Voeding onder de loep
Wat moet je nu écht op je bord leggen? In Voeding onder de loep zoekt Kobe Ilsen het uit, samen met toonaangevende experts.
Nog nooit was er zoveel informatie over voeding. En nog nooit was het zo moeilijk om te weten wat klopt. De ene week is iets een superfood, de week erna moet je het net vermijden.
Waar komt al die twijfel vandaan? Waarom is de ene hap voedzamer dan de andere? En wat proberen onze darmen ons eigenlijk te vertellen?
Geen dieethypes of hippe trends. Wel wetenschap, nuance en antwoorden waar je morgen al iets mee kan.
Helderheid in elke hap!
Elke maand een nieuwe aflevering. Ook te bekijken op YouTube.
Voeding onder de loep is een podcast van Zespri™.
Voeding onder de loep
Gezonder eten. Waar beginnen?
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Waarom is gezond eten zo ingewikkeld geworden?
Amper 8% van de Belgen eet genoeg groenten. 10% genoeg fruit. En dat terwijl we nog nooit zoveel over voeding wisten.
Diëtist en onderzoeker Michaël Sels schuift aan bij Kobe Ilsen voor de eerste aflevering van Voeding onder de loep. Hij legt uit waarom die verwarring logisch is, en waarom ze minder met jouw wilskracht te maken heeft dan je denkt. Hoe je een etiket leest als het paspoort van een product. Wat een claim op een verpakking je wél vertelt. En waarom hij liever praat over méér goede dingen dan over minder slechte.
In deze aflevering:
- Waarom iedereen zich ervaringsdeskundige voelt als het over eten gaat
- Van tomaat tot soep: wanneer wordt voeding eigenlijk bewerkt genoemd?
- Het verschil tussen een voedingsclaim en een gezondheidsclaim
- Waarom het beste etiket het etiket is dat er niet is
- De vuistregel van 500 gram, en wat er vanzelf volgt
Over de gast: Michaël Sels is diëtist en onderzoeker aan het Universitair Ziekenhuis Antwerpen.
Volgende aflevering: voedingsdichtheid. Wat maakt de ene hap voedzamer dan de andere?
Elke maand een nieuwe afleveringen. Ook te bekijken op YouTube.
Voeding onder de loep is een podcast van Zespri™ en bevat algemene informatie over voeding. Het vervangt geen persoonlijk medisch of dieetadvies.
Minder dan de helft van de consumenten gelooft dat het voedsel dat we eten veilig is. En hoewel 45% gezonder wil eten, weet men niet waar te starten. Ik vind dat straffe cijfers. We hebben werk voor de boeg. Welkom bij Voeding onder de Loep, de podcast die voeding uit de verpakking haalt. Deze reeks wordt mogelijk gemaakt door Zespri™. Niet om jullie een half uur lang kiwi's te verkopen, dat gaan we niet doen, maar we gaan samen kijken hoe we meer nutritionele balans in ons dagelijks dieet kunnen brengen. Want voeding is nog nooit zo beschikbaar geweest. De informatie over voeding is nog nooit zo overvloedig geweest. En toch kampen miljoenen mensen in onze westerse wereld, ook in België, met voedingstekorten. We moeten daarover praten. Ik ben Kobe Ilsen en in deze reeks laat ik me gidsen door toonaangevende experts, op zoek naar helderheid in elke hap. Mijn eerste gast is Michaël Sels, voedings- en dieetwetenschapper. Michaël, welkom. Fijn om er te zijn! Ja, leuk hé! Leuke setting, de serre. Mooi. Lekker warm. Warm in uwen hof. Tussen de bloemetjes en de bijtjes. We zitten hier een beetje te lachen. En het is leuk, het is gezellig. Fijn praten. Maar die cijfers...
En ik ga nog een cijfer zeggen:71% van de Europeanen wil zekerheid dat voeding hen echte nutritionele voordelen biedt. 71%. Om te beginnen, Michaël, hoe verklaar je die onzekerheid? Het is een grote groep. Het is inderdaad voor heel veel mensen onduidelijk. Wat leg ik nu in mijn karretje? Wat is het effect op mijn lijf? Het leuke aan eten, vind ik zelf, is dat iedereen ervaringsdeskundige is. Iedereen eet zijn hele leven lang meerdere keren per dag. Maar dat maakt natuurlijk ook dat de ervaringsdeskundigen misschien wel soms graag die mening delen. En dan ontstaat er desinformatie, laat ons zeggen.
