategie die aanvaardbaar is. Maar het is natuurlijk elke controle wordt er opnieuw geëvalueerd of een behandeling toch nodig is. En voor sommige mensen is dat heel vervelend. Bovendien kan het een theorie ook altijd zijn dat zelfs ondanks goede opvolging, dat er toch een progressie is van die prostaatkanker en dat op een gegeven moment behandeling wel nodig is. En als we die zorgvuldig kunnen opvolgen, dan is daar meestal geen probleem omdat die opvolging zodanig strikt is dat we patiënten op geregelde tijdstippen terugzien. Maar we hebben ooit patiënten die niet de discipline hebben om regelmatig terug te komen, die een afsprake annuleren. Spijtig genoeg geraken mensen soms zo door de mazen van het net. Komt gelukkig zelden voor. We hebben ook wat dat betreft een hele goede samenwerking met de huisarten. Maar het gebeurt af en toe. Dus ook daar zijn wel wat risico's aan verbonden. Dat is eigenlijk de laagrisicopostaatkankers. De intermediaire risicopostaatkankers zijn al iets agressiever. En zeker die hoogrisicopatiënten, daarbij hebben we eigenlijk weinig keuze en moeten we een actieve behandeling gaan toepassen, die dan chirurgie is of bestraling. Heel vaak gaan we bij die chirurgie, bij die hoogrisicopatiënten ook een klierdissectie doen, waarbij dus de lymfklieren worden verwijderd. En zullen we bij de bestralingstherapie ook hormoontherapie gaan associëren. Die hormoontherapie zal dan afhankelijk van het stadium van die ziekte gedurende zes maanden tot twee jaar worden verder gezet. Maar die hormoontherapie kan ook wel neven effecten geven. Eigenlijk komt het erop neer dat met die hormoontherapie de mannelijke slachthormonen worden onderdrukt. Maar dat maakt dat die man eigenlijk, net zoals een vrouw die in de menopauze gaat, een soort van andropauze gaat krijgen, waardoor hij ook opvliegers gaat krijgen, vapeurs kres, waardoor hij een beetje gewicht zal bijkomen, een iets verhoogd cardiovasculair risico, een licht verhoogd risico op hart- en vaatandoeningen. Dus ook daar is natuurlijk een behandeling die wel wat impact heeft op het leven van die patiënt. Ja, dat is begrijpelijk, ja. Een andere pauze was een woord dat ik nog niet kende. Patiënten spreken ook soms over de penopauze. Dat woord gebruik ik liever niet, omdat het is complexer dan dat. Maar eigenlijk kan je met die hormonen hetzelfde effect veroorzaken als de menopause bij een vrouw. Ik had dat ook nog nooit gehoord. Bijkomend iets is dat is misschien ook wel belangrijk. Een vrouw die een menopause is, heeft in principe een verhoogd risico op potentkalking. Dat is eigenlijk voor een man die op hormoontherapie staat, ook het geval. Dus wij raden altijd aan om voldoende te bewegen om vitamine D en calciumsupplementen te nemen, omdat zij in principe ook een verhoogd risico hebben op potbreuken. Dus zelfs preventief als je 50 plus bent als man vitamine D bijnen, is nooit verkeerd dan. Vitamine D is sowieso een goed supplement, omdat we natuurlijk in België niet echt gezegend zijn met veel zon. Maar dus die calcium en vitamine D-supplementen schrijf ik voornamelijk voor bij patiënten onder hormoontherapie. Wat kunnen mannen eigenlijk doen om een prostaat gezond te houden, preventief dan? Wel, zoals met heel veel dingen in de gezondheidszorg is gezond leven, dus voldoende bewegen, een gezond voedingspatroon heel belangrijk. Zoals ik eerder zei, is dat iets dat bij heel veel dingen aangewezen is. Maar eigenlijk zijn er ook meer en meer studies die aantonen dat ook voor de gezondheid van de prostaat en specifiek het ontwikkelen van prostaatkanker dat zinvol is. Meer en meer studies wijzen ook op het effect daarvan op een gezonde levensstijl. Alcoholmatigen, niet roken, zijn ook dingen die belangrijk