Eerlijk duurt het langst

12 De hermeneutiek van Augustinus 1: Het duizendjarig rijk

Jan Willem

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 13:49

Een eerste concrete verkenning van de hermeneutiek van Augustinus aan de hand van zijn lezing van Openbaring 20:1-3.

Send us Fan Mail

SPEAKER_00

Bekt er ooit op aarde een duizendjarig rijk aan van vrede en voorspoed. Nog voordat Jezus terugkomt om te oordelen de levenden en de doden. Dat is een vraag die door Christen heel verschillend beantwoord wordt. Dat geldt zowel in de huidige tijd als ook in de tijd van Augustinus. In de Stad van God, dat bekende boek van Hem, schrijft Augustines aan het einde juist over deze passage uit de schrift. En ik wil deze passage als uitgangspunt nemen om nader in te gaan op de hermenutiek van Augustin. Welkom bij aflevering 12 De Hemenutiek van Augustinus deel 1 Het Duizendjarig Rijk. En even voor de duidelijkheid: het gaat mij niet om het geheel van Augustines hermenautiek te duiden, daar bestaan prima handboeken voor. Het gaat mij erom om een indruk te geven van zijn hermenautiek als je die in verband brengt met de drie criteria van het originalisme zoals ik die eerder heb geformuleerd. Dat was om ze even er weer bij te hebben. Allereerst dat de mening van een auteur niet doorslaggevend is voor de uitleg van de tekst. Vervolgens dat subjectieve oordelen buiten de tekst om niet boven de tekst geplaatst worden om die uit te leggen. En in de derde plaats dat veranderende maatstaven in de tijd een veranderende tijdgeest niet gebruikt kan worden om de tekst zelf van betekenis te veranderen. Als we die drie criteria in ons achterhoofd houden. Wat komen we dan op het spoor als we Augustines lezen in zijn uitleg van openbaring 20 de versen 1 tot en met 3? Althans, die verse zal ik lezen. Het stukje zelf is uitgebreider. En Augustinus schrijft er ook uitgebreider over, maar als uitgangspunt neem ik de verse 1 tot en met 3. En dan met name het punt van het duizendjarige Rijk. Ik zal die versen nu eerst even lezen uit de NBV 21 vertaling. En daar staat de openbaring 20: Ik zag een engel uit de hemel neerdalen met de sleutel van de onderaardse diepte en zware keren in zijn hand. Hij greep de draak de slang van wel eer, die ook duivel of Satan worden genoemd, en ketende hem voor duizend jaren. Hij gooide hem in de diepte, sloot de put boven hem en verzegelde die, omdat de volken niet meer door hem misleid zouden worden tot de duizend jaar voorbij waren. Daarna moet hij korte tijd worden losgelaten. Tot zover deze versen uit openbaring 20. Nou, best een bijzonder stukje. En hoe moet je dat dan uitleggen als je nagaat wat de betekenis is van deze Bijbelwoorden? De eerste vraag die opkomt, is deze. Als de tekst leidend is, moet je die dan ook altijd letterlijk nemen. Nou, dat is ook maar de vraag. Hier komen we op het gebied van genre en betekenis die zelfs binnen de Bijbel kan verschillen. Augustinus heeft er oog voor dat de Bijbel geen eenduidig boek is met hetzelfde soort tekst van begin tot eind. In die zin is de Bijbel dus ook een heel andere tekst als bijvoorbeeld de grondwet van Nederland. Nee, binnen de Bijbel vind je heel veel verschillende soorten teksten. Een heel belangrijk onderscheid ook voor Augustines: het eerste onderscheid dat is tussen het Oude en het Nieuwe Testament. En juist ook in boek 20 van de Stad van God merkt Augustinus op dat hij wil spreken over het laatste oordeel van God. En daarbij staan dan de getuigenissen van het Nieuwe Testament voorop. Hij zegt het Oude Testament gaat in de tijd voorop en daarna komt het Nieuwe Testament. Maar qua waardering, qua waardigheid gaat het Nieuwe Testament voorop. Want het Oude Testament kondigt het Nieuwe Testament aan. En de waardigheid van het Evangelie en van het Apostolisch onderwijs is het grootst. Van daaruit kun je de Bijbel lezen, al dus Augustin is. Hij geeft je dus hermenutische inzichten weer. Binnen de Bijbel zelf is het Nieuwe Testament een norm om het Oude Testament uit te leggen. Dat is een belangrijke en interessante keuze aardig om te onthouden, want er door anderen wordt dat heel anders opgevat. Als het trouwens gaat om de oordelen van God. Geef Augustine aan dat elke tijd en elk gebeuren onder de oordelen van God vallen. Maar dan op zo'n manier dat het voor ons als mensen vaak onbegrijpelijk is. En hij denkt aan wat er concreet op aarde gebeurt. Goede mensen zijn arm. Slechte mensen worden rijk. Een goddeloze is gezond en een vroom me ernstig ziek. En noem maar op. Dat is wel onbegrijpelijk, maar geen reden om te ontkennen dat alles gaat naar het oordeel, naar de wil van God