Eerlijk duurt het langst
Een podcast op het grensvlak van recht, theologie en hermeneutiek
Eerlijk duurt het langst
3 Vooruitgangsgeloof in de rechtszaal
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Is vooruitgangsgeloof een goede leidraad in de rechtszaal, of niet? Aan de hand van de klassieke zaak Trop vs. Dulles uit 1958 ga ik hier op in.
Hartelijk welkom bij de podcast: Aflevering 3: voor uitgangsgeloof in de rechtszaal: mijn naam is Jan Willem Guis. Ik verzorg deze podcast op het snijvlak van Recht Theologie en Hemenatiek. Ja, voor uitgangsgeloof. Wat is dat eigenlijk voor geloof? Kort gezegd komt het erop neer: het kan in de samenleving maar één kant opgaan en dat is de goede kant. Natuurlijk, er zijn soms wat hobbels en strubbelingen. Maar uiteindelijk is door gezamenlijke inspanning wordt de samenleving steeds beter. Het is een geloof met wortels die teruggaan naar de verlichting. En ook in het vertrouwen van de menselijke reden. Zou er ook een variant bestaan: een christelijke variant van vooruitgangsgeloof? Ik dacht even: misschien wel als wij aannemen dat wij de Bijbel beter begrijpen dan vorige generaties. Door alle studie die erna verricht is. En dat het begrip van de schrift en het juiste verstaan ervan alleen maar kan toenemen. Die laatste gedachte ga ik nu niet in, maar kom ik in andere afleveringen nog over te spreken. Waar ik nu iets over wil zeggen, is over vooruitgangsgeloof in de rechtszaal. En dat om zo weer terug te komen bij het gedachtegoed van Anton Scalia, de Amerikaanse rechter van het Hoge Gerechtshof in de Verenigde Staten, of wie het in de vorige aflevering al ging, en ik het later ook nog zal hebben. Ja, is het nu wel of geen goed idee als rechters de gedachten van vooruitgangsgeloof op de een of andere manier betrekken bij hun werk. Dus dat zij rekening houden, zou je kunnen zeggen, met de tijdgeist. Met de wijsheid die er is in het huidige denken die er misschien een paar generaties geleden nog niet was. Ik weet niet waar u toe neigt. Maar ik weet wel dat Earl Warren, een invloedrijke rechter van de Supreme Court in de jaren 5060 van de vorige eeuw, dat wel vond. En hij schreef het ook op in een vonnis uit 1958 in de zaak Trap tegen Dallas. Op deze zaak ga ik wat uitgebreider in. Omdat we dan een voorbeeld hebben waar ik later nog op terug kan komen. In deze rechtszaak ging het om de soldaat Trap die in de Tweede Wereldoorlog diende in het Amerikaanse leger. O andere ook in Marokko. In de buurt van Rabat deserteerde hij echter uit het leger. Dat duurde niet heel lang, want een dag later werd hij al aangehouden. Hij vond het niet eens erg. Hij ging vrijwillig weer mee, want inmiddels was hij moe, had honger en dorst. Maar later merkte hij nog de gevolgen. Toen hij jaren daarna in de Verenigde Staten bij het gemeentehuis een paspoort wilde aanvragen, werd hem dat geweigerd. De reden daarvan was dat er een wet bestond die stateloosheid als maatregel als straf koppelde aan het deserteren uit actieve dienst. Hij was nu dus stateloos en kreeg geen paspoort. Hiertegen spande hij een rechtszaak aan op verschillende gronden waarvan hij voor ons onderwerp eigenlijk maar één belangrijk is. Dat heeft te maken met het achtste amendement van de Amerikaanse grondwet. Dat verbiedt namelijk cruel en unusual punishments. Een verbod dus op vrede of ongebruikelijke straffen. En dat is precies wat er met mij gebeurd is, stelde Drop. De vraag is nu: wat is vreed of ongebruikelijk? Hoe moet je daarachter komen? Ligt dat vast? Of kan het door de tijd heen verschillen? Dat laatste lijkt wel het geval. Vierendelen en martelen was vroeger heel gewoon. Maar tegenwoordig kijken de meesten van ons daar toch anders tegenaan. Dus ja, een straf kan in de ene tijd normaal zijn en in de andere tijd wreed en ongebruikelijk. Maar dan blijft de vraag wel staan. Dat is ook hier de kernvraag: wie bepaalt dat eigenlijk? Is dat iets voor een rechter? Rechter Warren gaat erop in. In een beroemde of ook wel beruchte zin in het vonnis van 1958. En ik citeer de amendment must draw its meaning from the evolving standards of decency that mark the progress of a majoring society. Dus wij interpreteren de grondwet aan de hand van evoluerende, veranderende normen van fatsoen. Die de vooruitgang kenmerken van de maatschappij die volwassen wordt en die ook nog steeds groeit. De vooruitgangsgeloof. Voor Warren was het reden om Trap gelijk te geven. Warren had ook een tegenhanger in het hof. Iemand met wie hij het nog al eens aan de stok had. Dat was Felix Frankfurter. Deze rechter Frankvoerter kiest ook in deze zaak een heel andere benading dan Warren. En hij schrijft om dat uit te leggen een zogenaamde