zijn, omdat daar toch ook altijd een associatie is met het ontwikkelen van kanker in het algemeen. En specifiek voor de prostaat zijn er een aantal studies die suggereren dat frequenteaculeren, dus frequent klaarkomen, ook wel zinvol is. Dat zal natuurlijk niet altijd kunnen vermijden dat je prostaatkanker gaat krijgen, maar in het algemene gezonde levensstijl is wel zinvol. Dan zijn er nog een aantal supplementen die een gesuggereerd effect hebben, voor een effect wordt gesuggereerd dat mogelijk gunstig is bij de prostaat, daar is wel wat discussie over. Een aantal van die supplementen zijn bijvoorbeeld zaagpalm extract, of zink. Lyopenen worden ook regelmatig genoemd. Mogelijk hebben zij inderdaad een heel klein preventief effect op het voorkomen van prostaatkanker. Zij hebben ook soms een mildeffect op mensen bij klachten van prostaatklachten, die moeilijker plassen en dat werkt ook wel effectief. Maar er is veel discussie over of zij al dan niet een gunstig effect hebben bij het ontwikkelen van prostaatkanker. Desalniettemin ben ik daar zelf wel een believer van, omdat het ergens voor mij qua buikgevoel wel goed aanvoelt. Maar ik denk dat, en dat is een vuistregel met voor alle supplementen, dat zelfs de beste supplementen kunnen gezonde levensstijl niet vervangen. Dus als je gewoon gezond leeft, regelmatig ook fruit en groenten heet, dan denk ik dat je eigenlijk wel voldoende van die supplementen zelf binnenkrijgt en dat je niet altijd moet gaan vervangen met een pilletje van de apotheek. Beldkast noorder hart spreekt. Welke adviezen hebben jullie voor mannen die zich zorgen maken over een prestaat, maar eigenlijk niet weten van ja, moet ik nu wel of niet naar de huisarts gaan? Mijn advies zou zijn om voor elke patiënt die zich zorgen maakt om sowieso toch naar de huisdor te gaan. Ik denk dat het inderdaad een goede stap is om in de eerste fase naar de huisdokter te gaan. Ze moeten niet altijd tot bij een uroloog komen, ondanks het feit dat ze wel welkom zijn als ze klachten hebben. Maar de huisdokter kan in principe al zo'n PSA-test doen als hij of zij dat nodig acht, en kan ook een urineonderzoek doen. Dat is ook iets wat we heel vaak aanraden om een urinescreening te doen, waarbij we zien of verwitte of rode bloedcellen in urine aanwezig zijn, dat kan dan wijzen op respectievelijk de aanwezigheid van een infectie, of de aanwezigheid van die rode bloedcellen kan wijzen op de aanwezigheid van steentjes of van eventuele gezwellen. En eigenlijk die combinatie van die PSA-test met dat urineonderzoek kan eigenlijk heel vaak al een geruststelling zijn. Sowieso los van het feit dat die PSA-test geruststellend zou zijn of die urine kwekustellend zou zijn, is bij iemand met klachten altijd wel verder onderzoek aangewezen. Welke boodschap willen jullie nog meegeven aan mannen en hun partners over de gezondheid van de prostaat? Wel, mijn voornaamste boodschap zou zijn: praat erover. Ik vind het heel spijtig dat we af en toe nog merken op de consultatie dat patiënten eigenlijk niet weten of er een voorgeschiedenis van prostaatkanker in de familie. Heel veel patiënten zeggen dan dat er wordt niet over gesproken bij ons in de familie. En dat is eigenlijk spijtig. Dus als er problemen zijn, praat erover. Niet alleen met je partner of met je familie, maar ook met je huisarts. Het is heel belangrijk voor de huisarts om te weten dat er in bepaalde families een voorgeschiedenis is van prostaatkanker. Want ze maakt dat het risicoprofiel van die patiënten ook helemaal anders is en dat de drempel voor die huisarts om die naar ons toe te verwijzen, ook veel lager wordt. Dus dat is wel een hele belangrijke praat erover. En ja, mannen zijn mannen natuurlijk, ze wachten