Gezond gesproken, dé podcast van Noorderhart
Met deze podcast doorbreken we het stilzwijgen over alles wat met gezondheid te maken heeft. Samen nemen we je mee in de boeiende wereld van medische thema’s - helder uitgelegd door onze artsen van Noorderhart.
Gezond gesproken, dé podcast van Noorderhart
Noorderhart spreekt: Van klap naar kracht: revalidatie na een beroerte
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Een beroerte (CVA) verandert het leven plots en ingrijpend. Je ontdekt wat er precies gebeurt bij een CVA, welke gevolgen het kan hebben en hoe revalidatie helpt om opnieuw grip te krijgen op het dagelijks leven. We belichten het belang van snelle zorg, multidisciplinaire begeleiding en de rol van familie en omgeving in het herstelproces.
Welkom bij Gezond Gesproken, de podcast van Noorderhart. De plek waar we het stildzwijgen door breken over alles wat met gezondheid te maken heeft. Samen nemen we je mee in de boeiende wereld van medische thema's, helder uitgelegd voor groot en klein. Verwacht open gesprekken, verrassende inzichten en praktische tips die je echt verder helpen. Onze artsen van Noorderhart brengen hun expertise rechtstreeks naar jou. Of nu nieuwsgierig bent, ervaringsdeskundige of gewoon goed geïnformeerd voorbliven, bij gezond gesproken valt altijd iets nieuws te ontdekken. Luister mee en laat je meenemen in verhalen die gezondheid begrijpelijk maken. In deze podcast hebben we het over het onderwerp dat levens in één klap kan veranderen: een beroerte. Want wat gebeurt er eigenlijk wanneer iemand een CVA krijgt? Hoe herken je de signalen? En vooral, hoe ziet het traject eruit van spoedopname tot revalidatie en terugkeer naar huis? Onze gasten in de studio vandaag zijn dokter Laura Verschuren, arts, fysische geneeskunde en revalidatie en Nathalie Gijbels, neurologopedisten in Noorderart. In de studio ook Michiel Klaas, manager geïntegreerde zorg van Noorderhart. En ik zelf ben Inge Vrije, communicatieverantwoordelijke. Welkom allemaal. Dankjewel. Mag ik jullie met de voornaam aanspreken? Absoluut, ja zeker. Laura, kan jij jezelf misschien even kort voorstellen?
SPEAKER_00Mijn naam is Laura Verschuren, ik ben revalidatiearts. Ik werk sinds februari 2024 in het Noorderhart in het RMSC. En ik ben daar eigenlijk uitsluitend bezig met neurologische revalidatie. Dus als van hersenlets, inclusief CWA, tot rugmergletsels, polyneuropathieën, dergelijke zaken. Komt eigenlijk bij ons terecht, zowel in opgenomen revalidatie als in ambulante revalidatie. En ook bijvoorbeeld consultaties rond hulpmiddelen voor mensen die met een beperking leven.
SPEAKER_02Oké, en Nathalie?
SPEAKER_03Ik ben Nathalie. Ik werk sinds 2011 in het Noordhart Revalidatie- en MS-centrum als logopedist. Ik heb mijn opleiding gedaan aan de Hogeschool van Gent en had die nog een postgraduat om mij te specialiseren in neurogene spraak- en taalstoornis of communicatiestoornissen. En ik werk daar nu als logopedist. Voornamelijk met mensen die een beroerte hebben gehad.
SPEAKER_02We horen vaak termen als beroerte, CWA, herseninfarct of hersenbloeding. Maar wat betekenen die precies? Wat is eigenlijk een CVA en wat gebeurt er dan in de hersenen?
SPEAKER_00CVA is een afkorting dat staat voor cerebrovasculair accident, een mondvol. Maar als we dat eventjes gaan onderverdelen, dan zien we van cerebro betekent hersenen. Vasculair gaat over de bloedvaten. En accident, ja, een incident of een accident dat gebeurt. Dus het gaat eigenlijk over problemen met de bloedtoevoer in de hersenen. Er zijn ook verschillende soorten in, namelijk je hebt het ischemisch CVA en het hemorragisch CVA. En wat is dan eigenlijk het verschil daartussen die twee? Dus het ischemisch CVA, dat is gelijk dat we in de volksmond zeggen herseninfarct. Dat is wanneer er een klonter in de bloedtoevoer naar de hersen gaat en die zorgt ervoor dat er stroomafwaarts van die klonter geen zuurstof, geen voedingsstoffen meer naar dat gebied gaan, waardoor dat gebied eigenlijk geleidelijk aan afsterft. Bij een hemorragisch CVA, hetgeen dat wij in de volksmond de hersenbloeding noemen, is er dus eigenlijk een bloedvat dat springt of scheurt, waardoor er een zone in de hersen gevuld wordt met bloed en dat er dus ook op bepaalde hersengebieden druk komt van die bloeding.
SPEAKER_02Hoe vaak komt een beroerte voor en waarom blijft het zo'n belangrijk gezondheidsprobleem?
SPEAKER_00Dagelijks in België alleen al zijn er 52 mensen die een beroerte krijgen. Dus dat komt echt wel vrij veel voor. Als we kijken naar levenslang risico, dan is het eigenlijk zo dat 1 op 6 Belgen gedurende hun leven een CVA zal krijgen, een beroerte zal krijgen. En wereldwijd is dat jaarlijks 15 miljoen mensen. Het is ook een heel belangrijke doodsoorzaak. En we weten eigenlijk dat 80% van die beroertes kan voorkomen worden, of voor een groot stuk kan voorkomen worden door maatregelen daarvoor te treffen, daar risicofactoren te behandelen.
SPEAKER_02Welke factoren zijn dat dan? Welke factoren verhogen dat risico precies?
