Eerlijk duurt het langst

9 Christelijke tijden

Jan Willem Season 1 Episode 9

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 15:04

In deze aflevering nemen we heel even een kijkje in de 4e eeuw. Als voorbereiding op de afleveringen over Augustinus. Het gaat om de discussie of er wel of geen ruimte moet zijn voor het altaar van de overwinning in de Romeinse senaat.

Send us Fan Mail

SPEAKER_00

Ik weet wel dat de keizer een andere gods heeft dan ikzelf. Dat hoeft ook niet te veranderen. Maar waar ik om vraag is ruimte voor mijn eigen geloof. En om een plek, om dat in het openbaar te beleiden. Zo ongeveer luidt het pleidooi dat centraal staat in deze negende aflevering van Eerder Duurt het langst met de titel Christelijke tijden. En wie bij dat pleidooi denkt aan een christen die om ruimte vraagt aan een Heidische keizer, vergis zich. Het gaat om een heide die zijn pleidooi voorlegt een chrijke keizer. Die heiden is de senator Quintus Aurelius Semachus. Een van de laatste vooraanstaande heiden van Rome in een tijd dat de invloed van het christendom steeds groter wordt. Voor ik op dat pleidooi inga, nog even een opmerking vooraf. Deze aflevering is bedoeld als historische voorbereiding op de afleveringen die zullen volgen over Augustinus. Om even een beeld te krijgen en glimp op te vangen van de tijd waarin Augustines leeft. In die volgende afleveringen gaat het dan met name om de vraag hoe Augustines de Bijbel leest en hoe je daarna kunt kijken als je de bril van het originalisme opzet, wat in eerdere afleveringen naar voren kwam. Maar eerst dus in deze aflevering een historische blik op de tijd waarin Augustines leeft. En dan gaat het dus niet om Augustinus zelf, maar terug naar Rome. Het gaat om Symagus. Hij leefde van ongeveer 345 na Christus tot 402. Hij werd geboren in een rijke aristocratische familie. Zo'n familie die al lang de lakens uitdeelt. Ter illustratie op een grafschrift uit de vierde eeuw voor een andere invloedrijk aristocraat. Lezen wij de volgende kenmerken. Rijkdom. Illustre afkomst en een hoge rang of amt in het leven. Zij kenmerken van de Romeinse aristocratie. Dat geldt allemaal van Simagus. Hij kan een vinkje zetten achter rijkdom, achter afkomst en achter hoge functies die hij in zijn leven zal bekleden. En toch als je erover nadenkt. Het zal voor hem ook wel een vreemde tijd zijn geweest. Een tijd waarin zoveel verandert. Meer dan hem lief is. Want de oude Heidense cultus wordt steeds meer vervangen door het christendom. En dit wordt zichtbaar en merkbaar als het altaar van de overwinning dat een plek had in de senaat op last van de christelijke keizer Gratianus wordt verwijderd. Dat altaar was ooit door Augustus eeuwen daarvoor geplaatst. Het was gewijd aan de godin Victoria, godin van de overwinning. Serenatoren waren gewend om daar voor het begin van de vergadering op te offeren. Maar in 380 is het christendom staatsgodsdienst geworden. En in 382 wordt het altaar weggehaald. In 384 houdt Simages dan zijn beroemde pleidooi om het terug te plaatsen. Dat pleidooi is nog steeds de moeite waard om te lezen. Zimagens pleit in zijn tijd voor tolerantie voor de heilense cultes. Ja, zo zegt hij: ieder mens heeft immens, zo onder de hemel, onder de sterren, zijn eigen manier om de goden te dienen. Laat mij ook mijn eigen manier hebben. En in zijn pleitoi, gebruikt hij een mooi stijlmiddel, als zij als het ware de stad Rome zelf ook even aan het woord laat. Hier een passage, waarvan ik stukjes citeer in eigen vertaling. En waarin dus de stad Rome zelf aan het woord is. Ik citeer. Geachte vorsten, vaders van uw land, respecteer mijn leeftijd die ik door vroome rituelen heb bereikt. Laat mij de vooroudelijke ceremonies volgen, want ik heb daar geen spijt van. Laat mij leven zoals ik wil, want ik ben vrij. Deze eerdienst onderwierpt de wereld aan mijn wetten. Deze heilige rieten, verdreven hannibal van de muren en de senones van het kapitol. Einde citaat. Rome zelf grijpt hier dus in de woorden van Sint. Ze is oud geworden en nog steeds vitaal. Dat ze zo oud geworden is, dat komt door de oude cultus. De goden hebben haar beschermd. En daarom geef de heiden de ruimte om de oude traditie voor te zetten. Want daardoor is handibal van de mur weggegaan in het begin van de derde eeuw. En is ook de stam van de Senonis in de vierde eeuw voor Christus uit de stad verdreven en verslagen. De Romeinse eredienst aan de goden is dus onmisbaar voor haar bescherming. Hier raakt Simachus aan een belangrijk punt ook voor deze podcast. Namelijk een verbinding tussen religie en recht. De Romeinen kenden het zogenaamde just dividum. Het goddelijk recht. Mensen hebben de plicht om de goden te eren. En daarvoor zullen de goden op hun beurt ook de mensen zegenen en beschermen. Het weghalen van het altaar is daarvan een schending. Een schending van het goddelijk recht. Het aardige is dat we hier dan de heidensche kant horen van Sint Machus, hoe hij aankeek tegen het weghalen van het altaar. Maar we hebben ook een repliek in twee