soms lang voor leren ze praten over klachten. Dus als ze klachten hebben, slik het niet in. Spreek daar wel over en zoek ook hulp. Omdat zelfs, dat is spijtig zo voor die prostaatklachten, zelfs de meest banale klachten kunnen toch wel ernstig zijn. En ja, ik zie soms patiënten die al vier, vijf jaar plasklachten hebben. En dan denk ik, ja, dat is eigenlijk spijtig dat hij niet eerder heeft contact gezocht. En heel vaak is het dan uit schaamte of omwille van het feit dat er niet meteen aandacht aan besteed is, dat ze niet meteen hulp zoeken. En als het dan gelukkig maar een goed harige prostaatvergroting is, dan is dat ook niet zo'n probleem. Kunnen dat heel snel met medicatie wel onder controle brengen. Maar in zeldzame gevallen zien we toch dat er daar toch iets ernstig aanwezig is. En dat is heel spijtig dat die mensen eigenlijk jarenlang klachten hebben. Dat is denk ik ook wel de belangrijkste boodschap die we vandaag moeten meegeven: blijf daar niet mee zitten. Ga naar je huisarts. Spreek erover, zorg dat je een gezonde levensstijl hebt, samenvattend gezegd. Maar dat hebben we in deze podcast van Dodre Art Spreekt al heel vaak erhaald. Het komt ook altijd terug. Dus op dat vlak is preventie eigenlijk de eerste stap. Maar ik denk ook dat mensen wel een goed beeld hebben gekregen van wat als, waar ze dan voor staan, en dat ze zich ook niet altijd meteen zorgen moeten maken dat er goede behandelingen zijn, goede ziekenhuizen en goede verplegingen en dokters hebben. Wat ik daar ook nog wil aan toevoegen is, en dat hoor ik ook heel vaak zeggen van mannen. Ze zeggen soms: ja, als ik het moet krijgen, zal ik het toch krijgen en kan het niet voorkomen. Dat is ergens ook wel zo. We kunnen niet vermijden dat iemand prostaatkanker gaat krijgen. Maar wat wel zo is, is dat als we een diagnose vroeg kunnen stellen, dan is onze behandeling ook veel meer succesvol. En kunnen we ook onze behandelingen toepassen, zoals bijvoorbeeld robotchirurgie, met veel minder complicaties, omdat we nog in staat zijn om die zenuwen beter te sparen. Dus we kunnen niet altijd voorkomen. Maar een vroege diagnose is vaak wel een hele belangrijke marker voor succes. Ja, daar gaan we vooral onthouden. Dus hoe vroeger je eraan denkt om naar de dokter te stappen, hoe beter en hoe minder ernstig de mogelijke ingrepen zouden kunnen zijn. Klopt. Goed, ik denk dat we een duidelijk antwoord hebben gekregen op al onze vragen die wij voor u hadden. Heel hartelijk bedankt om zeer uitgebreid te vertellen over een prostaat als een harde nood om te kraken, zoals u dat ook zei in uw presentatie. Heel duidelijk voor iedereen, heel fijn om het verhaal te horen. En ik hoop inderdaad dat mensen goed onthouden dat ze zo snel mogelijk naar de dokter moeten stappen en hun levensstijl moeten indooghouden. Dit was al de vierde of vijfde aflevering van Peldkast Noorderhaart spreekt. Ik ben even de tel kwijt. We hadden het al over metaboolsyndroom, over stress, over postkanker en dus nu over de prostaat. Jullie hebben nog een aantal andere onderwerpen op de planning staan. Klopt, wij zijn binnen Noorderhart heel hard aan het werken aan een nieuw programma voor 2025-2026. En wij hopen daar in de zomer mee te kunnen uitpakken. Oké, dan zien we jullie wellicht weer snel terug in onze podcaststudio. Klopt. En voor nu wil ik onze luisteraars graag bedanken. En tot een volgende gelegenheid. Dankjewel voor de uitname. Bedankt voor het luisteren naar een nieuwe aflevering van Peldcast. Een productie van de Pelse Communicatiedienst. Heb je vragen of opmerkingen? Stuur ze dan door naar communicatie gemeentepelt.be. Alle vorige afleveringen van Peldcast kan je beluisteren op www.gemeentepelt.be Schuine streep Peltkast