SPEAKER_00Er zijn er redelijk wat. Nummer 1 is roken. Dat is echt een superbelangrijke. Dus ja, als mensen nog aan het twijfelen zijn om te stoppen met roken, this is your sign. We hebben ook, om toch een beetje reclame te maken voor ons eigenlijk, een toptabacoloog in het RMSC zitten, dat is mevrouw Annemieke Schones. En zij kan ook heel goed begeleiding daarin voorzien, zowel in groepstherapie, individuele therapie. Met hulpmiddelen, met pleisters, met pilletjes, met kougommen. Heel veel verschillende mogelijkheden. Dus roken is risicofactor nummer één, omdat dat de bloedvaten ook doet dichtslippen. Als we dan toch het hebben over dichtslippen, dan gaat het ook over verhoogde cholesterol, verhoogde vetten in het bloed en algemeen overgewicht. Alcohol is er ook één die toch wel redelijk belangrijk is. En als we dan nog verder kijken, dan zitten we eigenlijk bij de hartziekten. De hartziekten gaat dan zowel over een verhoogde bloeddruk, die dan moet behandeld worden, we streven daar toch van. Typische waarde zeggen ze 12 over 8. En wel ja, dat is toch echt wel nog altijd een streefwaarde. Maar het gaat ook over bijvoorbeeld hartritmestoornissen. Want er bestaat iets genaamd een genaamde voorkamerfibrillatie. En daar gaat het hart eigenlijk dus verkeerd gaan samentrekken. En in plaats van dat dat een mooie volwaardige pomp is, gaat dat door die verkeerde samentrekking een turbulentie in het hart gaan geven. Nu, turbulentie, waarom is dat een probleem? Kijk naar een rivier die turbulent is, dan krijg je veel meer slipafzetting. Hetzelfde in het hart ga je eigenlijk klonterrisico gaan krijgen, want in het slip van de bloedvaten, dat is de geboorteplaats van klonters. Nog een risicofactor die heel belangrijk is om toch ook op te volgen te controleren, is suikerziekte of diabetes. Want we weten dat ook zij eigenlijk een vernauwing van de bloedvaten kunnen hebben ten gevolge van een onbehandelde suikerziekte. Er zijn ook bepaalde medicamenten die verhoogd risico kunnen geven. Het niet fysiek actief zijn, dus eigenlijk de sedentaire levensstijl, zoals zoveel onder ons hebben, is eigenlijk ook echt wel een belangrijke risicofactor, wordt aangeraden van 30 minuten per dag matig intensief te bewegen, maar de gemiddelde Belg komt daar niet aan. Bij deze dus ook een oproep van daaraan te denken, er bestaat ook bijvoorbeeld bewegen op verwijzing, waarbij er meer laagdrempelig gekeken wordt. Je moet niet per se dagelijks een half uur gaan joggen. Is het wandelen, is het dansen, zit je met je kinderen gek aan doen, aan dansen, aan het springen aan doen. Allemaal tof. Het zijn allemaal manieren om toch gezond in bewegen te blijven. Stress is ook een hele belangrijke, want ja, stress ook weer hogere bloeddruk. Stress geeft ook weer meer risico op hartritmestoornissen. Dus ja, dat totaal verhaal zorgt ervoor dat er toch wel een aantal belangrijke risicofactoren zijn. De laatste die is misschien ook wat minder gekend, is slaapapneu. Voor de snurkende partners hier. Bij deze toch ook een oproep om dat te laten controleren. Want slaapapne, of zoals dat een mooi medisch noemt, Ozas, dat is obstructief slaapapneusyndroom. Dat zien mensen vaak als mijn partner die snurkt, maar als ze dan ook ademhalingsstilstanden doen, dan noemen we dat dus dat slaapapneusyndroom. En dat geeft dus ook een verhoogde bloeddruk, dat geeft dus ook verhoogd risico op klonters. Dus dat is weer een van die zaken die eigenlijk als we dat vroegtijdig kunnen vinden, behandelen, heel sterk het risico kan verminderen op een CVA.
SPEAKER_01Broerte komt vaak heel plots voor. Dat maakt het zo belangrijk om het vroegtijdig te herkennen. Maar wat zijn dan de zaken die we moeten herkennen?
SPEAKER_00Da wordt nu bij de preventie en bij de sensibilisatie van de bevolking in het algemeen. Heel erg gewerkt met fast en nu ook befast. Voor wat staat dat? De B staat eigenlijk voor balance. Dus het gaat over evenwichtsproblemen. Zijn mensen opeens duizelig, kunnen ze opeens niet meer goed op ondervoeten staan, beginnen ze te strompelen, val ze als dat plots gebeurt. Ice. Mensen die opeens dubbel zicht hebben, een wazig zicht hebben of zeggen van ik zie gelijk de NF niet meer van mijn beeld. De F staat voor face. Waarbij er dus een afhangende mondhoek kan zijn, speekselverlies langs één kant. Een voos gevoel. Eigenlijk alsof je tandarts heel erg enthousiast is geweest, maar zonder dat je naar de tandarts gegaan bent. De A van Bast staat voor arm, dus eigenlijk een zwaktegevoel in de arm of een voos gevoel, of soms echt een volledig verlamde arm die gewoon langs jou hangt. Zowel van de arm kan het zijn, maar eigenlijk ook van het been of allebei. Een trucje dat je aan de mensen, als ze bijvoorbeeld als je merkt van die is hier verward aan doen en die heeft een afhangende mondhoek, vraag eens van de twee armen voor zich uit te strekken. Als die dat maar met één arm kan, dat is echt een alarmteken. Dat is echt wel, sorry, rechtstreeks naar spoed, niet twijfelen. De S van Bast staat voor speech. Dus als mensen dan eigenlijk een. In het Engels zeggen we slurred speech. Dus eigenlijk alsof ze een glaasje te veel op hebben, niet op wilde woorden kunnen komen, verkeerde woorden gebruiken, niet meer verstaanbaar zijn, dat ze eigenlijk plots niet meer kunnen articuleren. Dus gewoon een simpel zinnetje vragen van kun je dat nu een keer herhalen? Kun je zeggen, de appel valt niet ver van de boom of zo. En als mensen dat niet kunnen, of het is lul. Ja, dat is toch echt wel ook weer een urgentie. De T van Beefast, dat staat voor time. Dat wil eigenlijk zeggen van ja, tijd is brein. Hoe sneller dat je de hulpdienst belt, en dan heb ik het echt over 112 met de mug. Want we vermoeden van CVA, dat is een super urgentie. Dus ik herhaal Beefast, balance, of evenwicht. Ice, ogen. Face, het gezicht, de afhangende mondhoek. A, arm. Of dus been, een zwakte. De speech of de spraak die dus verminderd is of veranderd is. En vooral time, bel de 112, zo snel mogelijk. Time is brain.
SPEAKER_01Zijn er ook signalen die soms onderschat worden? Ik denk bijvoorbeeld aan die balance. Mensen kunnen wel eens uit evenwig zijn. Dat is niet altijd een beroerte. Het zijn er zo zaken die mensen toch aan het wel eens onderschatten en dan te lang wachten.
SPEAKER_00Dat is heel vaak zo, CVA's. Heel veel van patiënten die bij ons op de revalidatie komen met uitgebreide CVA's, het zijn mensen die het miskend hebben en die daardoor eigenlijk een veel grotere infarctzone hebben en dus ook een veel grotere uitval hebben. Bij twijfel heb ik zoiets van: ik heb liever dat je een keer te veel dan 112 gebeld hebt. Als je een vermoeden hebt van een CVA. Dus als inderdaad, als je opeens merkt van ja, mijn moeder, mijn vader, die strompelt veel meer dan gewoonlijk. Ik heb die vorige week nog gezien en die was niet aan het strompelen, nu wel, laat die alarmbel in je hoofd afgaan en bel de 112. Hetzelfde met die spraak. Ik denk als er mensen met een vermoeden van CVA komen, liefst zo snel mogelijk reageren. En ze gaan op spoed jou ook niet raar aankijken. Als je met die symptomen langskomt, dan gaan zij hetzelfde doen. En gaan zij gewoon echt het strookprotocol, dus het onderzoeks- en behandelprogramma, in gang steken zonder twijfel.