descent. Een uitleg van een rechter die het niet eens is met de uitspraak van de meerderheid. En die uitleg wordt dan bij de uitspraak gevoegd zodat je die ook kunt lezen en ook van zijn argumenten kennis kan nemen. En dat maakt de discussie interessant. Frank Foter wijst er dan op dat de wet waarom het gaat die de maatregel mogelijk maakt om een deserteur stateloos te maken. Die wet is aangenomen door het congres en ondertekend door de president. En zij zijn hiervoor juist door het volk gekozen. Zij worden geacht de wijsheid te hebben om wetten uit te vaardigen. En zij beschouwen deze straf- of maatregel blijkbaar niet als vreed of ongebruikelijk. Frankvoerter vraagt zich dan af of de rechter dat wel moet doen. En hij heeft ook dan iets geschreven. Een zin die ook beroemd is. En ik citeer. The awesome power of this court to invalidate such legislation must be exercised with the utmost restraint. Een uitweiding heb ik even weggelaten. Maar wat hij hier zegt is: het Hof heeft een onzagwekkende macht. Namelijk om wetten die democratisch aanvaard zijn, af te wijzen, ongrondwettelijk te verklaren. Maar vanwege de onzagwekkende macht. Moeten ze dit slechts doen met grote terughoudendheid. Die terughoudendheid zat ook in de traditie van rechtelijke uitspraken. En die is belangrijk om niet op de stoel van de wetgever te gaan zitten en als rechter je boekje te buiten te gaan? Nu ben ik uitgebreid op deze zaak ingegaan omdat het een kernvoorbeeld is van een belangrijke discussie. Moeten rechters rekening houden met vooruitgang in het maatschappelijk denken? Is dat een taak van rechters? Of moeten zij zich zoveel als mogelijk is strikt houden aan de tekst van de wet? Dat is een vraag die overigens niet alleen in de Amerikaanse rechtspraak of in de Amerikaanse samenleving van belang is, maar ook in Europese rechtspraak. Alleen deze discussie is wel op het scherpst gevoerd in Amerikaanse discussies. Vandaar dat ik ook vaak Amerikaanse zaken aanhaal. Rechter Warren heeft hier eigenlijk voor het eerst in 1958 geformuleerd dat rechters rekening moeten houden met vooruitgang in maatschappelijk denken. Warren werd later operechter. Leider van de Supreme Court. Dat leidden zijn tijd tot uitspraken waarin rechters niet alleen rekening hielden met de wet, maar ook met de tijd. En zo op heel wat gebieden verandering in de samenleving hebben geforceerd. Veel mensen hebben hem daarvoor geprezen. Het was tot afgrijzen van rechter Frankfurter, die toen trouwens al met pensioen was. En ook tot afgrijzen van Anton Incalia. Die voor een radicaal andere benadering kiest dan Warren. Daarmee komen we op de belangrijkste juridische hermenuitische discussie in de Verenigde Staten, maar die ook van belang is voor rechtspraak in Europa. Een discussie die nog altijd doorloopt en die ook van belang is voor de vergelijking met Bijbels of theologische hermanatiek die ik later wil maken. En die discussie die met name door Scalia op de kaart is gezet, die gaat dan aan de ene kant tussen de opvatting van de Living Constitution, de erfgename van Warren. Die vinden dat begrippen uit de grondwet evolueren met de tijd. En het is aan rechters om dit te duiden. Aan de andere kant staat de opvatting die originalisme genoemd wordt. Dat is dat de betekenis van de wet vast ligt in de woorden zelf. En die woorden moeten gelezen worden in de tijd waarin ze zijn opgeschreven. De betekenis die zij toen hadden. Deze discussie laat zich dus goed vergelijken met het theologische lezen van de Bijbel. Ligt de betekenis vast in wat geschreven is? Zoals de woorden in die tijd ook golden? Of kan de toepassing van de principes van de tekst met de tijd verschillen? Als het gaat om kerkelijke discussies kun je denken aan hete hangeisers. Als het gaat om de omgang met homoseksualiteit en ethische discussies rondom abortus en euthanasie. Of de positie van de vrouw en de gemeente. En allerlei andere kwesties. Op die zaken hoop ik in volgende afleveringen dieper in te gaan. Voor nu nog een opmerking van Scalia over het vooruitgangsgeloof van Warren. Hij zegt de overtuiging daarachter, achter dat vooruitgangsgeloof, dat is dat societies will major they never rot. Dus de gedachte dat een samenleving altijd groeit. En het nooit verkeerd gaat. En dat zegt hij. Die gedachten na de concentratiekampen en de gaskamers. Die in een van de meest beschaafde en ontwikkelde landen ter wereld gebouwd zijn. Scalia waarschuw daartegen. Met andere woorden. Op de tijdgeest kun je niet vertrouwen. Als je bezig bent met het uitleggen van de wet. Hartelijk dank voor het luisteren. Heb u een vraag of opmerking? Laat het weten op de website eerlijk doet langst.com En graag tot de volgende keer.