En dan ga je soms onzekerheid hebben over:wat is nu nog goed voor mij? Is het nog goed om dat ene product wel te kopen? Maar ik heb iets gelezen over zware metalen. Of ik heb iets gelezen over vervuilingen of iets over pesticiden bijvoorbeeld. Soms kan dat gaan over zoetstoffen bijvoorbeeld, waar mensen angst hebben dat zoetstoffen kanker kunnen doen ontstaan. Maar ja, het kan over heel veel diverse zaken gaan, van pesticiden tot zoetstoffen tot ultrabewerkte voeding.
Ja, die vragen van:wat doet voeding met ons lijf? Die spelen meer en meer. En ik zei het ook al, er is informatie genoeg. We hebben Over eten gemaakt voor de VRT. Dat werd druk bekeken. In elke krant en elk weekblad staat er elke week of elke dag wel iets over voeding. Jij wordt ook vaak opgevoerd om duiding te geven.- Ja.- Falen wij dan? Nee, ik denk, iedereen is ervaringsdeskundige. We eten allemaal ons hele leven lang, meerdere keren per dag. Doordat iedereen een ervaringsdeskundige is, zijn er ook heel veel mensen die die mening heel graag delen. En we zien ook wel een belangrijk verdienmodel aan de desinformatie die ontstaat, aan de twijfel die consumenten hebben. Dus ik denk dat het altijd belangrijk blijft dat er hele goede, betrouwbare bronnen zijn die de juiste info kunnen verspreiden. En daarom ben jij hier, Michaël. Ja, leuk. Daarom ben jij bij ons. Leuke serre hé. Ja, mooi! Het is hier gelukkig niet te warm. We komen net uit een hittegolf. Ik ga je nog een cijfer geven. 71% van de Europeanen wil zekerheid dat voeding hen echte nutritionele voordelen biedt.
Laat ons beginnen met die twee woorden:nutritionele voordelen. Wat bedoelt men daar precies mee? Als we kijken naar wat op ons bord ligt. Dan liggen daar voedingsmiddelen op. En die voedingsmiddelen, die bestaan uit voedingsstoffen. Uit nutriënten. Proteïnen en vitaminen, dat soort dingen? Ja, die zaken. En heel wat mensen proberen met die nutriënten bepaalde effecten in hun lijf te bekomen. Proberen bijvoorbeeld door meer van een bepaald vitamine of meer proteïnen, iets te doen gebeuren in hun lijf. Ook de wetenschap kijkt op die manier naar eten. Als we kijken naar hoe voedingswetenschap ontstond, ontstond die eigenlijk op dezelfde manier als hoe er naar geneesmiddelen werd gekeken. Er werd gekeken naar, wat is het effect van een bepaald nutriënt op je lijf? Zo werd er gekeken naar, wat is bijvoorbeeld omega 3? En omega 3, als je dat neemt, wat is het effect op hart- en vaatziekten? Wat is omega 3? Omega 3 is een vetzuur. En bij dat vetzuur zagen we dat daar eigenlijk gezondheidsvoordelen aan zitten. Maar natuurlijk, zoals jij al zegt, ik heb geen omega 3-fles in mijn keuken staan. We eten iets waar omega 3 in zit. Later werden die studies herhaald met bijvoorbeeld vette vis. En toen zagen we dat de resultaten van vette vis op hart- en vaatziekten toch wat minder krachtig waren. Want niet elke vette vis is hetzelfde. Het is niet makkelijk om elke dag die omega 3 binnen te hebben. Dus daar kwam al wat meer discussie rond. Daarna zijn we meer gaan kijken naar hoe het echte leven is. We hebben eetpatronen, zoals bijvoorbeeld het mediterrane dieet. Daar zit heel wat vette vis in of olijfolie, waar ook die omega 3-vetten in zitten. Dat is eigenlijk de manier waarop we liever naar eten kijken: naar eetpatronen, naar voedingsmiddelen en niet alleen naar de nutriënten. Want anders kan je aan het allerongezondste voedingsmiddel een paar vitaminen toevoegen en hopen dat het gezonder wordt. Maar zo werkt het niet. Het gaat over wat we echt op ons bord hebben liggen. En daar moeten we meer naar kijken. Maar hoe verklaar je dan die onzekerheid? Dat 71% van de Europeanen zekerheid wil dat voeding die nutritionele voordelen, zoals omega 3 of vitamine C biedt? Dat is toch straf? Dat de grote meerderheid daar toch onzeker over is. Ja, omdat voor veel mensen niet meer duidelijk is wat er eigenlijk op hun bord ligt. Maar het staat toch in het groot op het etiket?