SPEAKER_01Ik hoor heel duidelijk zeggen: belde 112. Dus dat wil zeggen niet zelf naar de spoed sukkelen.
SPEAKER_00Nee, waarom? Dus ja dat kan verergeren, enerzijds een CVA. En we kunnen eigenlijk toch ook al iets van eerste hulp gaan toedienen. Al was het maar in infuus spreken, zien dat er toch een beetje een vochttoevoer is in de bloedvaten, waar we dan straks gemakkelijk, als je op spoed bent, enerzijds de CT-hersen, dus het onderzoek waarbij we de diagnose van CVA stellen kunnen doen. Want dat is ook bijvoorbeeld met contraststof, en dat moet dan ook via een infuus geplaatst worden. En twee, de behandeling. Een van de behandelingsmogelijkheden voor CVA is ook via de bloedvaten. Dus als dat een fuusje zit, is dat eigenlijk al fenomenaal. En vooral ook time is brain. Je gaat met een ambulance meestal wel sneller op spoed geraken en met een mug dan dat je zelf met een auto gaat proberen rijden. En als je zelf die uitvalssyntoopnet, alsjeblieft, kruip niet in een auto. Je bent niet in staat van zelf te rijden. Als passagier is het eigenlijk al niet oké, maar als bestuurder al helemaal niet.
SPEAKER_02Als de patiënt binnenkomt, welke behandelingen zijn dan eigenlijk mogelijk, afhankelijk van het type beroerte?
SPEAKER_00Het eerste dat we gaan doen, is gaan kijken van oké, als het een CVA is, wat voor CVA is het? En dan had ik het daar net over die CT van de hersenen. Dat is dus eigenlijk een scanner van de hersenen waarbij we gaan kijken van oké, is het een bloeding is of is er ergens een klonter te zien. Daar voordient dus die contrastvloeistof die in de bloedvaten gaat. Want door die contrastvloeistof kunnen we eigenlijk zien of er ergens een stopbeeld is, of dat er eigenlijk er is waar we weten dat er nog een bloedvat moet doorlopen. Als dat plots niet zichtbaar is, weten we van dat contrast komt daar niet. Dat kan daar niet door, daar zit de stop. En daar kunnen we als mensen snel genoeg naar spoed komen, eigenlijk ook direct gaan zeggen van oké, nu gaan we bloedverdunde medicatie via een infuus gaan geven. Maar dat kan enkel als je eigenlijk binnen de zes uur na het ontstaan van een CVA op spoed die behandeling kunt krijgen. Want daarna werkt die bloedverdunde medicatie eigenlijk niet meer zo goed. Het is sowieso ook nog belangrijk om na die zes uur toch zo snel mogelijk naar spoed te geraken. Want als je daar binnen de 24 uur bent, dan kunnen ze ook de klonter proberen weghalen via de bloedvaten. Dat zijn onze interventionele radiologen die dan eigenlijk met een soort van netje in de bloedvaten gaan om die klonter te proberen los tekken en uit het lichaam trekken. Dat zijn de behandelingen voor de klonters, dus voor de ischemische CV's. En dan voor een hemorragisch CVA, of dus de hersenbloeding, bestaan er ook verschillende opties. De eerste behandeling die we gaan hebben, gaat over de overdruk in de hersenen weghalen, want doordat er daar extra bloed in de hersen zit in een afgesloten schedel, kan er dus een overdruk ontstaan. Daar kunnen we het stuk van het schedeldak gaan openen. Dat is een trepanatie. Al dan niet met het plaatsen van een drainage, dus eigenlijk een tube die het overtollige bloed toch gaat proberen te laten afvloeien. We kunnen ook proberen de bloeding, als die nog actief bezig is, te stelpen door er een clip op te zetten, een vaatklip. Of intern door daar eigenlijk een koil, een soort van kluwen in te zetten die dan ook bloedstelpend werkt.
SPEAKER_02En als de patiënt dan uiteindelijk na op spoedse zijn geweest op neurologie terechtkomt, wat gebeurt daar dan eigenlijk nog op die afdeling?
SPEAKER_00De eerste stap is als ze echt nog in die hyperacute fase zitten, dan komen mensen op de strookunit terecht. Dat is eigenlijk tussen de afdeling neurologie en de intensieve zorgen. Soms gaan de mensen ook naar intensieve zorgen als ze echt te onstabiel zijn, als ze eigenlijk naar hart naar de bloedvaten, naar het hart, naar de longen niet voldoende stabiel zijn op een kamer te liggen, als ze moeten beademd worden, bijvoorbeeld. Als ze toch voldoende stabiel zijn, dan komen ze op de strookje terecht en daar worden ze ook echt nog extra gemonitord. Dus je hebt eigenlijk continu een hartfilmpje aan, bijvoorbeeld. Waarbij dan zo kunnen kijken van zijn ritmestoornissen. Ik kom terug op die risicofactoren. Want ja, zolang die ritmestoornissen er zijn, moeten we ook kijken voor die te behandelen of daarnaar te handelen met de juiste bloedverdunning. Ze gaan ook algemeen gaan opvolgen van kijk, die symptomen die er zijn, die zouden eigenlijk zeker na een behandeling zoals die trombectomie of trombolyse, zouden de symptomen moeten verbeteren. Dus als je opeens juist nog een meer afhangende mondhoek hebt of heel erg verward bent ofzo, dan moeten ze ingrijpen, want ze steken van oké, er is hier nog altijd iets gaande. Dus het is een continue monitoring. Die verpleging zit eigenlijk echt bijna continu op jou te kijken, al dan niet via een videoscherm, van je toch nog een beetje rust te geven. Ja, bloeddrukken worden echt super regelmatig gecontroleerd, ook daar weer die risicofactor. Eventueel worden er bloedgassen genomen, waarbij we kijken van de mensen niet aan het verzuren of zo. Het zijn eigenlijk allemaal mogelijkheden. Dat betekent het eigenlijk? We volgen jou heel nabij op.
SPEAKER_02Een moeder verschuft de focus dan van acute zorg naar de revalidatie.