brieven van bischop Ambrosius. Die juist voor de andere kant pleit en die tegen het pleidooi van Sint Machus ingaat. Het is interessant om die twee naast elkaar te zetten. In het verleden werd die discussie met aan de ene kant de argumenten van Sint Machas, aan de andere kant van Bischop Ambrosius. Het werd vaak gezien als een hoogtepunt van een heidendse pushback tegen het christendom. Een laatste krachtige opwelling van het heidendom. Die zich verzet tegen de invloed van het christelijk geloof. Of het zo heftig was, is de vraag. Recente studies, onder andere van Alan Cameron, heeft laten zien dat je dit ook wel moet relativeren. De overgang van heidendom naar christendom was ook nogal geleidelijk. En uiteindelijk bekeerde ook de laatste heidse families zich, inclusief de familie van Sim Machus, na zijn dood overigens. En dan maakt Cameron fijntjes op. Dan merkte hij feintjes op dat het heidendom geen martelaaren kende zoals het christendom. Aan de ene kant lees je daarin, ze hadden het er niet voor over. En Sim Machus houdt nog een pleitooi om een altijd terug te plaatsen. Maar hij gaat uiteindelijk niet tegen de keizer in. Hij wordt geen martelaar voor zijn geloof. Maar dat kon ook niet, want de Heiden werden niet vervolgd op de manier zoals zij eerder bij Christenen wel hadden gedaan. Nou goed, wat is de reactie van Ambrosius op het pleidooi van S. Machus? De bischop schrijft de keizer twee brieven om hem ervan te weerhouden het altaar van Victoria terug te plaatsen. In zijn eerste brief merkt hij onder andere op dat de keizer als christen geen twee heren kan dienen. In de publieke ruimte past geen altaar met heidende offers. Zeker niet omdat de sendaat nu in meerderheid christelijk is. In de andere brief gaat Ambrosius ook expliciet in op zijn Machus. En hij gaat er ook op in door net als Zijn Machus, Rome zelf aan het woord te laten. En dat is leuk om daar opnieuw een stukje van te citeren. Alweer is er dus Rome die hier spreekt, ik citeer. Ik treur om mijn val. Mijn oude dom is getekend door het schandelijk bloed vergieten. Ik schaam mij er niet voor om mij net als de rest van de wereld op mijn oude dag te bekeren. Het is ongetwijfeld waar, zodat het nooit te laat is om te leren. Laat die oude dom zich maar schamen die zichzelf niet kan verbeteren. Niet de oude dom van jaren verdient lof, maar die van karakter. Einde citaat. Het Rome van Ambrosi schaamt zich dus niet om zich ook op haar hoge leeftijd te bekeren tot een andere godsdienst. Het zijn niet de jaren die tellen, maar het goede karakter, het juiste inzicht. En wat Rome wel spijt, is het vergoten bloed op haar straten, onder andere van de christenen die daar vervolg zijn. Maar de stad wil zich nu wijden aan de ware God. Het past bij wat bischop Ambrosius op een andere plek noemt Tempora christiana. De christelijke tijden zijn aangebroken. En hij zegt dat op een bijna triomfantelijke manier. In ieder geval kun je merken dat hij daarmee verblijft is. Het is ook de leiding van God. Eerder was er vervolging, maar nu zijn de christelijke tijden aangebroken. Wat hen betreft kunnen de heideren overigens wel in hun eigen tempels hun offerkultes blijven voortzetten. Maar is daarvoor geen mogelijkheid in de publieke ruimte. Dus niet dat altaar terug bij de senaat. Want de publieke ruimte moet gewijd zijn aan God. Tot zover als illustratie van die discussie tussen Sint Machas aan de ene kant en ambroosjes aan de andere kant. Overigens de keizer gaf gehorende ambbroosjes en het altijd werd niet teruggeplaatst. Het geeft ons een beeld van de enorme religieuze en maatschappelijke veranderingen in de vierde eeuw in het Romeinse Rijk. En het nodig gelijk uit om na te denken hoe een meerderheid omgaat met de minderheid. Eerder had de meerderheid van het Romeinse volk christenen vervolgd tot bloedens toe. Nu, met een christelijke meerderheid, is er geen ruimte meer voor de publieke of voor cultus van de heider. Hoe ga je eigenlijk om als meerderheid met de minderheid? En wat heeft religie daarmee te maken? Dat zijn vragen die in deze podcast over de verhouding tussen geloof, theologie en rechtsfilosofie als eigen onderwerp nog aan de orde zullen komen in andere afleveringen. Je kunt het ook even actueel maken voor jezelf. Wat voor tijd leven wij eigenlijk? Waait de w niet de andere kant op. En is er een afnemende invloed van christelijk geloof in Nederland of in Europa? En wat betekent dat dan voor de verhouding tussen kerk en overheid? Naast die vragen is het voor nu in ieder geval belangrijk dat we wat achtergrond hebben bij de tijd van Augustinus. Christelijke tijden dus. Tegelijkertijd gebeurt er van alles. Augustinus heeft veel geschreven. Hij past de Bijbel daar in zijn werken toe. De belangrijkste vraag is dan: hoe leest hij de Bijbel? Hoe denkt deze bischop over de verhouding tussen kerk en staat? Daarom kom ik de volgende keer graag terug. Fijn dat u geluisterd hebt naar deze aflevering. Laat gerust ook een reactie achter in het dour het langst.com. Tot de volgende keer.