Van:hier zit de proteïne in. Maar dan wordt het soms wel gek. Als je bijvoorbeeld proteïnen gaat toevoegen aan producten waar die van nature niet in zitten, dan krijg je gekke dingen. Zo vind je in een supermarkt bijvoorbeeld proteïnelimonade. En dan is het voor consumenten, niet meer duidelijk: nutriënten hebben een effect. Proteïnen kunnen misschien een gezondheidsvoordeel opleveren en zijn misschien goed voor je spieren. Maar limonade is eigenlijk niet goed voor je lijf. Wat doe je dan met een proteïnelimonade? Dan denken ze, daar word ik een bodybuilder van. En als je natuurlijk aan je bureautje zit te werken, heb je geen proteïnelimonade nodig. Daar ga je niet fitter van je bureau verlaten. Social media, dat is ook iets van tegenwoordig. Heel veel voedingsgoeroes. Je zal je er als wetenschapper ongetwijfeld aan ergeren, maar heel veel voedingsgoeroes of dieetgoeroes verkondigen van alles op social media. Je ziet geregeld mensen die spectaculair afvallen
en dan denken:dit is het dieet. Of mensen die een spectaculaire transformatie qua bloedwaarden of iets anders hebben
en dat online verkondigen als:dit is bewezen. Terwijl dat vaak een heel persoonlijk verhaal is. Is dat een probleem? Het is een beetje haat-liefde, moet ik zeggen. De echte wetenschap gebeurt aan universiteiten. Daar doen we onderzoeken en volgen we heel strenge regels over hoe we die onderzoeken aanpakken. Wanneer kunnen we iets bewezen verklaren? Die wetenschap is superbelangrijk. We komen samen met wetenschappers op symposia waar we daar druk over discussiëren. Maar daar bereiken we niet de grote bevolking mee. Er zijn maar weinig mensen die in wetenschappelijke databanken gaan zoeken naar, hoe zit het nu precies? Social media zijn daarom wel een heel krachtige tool om net de juiste informatie te verspreiden. Je hebt ook veel volgers op Instagram. Jij deelt ook recepten met de mensen. Het is alleen moeilijk, je moet zorgen dat je op de juiste plekken op die social media terechtkomt. We weten dat er algoritmes bestaan die ervoor zorgen dat, wanneer je bepaalde interesses vaak laat terugkomen of vaak op iets klikt, je misschien in een hoekje van het internet terechtkomt waar de juiste informatie maar dun gezaaid is. Maar eigenlijk is het net iets krachtigs. We kunnen niet alle mensen naar een consultatie laten komen om het goed uit te leggen. Dus we hebben dat echt nodig.
Ik denk dat we daar goed moeten kunnen laten zien:dit is een betrouwbaar kanaal om te volgen en dit kanaal, weet dat hier iets anders speelt. Is het gin-tonicdieet een oplossing? Ik ken een influencer die op een paar weken tijd kilo's kwijt was omdat hij enkel gin-tonic dronk.
Dus hij zei:ja kijk, ik ben afgevallen. Maar ja, hij at niks, hij dronk alleen maar gin-tonic. Snap je? Dan val je af, maar dat is natuurlijk niet gezond. Ik kan nu een lijstje maken van allemaal van die trends waarbij je hetzelfde effect gaat hebben. Gaat het over het soepdieet, het gin-tonicdieet zo zijn er nog wel trends. Er zijn ook mensen geweest die laxeermiddelen namen of zichzelf besmetten met lintwormen om te vermageren.
Maar laat ons eerlijk zijn:daar hebben we nooit de grote gezondheidsvoordelen van gezien. Zelfs eerder schade en nadelen. Uiteraard. Dat zijn natuurlijk voorbeelden van de negatieve kanten van het internet. Maar we zien ook vaak communities waar mensen lotgenoten ontmoeten en net die motivatie vinden.