SPEAKER_00Dus er is nog een tussenstap. Dus ik had het over die strookunit. Dan gaan we naar de afdeling neurologie. Dan zijn we nog altijd bezig met die risicofactoren te bekijken, te behandelen. Maar zijn de mensen al stabieler, niet meer in die eerste 48 uur, waarin er toch nog altijd risico is dat het onstabiel wordt, dat het gevaarlijker wordt. Dan gaan we naar de afdeling neurologie. Gaan we verder naar de risicofactoren kijken. Dan komt de kinesitherapeut ook langs, dan komt de ergotherapeut langs. Zijn er eventueel slik- en spraakproblemen, komt de logopedist al een eerste keer langs. En dan gaat vanuit die evaluatie van kine ergologo, de neurolog ook gaan kijken van kan die persoon naar huis? Ja, oké. Heeft hij nog ambulante revalidatie nodig of is die volledig gerecupereerd of quasi volledig gerecupereerd? En dan, als dat niet het geval is, moet die een ambulante revalidatie komen of een opgenomen revalidatie. En dan sturen ze een opname aanvraag naar ons met de vraag van oké ja, kijk, kan persoon X of Y bij jullie komen revalideren en zo ja, wanneer kan die opgenomen worden?
SPEAKER_01Geen enkele patiënt zijn hetzelfde. Een hersteltraject dus vermoedelijk ook niet. Wat maakt juist dat het herstel bij iedere patiënt zo verschillend kan zijn?
SPEAKER_00Ja, dat is omdat je patiënten ten eerste al enorm verschillen. Geen twee mensen zijn hetzelfde zijn. Maar ook, ja, ik heb eigenlijk nog geen twee CVA's geweten die hetzelfde zijn, die knal hetzelfde beeld geven. Er zijn zoveel plaatsen in de hersenen waar zo'n CVA zich kan voordoen. Als dat in de voorste slagader zit, versus de middenste of de achterste in de hersenen, dat is een totaal verschillend beeld. Maar dan is het ook de vraag van ja, zit dat ergens heel dicht bij de hals, dus eigenlijk bij de bron, waarbij dat de volledige zone is aangetast, of is dat eigenlijk stroomafwaarts een heel klein klontertje dat maar een heel klein gebied beslaat. Dus geen enkel CVA is hetzelfde, geen enkele patiënt is hetzelfde. Gooi die twee te samen en ik heb nog geen twee identieke revalidaties gezien.
SPEAKER_01En wat zijn dan zo de zaken waar een patiënt te maken mee kan krijgen? Motorisch, qua cognitie, qua spraak, communicatie, wat zijn zo de belangrijkste zaken?
SPEAKER_00Qua motorisch, daar zitten we dus met, dat ik daar juist al zei, met een verlamming van armen en benen die kan zijn. Ik benoem nu de armen en de benen, maar eigenlijk is het de volledige lichaamshelft. Dus dat kan zowel het gezicht zijn, de armen zijn, maar ook de romp, waardoor mensen volledig scheef gaan zakken. Gewoon niet meer kunnen zitten zonder steun op je bed of op een stoel zonder leuningen, omdat je zo uitzakt. Dat kan echt wel. Hetzelfde met een verlamd been, dat kan een lichte verlamming zijn, waarbij de mensen wel nog kunnen stappen, maar een verminderde kracht hebben of een klapvoet hebben, een dropvoet noemt dat ook wel, waarbij we de tenen eigenlijk niet meer omhoog kunnen heffen en de mensen struikelen over hun eigen voeten. Maar dat kan ook echt een volledig lam been zijn.
SPEAKER_03Voor het cognitieve stuk zijn dat ook heel uiteenlopende klachten. Mensen kunnen bijvoorbeeld aandachtsproblemen hebben, geheugenproblemen, moeite met het verwerken van informatie, een beetje vertraagd zijn. Wat de communicatie betreft, zijn er twee grote groepen, mensen met spraakstoornissen en mensen met taalstoornissen. Spraakstoornissen zijn mensen die minder verstaanbaar zijn, maar eigenlijk wel gezegd krijgen wat ze willen, meestal, of tenminste, goed kunnen compenseren. En dan is er nog een grote groep mensen met taalproblemen die instructies niet zo heel goed begrijpen, die moeilijker kunnen lezen en schrijven of helemaal niet meer kunnen lezen en schrijven, woordvindingsproblemen hebben, moeite hebben met zinnen maken. En ik kan je wel voorstellen dat dat voor heel grote problemen zorgt in het dagelijks leven.
SPEAKER_01Er kunnen mogelijk ook problemen met slikken bij komen.
SPEAKER_03Ja, dat klopt. Meestal door een verminderde gevoeligheid of door krachtproblemen, dat mensen zich gaan verslikken. Dat kan zowel zijn in vaste voeding als in vloeistoffen. Meestal is het dan een combinatie van de twee. Dat zijn ook zaken waarvoor ze bij hun logobiddis terecht kunnen. We gaan dan krachttraining doen, bijvoorbeeld, de maaltijden monitoren, tips geven om ervoor te zorgen dat we toch een zo groot mogelijke levenskwaliteit bekomen daarin.
SPEAKER_01Afhankelijk van de ernst van de beroerte zijn dat allemaal nogal ingrijpende zaken. Wat zijn zo de meest ingrijpende zaken voor de patiënt zelf of voor de omstaanders?
SPEAKER_03Ik denk dat dat voor iedereen wel een beetje verschillend is. Nu als logopedist zijnde zie ik wel natuurlijk de impact van communicatieproblemen in het dagelijks leven. Want communicatie is op alle vlakken in het leven natuurlijk, dat gaat van een keer goede dag zeggen tegen de buurvrouw, naar bijvoorbeeld in combinatie met slikproblemen op het restaurant kunnen gaan met de vrienden, iets heel erg graag willen communiceren, maar de juiste woorden niet vinden en daardoor verkeerd begrepen worden. Of misschien zo naar omgang toe, hebben mensen ook wel vaak de indruk: oei, er is iets met die persoon. En worden ze vaak een beetje anders bekeken. Terwijl mensen eigenlijk gewoon maar moeite hebben met die communicatie. Dus zeker heeft dat een grote impact. Daarnaast het cognitieve stuk natuurlijk ook. Cognitie is ook iets wat overal in verweven zit. Denk maar aan. Kookactief. Bijvoorbeeld waar je een plan nodig hebt, je moet stappen uitvoeren, het liefst in de juiste volgorde. En dat is ook al een moeilijkheid voor sommige personen naast CVA. En dan heb je natuurlijk de zichtbare problemen, de motorische problemen. Het niet meer kunnen stappen, niet zelf uit een stoel kunnen komen, niet zelf in bed gaan liggen, dus waar je heel afhankelijk wordt van de omgeving.
