Eerlijk duurt het langst

7 Het belang van de auteur - wie heeft het laatste woord?

Jan Willem Season 1 Episode 7

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 12:51

In deze aflevering geef ik enkele actuele voorbeelden uit de Nederlandse theologische context om te illustreren dat de vergelijking met het debat tussen originalism en the living constitution relevant is. 

Send us Fan Mail

SPEAKER_00

Gaat het bij interpretatie enkel om de tekst? Of gaat het ook om de bedoeling van de auteur? Die vraag stel ik hier centraal. En het antwoord zal zowel ja als nee zijn. Welkom bij de zevende aflevering van Eruur het Langst met de titel Het Belang van de auteur. Wie heeft het laatste woord? In de discussie tussen originalisme en The Living Constitution werd duidelijk dat Entonin Scadia ervoor pleit om de tekst van de Grondwet als uitgangspunt te nemen. En om die tekst te begrijpen zoals het in de tijd van ontstaan van die tekst gangbaar was. Hij wijst het af om de bedoelingen van de auteurs erbij te halen. Dat werd al duidelijk in de eerste aflevering die draait om de Holy Trinity zaak. Dan is de redenering dat er wel iets in de wet staat. Maar de opstellers hebben vast iets anders bedoeld. Zo'n manier van redeneren geeft geen pas Al dus Scalia. Maar op een andere manier neemt hij de auteur wel degelijk serieus. Maar dat is dan wel een ander soort van auteur. Als je nadenkt over een grondwet, treedt er namelijk als vanzelf een verdubbeling op als het gaat om de auteurs van de tekst. Er zijn de opstellers zelf. Maar zij doen dit om uitdrukking te geven aan de wil van het volk in een democratisch proces. Juist daarom gaat het niet aan om te vragen naar de subjectieve bedoelingen van de opstellers. En daarom is het ook zo belangrijk om de tekst zelf serieus te nemen. Tenminste totdat deze tekst in een democratisch proces gewijzigd of ingetrokken wordt. Hoe zie dat eigenlijk bij het lezen van de Bijbel als gelovige? Ook dan kun je makkelijk spreken van een verdubbeling van auteurs. Da zijn er Bijbelschrijvers zelf, zoals Mozes, Johannes of Petrus. Maar daarachter is ook de inspiratie van God zelf. De Bijbel geeft uitdrukking aan datgene wat God tot mensen wil zeggen. Dit laat zich op het eerste gezicht makkelijk vergelijken met het juridisch gesprek. Het gaat niet aan om de tekst van de Bijbel te interpreteren in de trant van Er staat wel A, maar eigenlijk zal Paulus wel B bedoeld hebben. Dan maak je dezelfde fout. Theologisch. Als de Supreme Court juridisch deed in de Holy Trinity zaak. Aan de andere kant heeft de tekst wel gezag. Niet vanwege de volkswil achter de Bijbeltekst, maar in dit geval vanwege de inspiratie door God, de wil van God achter de Bijbeltekst. Als je dit gelooft, dan blijft de betekenis staan zolang God zelf die niet wijzigt of intrekt. Je zou kunnen zeggen dat is het belang van de auteur. En dan in die zin dat de auteur voor ogen heeft dat zijn tekst gehoorzaamd wordt, dat er naar geluisterd wordt. Daar heeft het deze woorden voor laten optekenen. Dat geldt zowel voor het belang van de volkswil bij de grondwet als ook voor de wil van God in de Bijbel. Je kunt het belang van de auteur ook anders opvatten. Niet als genitief, maar als nominatief. Het belang dat de auteur heeft voor ons als lezers. Dan verschuif juist ongemerkt het normatieve element naar het heden. Denk aan de Living Constitution, die zich het recht toeijt om het belang van de grondwet opnieuw te wegen en aan te passen aan veranderen omvattingen in de samenleving. Volgens mij speelt dit ook een rol in het theologisch debat. En dan met name in de praktijk in allerlei discussies. Terwijl de achterliggende vragen niet altijd voldoende benoemd worden. Ik geef ervan een paar voorbeelden uit het Nederlandse context. In het Nederlands Dagblad stond op 11 april 2026 een dubbel interview met onder andere Mirjam Klinker. Sinds kort hoogleraar Nieuw Testament aan de Theologische Universiteit Utrecht. In dat interview wordt gevraagd naar de gewijzigde visie binnen de gereformeerde kerk in Nederland als het gaat om de vrouw in het amt. Haar antwoord is genuanceerd. Ze kan zich voorstellen dat beide posities zijn ontstaan. Namelijk de positie die de ruimte ziet voor de vrouw in het amt als de positie die dat afwijst. Even verderop zegt ze iets dat interessant is voor het thema van deze aflevering. En ik citeer haar als volgt. Ik denk niet dat Paulus zijn woorden zo bedoeld heeft dat ik in deze tijd als vrouw wel een