of onder zijn toelating. Later hebben theologen dat ook al heel anders uitgelegd. Maar Auginus kies daar dus heel duidelijk voor. We weten niet welk oordeel het is waarom God de dingen in het leven doet of toelaat. Maar we weten wel met zekerheid hoe het einddoordeel zal zijn. En dat maakt het voor Augustines nog belangrijker om daar op te letten. Dat eindoordeel valt twee kanten uit: straf voor de godeloze. Behoud voor de gelovige. Laten we dus vooral op dat laatste oordeel richten. Zegt Augustines, daar komt het op aan. En wat dat betreft zit je ook niet in onzekerheid. Zo komt hij bij de passage van het Duizendjarige Rijk uit openbaring 20. En dan maakt hij opnieuw een interessante keuze. Hij neemt namelijk de tekst wel als uitgangspunt, maar leest die niet letterlijk. Dat merken we bij de uitleg van duizend jaar. In de tijd van Augustin werd dit door anderen wel letterlijk gelezen. In onze tijd lezen mensen het soms ook letterlijk. Je hebt de eerste wereldgeschiedenis, en dat was de gedachte de tijd van Augustinis. Een wereldgeschiedenis van 6000 jaar overeenkomstig met de zes scheppingsdagen uit Genesis. En dan volgt er nog een dag, dan volgt er nog eens een keer duizend jaar. Maar dat is dan de sabbat, of ook het vredrijk op aarde. Alle gelovigen komen weer tot leven om aan dat rijk deel te hebben. Augustinus wijst dat af. Hij zegt het getal duizend is een volmaakt getal. En dat heeft hier in openbaring 20 een symbolische betekenis. Het staat voor de geschiedenis van de kerk na dat Jezus op aarde was, of het staat ook wel voor heel de wereldgeschiedenis. Door de overwinning van Jezus is de Satan gebonden, zegt Augustinus. En hij verwijst naar woorden van Jezus uit Markus 3. Daar vertelt Jezus de gelijkenis dat een sterke eerst in zijn eigen huis vastgebonden moet worden voordat je hem kan beroven. Zo is het ook met de duivel. Hij is door Jezus vastgebonden, en zo komen mensen vrij die in zijn huis zaten opgesloten. Zo leest Augustine is trouwens ook de vrijzenis, de eerste vereisenis, de eerste opstanding, die vindt plaats in deze werkelijkheid in dit leven. Door de doop en door het geloof. Verreis je uit de dood en kom je bij Christus hoor je bij Hem? Dan is er vervolgens nog iets interessants aan de uiteenzetting van Augustinus. Hij merkt op dat hij zelf, namelijk, ook vroeger op de manier dacht van de Giliasten. Een Gilias is al een naam voor de mensen die letterlijk uitgingen van 6000 jaar in zonde en oordeel 1000 jaar voor de gelovigen, in vrede. Augustines dacht dus eerder ook zo, maar hij is zelf van dat inzicht teruggekomen. En inderdaad, bijvoorbeeld in zijn boekje Christendom voor Beginners. Ook een heel interessant boekje. Gaat Augustines nog uit van zeven tijden, vijf tijden voor het Oude Testament. Een tijd voor het Nieuwe Testament en dan het zevende van het duizendjarige Rijk. Dat boekje komt uit 400. Ruim 25 jaar later, in de stad van God denkt Augustines over deze dingen dus anders. De vraag is: waardoor is zijn denken, waardoor is zijn lezen van de Bijbel veranderd. Dat komt volgens Augustines niet zozeer door meningen buiten de Bijbel om meningen van andere mensen. Het heeft ook niet te maken met de tijdgeest die veranderd is. Het gaat hier volgens Augustinus om een toename van inzicht in de schrift zelf. En daar wordt het tegelijk ook wel spannend. Inzicht in de schrift is dus niet statisch. Ook al leg je de norm van uitleg in de Bijbel zelf, kan het toch zo zijn dat je gaandeweg tot andere inzichten komt. Dat is bij uitstek een hermenautisch proces. Een proces waarin je bezig bent met de uitleg, maar waarin de betekenis ook nader tot je door kan dringen. En het leidt erop dat Augustinus ook in zijn uitleg van openbaring, en niet alleen in de uitleg van het Oude Testament, maar ook in de uitleg van openbaring nadrukkelijk teruggaat naar de woorden, naar het onderwijs van Jezus zelf. Dat is voor Hem toch het hart om van daaruit ook andere passages te duiden. De spannende vraag hierbij is natuurlijk wanneer je zeker kan zijn dat je de definitieve betekenis ontdekt hebt. Kun je daar überhaupt op hopen? Hoe voltrekt zich de wisselwerking tussen het lezen van de Bijbel en de betekenis die de Bijbel heeft voor de lezer? Agezien is er eerlijk over dat hij vroeger anders dacht als nu. Dat is denk ik voor veel lezers van de Bijbel of andere teksten nog steeds herkenbaar. Maar hoe ben je dan zeker van de juiste betekenis? Kortom, er komt een kluur van vragen bij die je niet zomaar kan oplossen. Maar die wel de moeite waard zijn om over door te denken. Het wil ik graag doen in de volgende aflevering. Dank voor het luisteren.