SPEAKER_00Voor familie merk ik ook wel dat gedragsmatig een heel grote uitdaging kan zijn. Uiteindelijk is het zo van jouw partner of jouw vader, moeder, in het slechtste geval zelfs zoon of dochter, krijgt een CVA. En die herkennen, ja je herkent eigenlijk soms je eigen familielid niet meer, ook naar gedraging toe. Want het kan ook zijn dat een CVA eigenlijk aantassing geeft in de zones die met gedrag, met emotie te maken hebben, waardoor je bepaalde karaktertrekken heel erg uitvergroot ziet. Echt tot het karikaturale toe soms. Mensen die altijd wel een beetje pitje precies waren, die kunnen nu eigenlijk geen stofje meer zien. Elke beweging moet perfect uitgevoerd worden, waardoor ze eigenlijk blokkeren en geen beweging kunnen uitvoeren. Mensen die sowieso al wel wat zwart-wit dachten, die nu eigenlijk totaal geen grijzones meer zien. Mensen die algemeen ook wel al bijvoorbeeld wat stresskipjes waren, om het zo te zeggen. Dat zijn helaas meestal wel de dames. Die nu eigenlijk vanal dat er ook maar iets in hun vaste planning verandert, dat het eigenlijk als een drama aanvoelt, heel overwelderend aanvoelt. En dat is zowel voor de patiënt, maar zeker ook voor de familie. Ik heb echt families die zei van ik herken mijn man niet meer. En dat komt meestal wel een stukje terug. Maar tegelijk is het ook wel zo: van ja, de patiënt moet leren leven met de nieuwe ik, maar de familie moet ook leren leven met hun nieuw familielid.
SPEAKER_03Zelfs eigenlijk als er geen persoonlijkheidsveranderingen zijn. Als we maar gewoon denken aan die communicatieproblemen, vraagt ook een andere aanpak van de omgeving. Het zal het mensen zijn die heel actief altijd waren en door motorische beperkingen lukt dat nu niet meer. Het zijn natuurlijk ook zaken die bij partner-, kinderen en omgeving terechtkomen en die wel wat aanpassing vragen in het hele dagelijks leven.
SPEAKER_02Want we spreken nu over revalidatie. Revalidatie is eigenlijk meer dan oefenen alleen. Het is een multidisciplinair traject waarin heel wat zorgverleners samenwerken. Hoe start een revalidatietraject concreet?
SPEAKER_00Dus eigenlijk revalidatie start al van voor dat mensen bij ons toekomen. Sowieso. Het is de afdeling neurologie. Dat er al een kinesitherapeut langkomt, een ergotherapeut langkomt, een logopedist langskomt. Enerzijds aan de kant van de patiënt wordt er daar al geëvalueerd en geoefend. Anderzijds voor ons start het ook voor dat de patiënt op de afdeling is. Want daar komt die opname aanvraag vanuit een afdeling neurologie, een afdeling neurochirurgie. En dan is de eerste vraag van ja, komt de patiënt die nu aangemeld is bij ons, een aanmerking voor de revalidatie? En zo ja, opgenomen revalidatie of kom je ambulant drie keer per week, vijf keer per week, moeten we eigenlijk dan ook een stukje van op de aanvraagformulier van het aanvraagformulier van de afdeling gaan bekijken. En wat heeft de patiënt nodig? Is er inderdaad al een indruk van cognitieve problemen of gedragsproblemen, persoonlijkheid die veranderd is? Dan gaan we zeker al onze psycholoog gaan inschakelen. Is er sprake van slikststoornissen? Zijn maar zeker dat, dat de logopedist is dat we proberen van die op dag één al tot bij de patiënt te krijgen bij opname, gaan we ook gaan kijken van ja, kijk, er moet maaltijdbegeleiding zijn, er moet iemand zijn die mee in de gaten houdt. Of dat het veilig is wat dat persoon in kwestie eet en drinkt en hoe die dat eet en drinkt. De diëtist kan daar ook in ingeschakeld worden als er bijvoorbeeld zondevoeding is, dan gaan wij ook aan onder andere iemand ons diëtist leen gaan vragen van. kan je al eens meekijken? Want er is die en die zondevoeding. Is dat oké naar een aantal calorieën per dag? Moet dat meer zijn, moet dat minder zijn? Mensen die bijvoorbeeld heel veel spieren zijn verloren, die gaan we bijvoorbeeld een ijver dieet proberen geven. Maar op welke manier passen we dat naartoe? Ik noem dat SOS-leen. Dan bellen we naar onze diëtisten van hé, kun je even meekijken, want dit is toch wel een uitgebreide casus. En dan is er de opname zelf. De opname zelf, dat begint eigenlijk dag één. Mensen hebben al het vervoer gehad van het ziekenhuis tot bij ons. Dus dat is eigenlijk al heel intensief. Mensen zijn daar heel vaak al serieus vermoeid van. En dan is er een opnamegesprek. Ik kom langs of een van mijn collega artsen komt langs. De verpleging komt ook langs. Verpleegkundige specialisten gaan ook een aantal testen doen, een aantal vragen stellen, zowel over het huidig functioneeren, maar ook hoe functioneerde jij daarvoor? Was jij volledig zelfstandig? Had jal thuisverpleging voor iets van hulp. Zijn er al hulpmiddelen in huis? Is je huis al aangepast? Ook de kinesiotherapeut gaat langskomen. En we kijken ook al voor een rolstoel of een loophulpmiddel te voorzien, een beetje naar gelang het functioneren en wat dat er veilig is voor jou op dat moment. Ik weet dat de mensen soms gefrustreerd zijn dat ze zeggen van ja, maar op de vorige afdeling, dan stap ik al met een stok. En ik krijg nu van jou een rolator. En ze zeggen van ja, kijk, soms zetten wij een stapje terug. Gewoon om te kijken van oké, is het veilig? Wij moeten jou nog leren kennen, want het is dag één. Maar eenmaal als we jou kennen en we hebben dat wederzijds vertrouwen. Ja, dan kan het snel gaan van rolator naar stok zonder hulpmiddel, enzovoort. Vanaf dag twee, dus op basis van al de informatie die we enerzijds van de opnameaanvraag en dan van de eerste opnamedag hebben. Hebben we ons therapieschema en dan vliegen we erin. Dan is er echt wel kinesotherapie, logopedie, ergotherapie, psychotherapie. De dokter komt ook dagelijks langs. Dat is ofwel ik of wel een van mijn collega's. En de patiënten krijgen ook echt een therapieschema, een vier'tje met eigenlijk een weekschema van wie heeft wanneer welke oefeningen en bij welke therapeut ook. Want we proberen ook vaste therapeuten bij de patiënt te gebruiken, zodat er ook een vertrouwensrelatie is. Plus mensen met hersenlets hebben ook vaak moeite met geheugen. Dan is dezelfde gezichten zien, zodat ze die toch kunnen herkennen en daar ook wel iets geruster in zijn, is een hele belangrijke. Tijdens de weekdagen tussen 8 en half 5 is er dus eigenlijk oefeningen. Dus niet constante oefeningen. Er wordt meestal een dikke twee uur therapie voorzien. Soms is dat ietsje meer afhankelijk van of we groepsrevalidatie kunnen aanbieden. En dat wordt gespreid over de dag. In de weekends en de avonden is rust en soms plannen we ook echt wel middag rust in, opnieuw. CVA's, vermoeidheid is daar een heel belangrijk factor. En we merken dat mensen bijvoorbeeld in de vormiddag al een uur aan een stuk of twee keer een half uur geoefend hebben, dat ze echt wel al back-of kunnen zijn. Dat is zeer intensief. En dan heb ik het niet alleen over het fysieke, maar zeker ook het logopedische. Als je continu op je slikken, op je ademhaling moet werken en na een half uur, dan ben je echt wel moe. Dus verplichte middagrust is zeker ook iets dat we regelmatig inplan. En dan bekijken we het week per week. Elke woensdag is er bij ons het interprofessioneel overleg. Waarbij eigenlijk alle betrokken professionals aanwezig zijn, waarbij we bespreken: oké, wie is persoon, wie is onze revalidant, wat zijn de doelstellingen, wat is de vooruitgang? Dat bekijken we week per week, waar zijn de werkpunten? Kunnen we ook naar ontslagplan gaan kijken? Maar voordat we naar ontslagplanning gaan kijken, gaan we ook gaan kijken van oké, is er een REVAG nodig, zijn er proefweekends nodig of een rond de tafelgesprek. Wat is een REVADA? Dat is een revalidatiedag waarbij we een halve of een volle dag alle therapieën en verpleegkundige zorgen samenvoegen. En we gaan eigenlijk de patiënt met zijn familie gaan uitnodigen om dat te gaan meevolgen. Ik zeg familie. Familie kan ook dichtse vertrouwenspersonen zijn. Dat kan je partner zijn, dat kan de buurvrouw zijn, waar je eigenlijk alle dagen ervoor mee op stap ging, maar degene die eigenlijk het dichtste bij jou staan. Het doel is van de rivalidanten te gaan informeren, de familie gaan informeren, de therapeuten. Ook technieken gaan aanleren en ter voorbereiding van weekends of ontslagplanning, waarom is samenwerking tussen artsen, verpleegkundigen en therapeuten zo belangrijk?