hoogleraarspositie kan bekleden, maar niet op een kanselmacht staan. Het gaat mij nu niet om deze stelling inhoudelijk te beoordelen. Maar wel om te illustreren dat er een beroep wordt gedaan op de intentie van de auteur, in dit geval op de bedoeling die Paulus met zijn woorden wel of niet heeft gehad. Dit raakt aan het bezwaar van Scelia in het juridisch debat. Want hoe zit het dan met de tekst van Paulus zelf? En hoe zit het ook met de verhouding tot die andere auteur achter zijn woorden, namelijk God die Paulus inspireert? Een ander voorbeeld. Ter illustratie kwam ik tegen een andere christelijke krant. Namelijk het Reformatorisch Dabblad. Er stond een verslag in van de conferentie over hem een artiek dat op 15 april 2026 georganiseerd werd door het contactorgaan gereformeerde gezinnen. Daarin hield Domenees. Hogendoorn een lezing. En de krant gaf daarvan het volgende citaat. Kun je nu zeggen dat Paudus heel uitvoerig en ongenuanceerd schrijft over homoseksualiteit? Ik ben het met u eens dat in een schrift het huwelijk tussen man en vrouw de vorm is waarbinnen seksualiteit plaats heeft. Maar laten we naar de diepste laag van Paulus bedoeling zoeken. Einde citaat. Opnieuw een voorbeeld van interpretatie die zoekt naar de intentie van de auteur. En opnieuw roept dat de vraag op hoe zich dat verhoudt met die andere auteur die Paulus heeft geïnspireerd. Is het mogelijk om naar de diepste bedoeling van Paudus te zoeken buiten de tekst om? Een andere deelnemer van het congres werd ook geciteerd, dokter J. N. Moudhaan. Hij reageerde bij de opmerking dat deze manier van interpreteren de lezing van Hogendoorn afleidt van de tekst zelf. Daarom herken je iets in het gesprek tijdens die conferentie van de opmerkingen van Enter in Scadia binnen het juridisch discours in discussie met The Living Constitution. Nog een laatste voorbeeld. En dit betreft een theologisch ethische studie uit 2022 van professor Ade Bruine met de titel Verbonden voor het leven. Het boek gaat over homoseksualiteit en seksuele diversiteit. Het is een uitgebreid werk, en het is zeker niet mijn bedoeling, om er in zijn geheel een oordeel over te vellen. Maar ik vond er wel een citaat wat goed past als illustratie voor het thema van deze podcast. Het is een wat lange citaat, maar ik geef het wel weer. De bruinus schrijft over de betekenis van het Griekse woord pornija in de Bijbel. Dan citeer ik hem als volgt. De Axiradius van het betekenisveld van pornja ligt niet vast in de term zelf. Het zou tijdloos en eendimensionaal zijn om kortweg te stellen wat pornija betekent alle seksueel verkeer buiten de eenheid tussen man en vrouw natuurlijk, zoals sprinkel bijvoorbeeld doet. De rijkwijte van de term hangt samen met de sociale werkelijkheid van het Gods volk op een bepaald moment in zijn geschiedenis en met de daar geldende normen. Dit citaat is interessant omdat we hier te maken lijken te hebben met het theologisch equivalent van de Living Constitution. De Griekse term pornia verandert blijkbaar met de tijd mee. Zij kan niet tijdloos worden opgevat. Maar ook hier duidt de vraag op of het niet aan de auteur zelf is om zijn boodschap te veranderen of in te trekken. Wie bepaalt nu in welke tijd Pornaya welke betekenis heeft? Ik geef deze voorbeelden om te laten zien dat de discussie die juridisch wordt gevoerd inderdaad sterke theologische parallellen heeft. In het juridisch debat heb ik in eerdere afleveringen de zijde gekozen van Anton Scalia. De tekst mag het zeggen vanuit de betekenis die de woorden in de tijd van het opstellen hadden. En daarachter zit het gez van de volkswil een democratisch proces. Als we nu zien dat er parallellen zijn met het theologisch gesprek, is het dan ook mogelijk hetzelfde, om ook dan de positie te kiezen, dat je niet mag verwijzen naar de subjectieve opvatting van de Bijbelschrijvers zelf. Dus niet mag vragen naar de bedoeling van Paulus. En niet mag vragen naar de bedoeling van Petrus of wie dan ook. Maar dat je strikt terug moet gaan naar de betekenis van de tekst. Omdat daarachter het gezit van de goddelijke inspiratie. En zolang God om zo te zeggen de tekst niet intrekt of aanpast, blijft die staan. Nou die vraag neem ik mee. Het besef dat er ook dan de stemmen klinken. Het is gevaarlijk als de Bijbel tijdloos wordt. Als er niet meer tijd betrokken is. Het roept allerlei vragen op. Waar ik graag een volgende keer mee verder ga. Dank voor het luisteren en laat gerust de reactie achter op eerlijk duurt het langst.