SPEAKER_03In het revalidatiecentrum werken we natuurlijk samen als een team aan dezelfde doelen. In die eerste weken gaat iedereen wel een beetje vanuit zijn eigen perspectief kijken, vanuit zijn eigen discipline. Maar op het interprofessioneel overleg leggen we dan al die zaken samen en gaan we kijken waar we als team aan kunnen werken. En aangezien we aan dezelfde doelen werken om iemand naar huis of naar ons zorgcentrum of waar dan ook te krijgen, is het natuurlijk belangrijk dat we weten van elkaar waar we mee bezig zijn, dat we daar ook heel goed over communiceren. Een simpel voorbeeld is misschien een kinesis die bepaalt op welke manier een persoon al zou kunnen stappen, bijvoorbeeld met een rollator of met een ander loophulpmiddel. De verpleging die dat voortzet op de afdeling en de arts die mogelijks bijstuurt in bloeddrukmedicatie bijvoorbeeld. Dus dat is een mooi voorbeeld van hoe wij samenwerken aan specifieke doelen. En dat communicatie ook zo belangrijk is als ik bijvoorbeeld ook wel weten of iemand zich verslikt heeft in een andere therapie of iemand goed uit zijn woorden komt in een andere therapie, omdat ik daar in mijn domein dan ook weer verder mee kan.
SPEAKER_02Ik ga heel specifiek op jouw vakgebied even het hoor vragen, Nathalie. Welke problemen met taal, sprake of slikken zie jij vaak na een beroerte?
SPEAKER_03Voor taal is een moeilijk woord dat je een affasie hebt. Dus personen die beroerte hebben gehad, meestal in een specifiek gebied in de hersenen, die kunnen een affasie krijgen. Affasie is eigenlijk een verzamelnaam voor communicatieproblemen die zich uiten op vier verschillende gebieden. Mens kunnen problemen hebben met het begrijpen van taal, met het produceren van taal, dus het spreken, met lezen en met schrijven. En daar zijn natuurlijk weer veel varianten in mogelijk. Sommige personen kunnen echt geen van die vier meer en hebben een heel groot communicatieprobleem tot helemaal het andere einde van het spectrum, waar persoon bijvoorbeeld af en toe niet op een woord kunnen komen. Dus dat stukje taal voor spraak, heet dat dan een disarterie. Dus spraakproblemen, mensen zijn moeilijker verstaanbaar, hebben ademhalingsproblemen, bijvoorbeeld een heel oppervlakkige ademhaling of hebben moeite met het coördineren van de ademhaling tijdens het spreken. Kunnen stemproblemen zijn? Een beetje de slurred speech, zoals Laura daar straks zei. Alles vloeit een beetje door elkaar, er is weinig pittige articulatie. En dan hebben we natuurlijk nog een stukje slikken daarbij, wat los staat van de communicatie ook een groot logopedisch probleem.
SPEAKER_02En als jij de patiënten ziet, hoe gaat dat dan eigenlijk in de praktijk in zijn werk?
SPEAKER_03We beginnen altijd eerst met een kort gesprekje om al eens te horen hoe het gaat met iemand. Ook eens kijken of we zelf al dingen oppikken zonder dat we meteen beginnen testen. Want je creëert natuurlijk een kunstmatige situatie af. Van het moment dat je een testmap boven haalt. Dus daar halen wij al redelijk veel uit. Moest dat toch niet lukken, dan gaan we wel over naar wat oefeningen in de vorm van een test. Bijvoorbeeld bij personen met afasie zijn dat benoemdtaken, begripstaken. Ik geef bijvoorbeeld een opdracht en ik kijk of mensen dat kunnen uitvoeren of niet. Dat is vooral de eerste twee weken dat we daar toch wel mee bezig zijn om alles goed in kaart te brengen. Dat koppelen we dan ook terug naar de rest van het team en dan gaan we daar een therapie aan koppelen, afhankelijk van wat uit die test komt natuurlijk. Voor spraakproblemen en slikproblemen is dan net hetzelfde. We starten ook met het bevragen van de persoon zelf, wat zijn de klachten die ervaren worden. We kiezen een test die geschikt is om die dingen op te vangen. En dan gaan we kijken wat er effectief een probleem is en waar we op kunnen trainen. En waarom is ook educatie van de familie zo belangrijk? Als ik bijvoorbeeld het stukje slikproblemen daarbij neem, bij slikproblemen heb je natuurlijk een groot medisch risico. Als mensen zich verslikken en bijvoorbeeld niet heel goed voelen dat ze zich verslikken en geen hoestreflex hebben. Als wij ons verslikken, dan moeten we nog maar een druppeltje water of zo verkeerd zetten. En je blijft eigenlijk hoesten totdat dat weg is, want niemand kan dat dragen. Als je verminderde sensibiliteit, minder gevoel hebt, zou het kunnen zijn dat je die hoestreflex niet hebt en dat eten of vloeistof rechtstreeks naar de longen loopt. Voor helder water is dat meestal niet zo'n probleem, maar als we het dan hebben over voeding, over suikerhoudende dranken, dat gaat ontsteken. Natuurlijk, dat hoort niet thuis in longen. Dus dan gaan we richting een longontsteking en zijn we een stuk verder van huis. Dat is meestal terug een opname in het ziekenhuis. De revalidatie wordt gepauzeerd, waardoor dat wel heel belangrijk is dat familie goed begrijpt waarom wij bepaalde dingen niet toelaten, waarom er bijvoorbeeld dranken ingedikt moeten worden. Want dat is uiteraard niet leuk als je verdekte dranken moet drinken, als je gemale voeding moet eten. Maar dat is echt een veiligheidsrisico om die dingen in te stellen. Dus dat zijn wel zaken die wij graag uitleggen. Als we het dan hebben over de spraak- en taalproblemen, als iemand instructies niet goed begrijpt, taal niet goed begrijpt, en we merken dat familie met heel veel verhalen komt altijd. En de persoon met de afvasie bijvoorbeeld overspoelt, dan hebben wij daar ook wel een rol om bij uit te leggen wat het er precies aan de hand is, zodat mensen goed begrijpen hoe ze met de persoon met afasie kunnen communiceren en daar ook een beetje training voor krijgen. Mensen zijn in de therapie binnen de logopedie altijd welkom om mee te volgen, omdat wij ook apart zetten met de mensen in de kinesalen natuurlijk minder vanzelfsprekend, dan is dat echt op afspraak. Maar op die manier proberen we dat wel op te vangen.
SPEAKER_01Lora sprak juist al over de Revadag. Een belangrijk moment waarin familieleden samenkomen met zorgverleners en de patiënt zelf om zich voor te bereiden op die grote stap naar huis. Maar wat zijn nog zaken die jullie doen om die voorbereiding mogelijk te maken?
SPEAKER_00Een van de zaken die we daar doen, zijn proefweekends. Waarbij mensen dus eigenlijk op zaterdag en of op zondag naar huis gaan. In het begin is dat een halve dag, een paar uurtjes. Eigenlijk om ook even uit die sleur van de rivalidatie, die vier muren van hun kamer, weg te zijn. Maar het is ook tegelijk eens je teen in het water steken, om het zo te zeggen. Van oké, hoe gaat dat nu thuis? Lukt het van koffie te zetten? Of kan ik überhaupt met de rolstoel thuis binnen? Hoe lukt het met in- en uit een auto gaan? Hoe lukt het om thuis het toilet te nemen? Want ja, oké, sommige mensen hebben een mooi ruimte toilet. Kun je de rolstoel naast zetten, mooi over gaan zitten? Prima. Andere mensen hebben een heel nauw toilet, waar je überhaupt niet met de rolstoel graag. Gra je er met de rollator? Gaak je er op die manier wel? Het zijn zaken die moeten nagekeken worden. Dus de eerste keer is overdag. Dan gaan we van een halve dag naar een volle dag kijken van oké, hoe is dat ook naar vermoeidheid toe? Is het vermoeiend voor de patiënt? Is het vermoeiend voor de familie, voor de partner die op dat moment aanwezig is? Dan doen we meestal onze revalidatiedag om inderdaad met de therapie mee te volgen, te kijken van hoe ver staat onze patiënt staat. En de familie te educeren en de interactie tussen familie, revalidant, maar ook wij als team te hebben. En dan doen we meestal de eerste overnachting. Spannend moment. Meestal kijken de patiënten daar super naar uit. Voor ons is dat ook altijd een beetje van oké, gaat dat goed verlopen? Als die s'nachts naar het toilet moet gaan. Gaat dat oké zijn? Gaat dat goed? Super. Er is ook na elk weekend een evaluatieformulier dat ingevuld wordt. Zeker als er een opbouw is geweest, bijvoorbeeld van overdag naar overnachting. En de familie kan daar ook op aangeven. De patiënt kan aangeven, maar de familie ook van oké, hoe is dat nu geweest? Waar liepen we tegenaan? Wat ging er goed? En dan kunnen we dan de week die na het weekend komt ook op inspelen in onze evalidatie. Merkten we van ja, mijn vrouw heeft proberen iets te koken, maar het snijden ging heel moeilijk. Top? Top, niet top voor de patiënt, maar hier kunnen we op werken, want we hebben binnen de ergotherapie heel veel verschillende hulpmiddelen die bijvoorbeeld het snijden kunnen vergemakkelijken. Kun je een pot niet opdraaien, opnieuw hulpmiddelen. Het kan zo simpel zijn als een steunbaar installeren of inderdaad een extra hulpmiddel in de keuken hebben of in de badkamer hebben, die ervoor zorgt dat je eigenlijk terug thuis zelfstandig kan functioneren. Dat is zo belangrijk, want ja, die zelfstandigheid, dat. Ik denk daar eigenlijk, als je zelfstandig bent, te weinig over na, of niet over na, hoe vanzelfsprekend we dat vinden, totdat je dat kwijt bent en totdat je eigenlijk letterlijk voor je poep af te kruisen, moet hulp vragen. Dat is gruwelijk. Dat is ja zo confronterend voor de patiënten. Dus als we daarin kunnen helpen met een hulpmiddel en dat kunnen uitproberen, dan we dan merken van yes, dit lukt, dat is het ultieme doel, om het zo te zeggen. En ja, als die weekends dan goed gaan, dan kijken we naar ontslagplanning. Dan kijken we van oké, kan je naar huis? Kom je dan nog naar hier revalideren? Kan er iemand jou voeren of moet er minder mobiele centrale ingeschakeld worden? Of ga je met een kiniesiotherapeut of een logopedist in de buurt toch nog verder revalideren? Want revalidatie stopt niet op het moment dat de patiënt uit ons revalidatiecentrum wandelt. Hersenletsels kunnen tot een jaar, zelfs twee jaar na het ontstaan van het hersenletsel nog evolueren. Die grote spectaculaire verandering, dat zit in die eerste maand, drie maand, zes maand. Mensen zijn meestal tussen een maand en drie maanden bij ons opgenomen, dan komt er ambulante revalidatie. Het zijn ook gemiddelde. Even voor de duidelijkheid dat patiënten die bij ons komen en zeggen: ja, ik moet hier zes maanden opgenomen zijn, we kunnen dat niet voorspellen. Maar een beetje in afhankelijk van hoe dat verloopt, zeggen we van oké, we doen de revalidatie, al dan niet ambulante revalidatie. Maar tot een jaar, twee jaar daarna ga je toch nog blijven oefenen. Het zij alleen in de thuissituatie, het zij met een kinesist, een logopedist, etc. Sommige mensen hebben ook iets van onderhoudsbehandeling nodig om toch dat functioneren optimaal te houden.
SPEAKER_01Gebeurt er soms ook dat, ondanks alle inspanningen van iedereen die betrokken is, dat het niet meer lukt om naar huis te gaan. En zo ja, hoe ziet dat het verder verloper dan uit?
SPEAKER_00Helaas wel. Ik zou het liefst van al mijn patiënten weer perfect normaal functioneren of perfect te houden naar huis sturen. Maar de realiteit is anders. Als dat grote letsels zijn, of dat zijn mensen die eigenlijk al op voorhand thuis ietsje moeilijker hadden of thuis al heel veel omkadering hadden, en dat we nu merken van potverdory, dat CVA is de druppel te veel. Dan moeten we ook wel die harde noten kraken en het gesprek aangaan met patiënt met familie van kijk, hey, ik denk dat dit niet gaat lukken, kunnen we toch eens overwegen: wat als het blijft zoals het nu is, ga je dan naar een serviceplet of ga je naar een woonzorgcentrum. En dan begeleidt onze sociale dienst daar ook enorm in van samen met patiënten gaan kijken van oké, welke woonzorgcentra zijn er hier in de buurt, zijn er die jouw voorkeur genieten, dan gaan we jou daar gaan inschrijven, kijken, oké, hoe zit het met de wachtlijst, eventueel een kort verblijf voorafgaand, als er nog geen definitieve plaats is, dat mensen dan een tijdelijk verblijvende woonzorgcentrum hebben. Dan worden die mogelijkheden bekeken. Dat is zowel met het volledige team dat dat bekeken wordt, dus zowel met de arts worden gesproken, met de familie, met de sociale dienst, met de therapeuten. Om toch een oplossing te vinden die voor iedereen aanvaardbaar is. Het is dan niet meer over ja, gelukkig zijn de mensen meestal niet als ze naar een woonzorgcentrum moeten gaan, maar we streven naar tevreden.
SPEAKER_01Je hebt toen straks op de cijfers gewezen. Heel wat mensen krijgen ooit, ik dacht één op zes, dat je zei, krijgen ooit een beroerte. Wat zeggen heel wat lotgenoten. Is er dan ook zoiets als een lotgenotencontact? Komen die mensen ergens samen? Vinden die steun bij elkaar, vinden die tips bij elkaar. Hoe ziet daaruit?
SPEAKER_03Er zijn eigenlijk veel initiatieven. Heel specifiek voor het Logopedestuk hebben we de Vereniging voor Afasie. Dus personen met afasie kunnen daar zeker terecht. Ze hebben een kring per provincie, dus ze moeten ook nooit heel ver te verplaatsen om daaraan deel te nemen. Zij organiseren activiteiten, zijn heel toegankelijk. Wij hebben binnen Noordrags Revalidatie NMS ook het Revamove programma, waar we verschillende vormen van sport aanbieden onder begeleiding. Dat is specifiek voor mensen na een revalidatie, niet alleen voor personen die een behoefte hebben gehaald, dat is eigenlijk heel breed. En daarin zit ook een avasiegroep, dus daar mogen mensen ook zeker terecht. En verder zijn er ook natuurlijk wel initiatieven te bereiken via de hersenetseliga, die ook wel mee kunnen sturen afhankelijk van waar dat de noden liggen.
SPEAKER_00Ja, ik ben persoonlijk heel grote fan van de hersenletsela. Zij hebben een aantal initiatieven. Bijvoorbeeld, zij doen om de twee jaar een congres, waarbij zowel hulpverleners als patiënten en mantelzorgers, familieleden welkom zijn. Met dus heel veel topics, bijvoorbeeld rond vermoeidheid. Het zijn altijd heel interessante bijscholingen op dat moment. Een tweede zaak waar ik heel groot van van ben bij de hersenletselliga is de hersenletsellijn. Dat is echt een telefoonnummer waar het naar kan gebeld worden, zowel door hulpverleners, ook door mantelzorgers, door patiënten met kijk, ik heb een hersenletsel, ik heb hier een vraag rond, ik vind het niet direct, kunnen jullie mij helpen? Zij doen ook bijvoorbeeld begeleiding in terugkeer naar werk. Bij mensen die op jongere leeftijd een hersenletsel krijgen, al dan niet een CVA of iets anders.
SPEAKER_02We zijn aan het einde gekomen van deze podcast. En wat ik vooral onthouden heb, is dat de bifast heel belangrijk is bij het herkennen van een beroerte. Maar ik had nog een één vraag: wat geeft patiënten en families hoop tijdens het traject?
SPEAKER_03Ik denk dat het daar vooral voor de kleine overwinningen gaat. De mensen die bij ons binnenkomen, zijn meestal heel erg gericht op ik wil terug worden zoals vroeger, maar gaandeweg. Zien we meestal dat dat toch niet meer zo haalbaar blijkt. En dat zijn ook mensen die uiteindelijk blij zijn met de kleine stapjes die ze dan toch maken, toch al zelf een paar stappen kunnen zetten, zelf een matig kunnen eten zonder dat ze zich verslikken, zelfs dan nog een boodschap kunnen overbrengen of toch nog eens een keer durven bellen naar iemand. Dus dat zijn de kleine stapjes die zij dan toch maken, waar ze zich gaan optrekken en de moet vandaan blijven halen om toch door te zetten. Want een rivalidatie is altijd een heel lang traject.
SPEAKER_00En het is ook een belangrijke. Patiënten zijn vaak heel lang bij ons. En omdat zij dagelijks in de spiegel kijken en dagelijks zichzelf evalueren, zien ze ook die vooruitgang niet altijd. Dus soms is het ook belangrijk om te zeggen van. hé, kijk eens naar drie weken geleden. Toen kan je dit en dit en dit niet. Zie jou nu. Van dat toch ook eens te bekrachtigen als hulpverlener van jij hebt hier echt wel al een weg afgelegd. En je bent nog altijd aan het evolueren. Te bekrachten van kijk, je zit nog in die flow, blijf vechten. Er zijn momenten dat je het inderdaad lastig hebt. Revalidatie, dat gaat op en af, dat is niet een stijgende lijn. Mensen denken dat vaak van ja, dat is een stijgende lijn van punt A naar B. Maar als je dan een keer een close-up bekijkt, dan heb je pieken en dalen. En van de mensen dat toch te zeggen van kijk eens waar je toch al geraakt bent. En je bent nog aan het evolueren. Dus hetgeen dat je nu hebt, heb je, maar er kan nog meer komen.
SPEAKER_02Mooi. Laura en Nathalie bedankt om vandaag jullie kennis en ervaring met ons te delen. Michiel bedankt om nog eens mijn gesprekspartner te zijn. En aan onze luisteraars bedankt om te luisteren naar Gezond Gesproken, de podcast van Noorderhart.