Bijvoorbeeld:"Kijk eens, ik heb hier een superlekker recept dat je kan maken met peulvruchten of kikkererwten. Iets anders dan hummus om op het menu te zetten." Een plek voor leuke inspiratie, bijvoorbeeld voor recepten.
En dan zou je toch denken:het gaat ook over gezond verstand. Maar we geloven het zo graag. Ja, natuurlijk. We willen er allemaal strak bijlopen of gezond zijn.
Maar wat ik in de intro al zei:meer dan één op de twee Europeanen denkt dat ze gezond eten, maar is eigenlijk ondervoed in nutriënten. Leg dat eens uit. Wat is ondervoed zijn in nutriënten? Eigenlijk spelen daar twee dingen als we naar die Europeaan kijken. Ondertussen is één op de twee Belgen bijvoorbeeld ook te zwaar. We zien dat overgewicht en obesitas alleen maar zijn gestegen. En ondertussen één op de twee. Zelfs bij jongeren onder de achttien, 17%. Dat zijn cijfers die elk jaar verslechteren. Dat overgewicht wil zeggen dat er een overaanbod is, een overinname van bepaalde voedingsstoffen. Maar als we dan kijken naar wat er nog gebeurt in die mensen, zien we dat bepaalde nutriënten en voedingsstoffen net te weinig in hun voeding zitten. Het is dus vaak tweeledig. Langs de ene kant zien we dat mensen zwaarder worden: meer overgewicht, meer obesitas. Dus meer vet. En langs de andere kant zien we dat bepaalde nutriënten en voedingsstoffen net tekortschieten in de voeding. Die disbalans is er en die is er steeds meer. En daar denk ik, zit meteen ook hetgeen waar we echt effect mee kunnen bekomen. Met gewone voeding kan je echt wel iets bereiken. Maar verklaar dat dan eens. Want die mensen eten meer dan genoeg. Ja. Maar ze krijgen dan niet het juiste binnen. Want ze worden dikker, maar verliezen aan gezonde stoffen, vitamines en dat soort zaken. Ja, onze wereld... Eigenlijk weten we ongeveer wel wat gezond is.
Als ik tegen jou zeg:groenten en fruit zijn gezond. Voilà, dat is niet gebeurd. Je bent niet van je stoel gevallen. Je weet eigenlijk wel wat gezond is. Inderdaad, dat gezond verstand dat ik eerder zei. Wij leven in een wereld die we de obesogene omgeving noemen. Wij wonen, werken en amuseren ons in een wereld die dikmakend en ongezond gedrag supermakkelijk maakt. Als ik vijftien jaar geleden een bakkerij binnenwandelde, dan vond ik daar op zaterdag en zondag koffiekoeken. Als ik dat vandaag op een dinsdagochtend doe, dan ziet die er even rijkelijk uit als tijdens het weekend. Het aanbod aan voeding is enorm toegenomen. Ik woon zelf in het centrum van Antwerpen. Als ik daar zo een fietser met een groene vierkante rugzak zie voorbijrijden, dan zit daar geen kilo kiwi's in. Daar zit waarschijnlijk iets ongezonds in. Het aanbod is gigantisch geworden. Daarnaast zien we technologie. Technologie maakt ons leven makkelijk. Ik kan met een e-step van het station naar kantoor gaan. Ik hoef niet meer te wandelen. En als laatste is er die desinformatie. We zien dat mensen niet meer weten wat ze op hun bord moeten leggen. Al die facetten vormen samen die obesogene omgeving, die dikmakende wereld. Er zit heel veel energie in die dikmakende wereld. Veel calorieën die we makkelijk naar binnen kunnen werken, maar weinig voedzame dingen en dingen die veel zinvolle nutriënten bevatten. En dat zien we dus achteruitgaan. Denk aan groenten en fruit. We zien bijvoorbeeld dat maar 8% van de Belgen genoeg groenten eet en maar 10% genoeg fruit.
Dus ja, voor bijna iedereen geldt:90% van de populatie gaat gezonder worden als ze meer groenten en fruit eet. Dat is ook een straffe statistiek. Nochtans zijn er apps die je kan downloaden, hulpmiddelen die er zijn om zelfs een streepjescode te scannen op dat pak hesp of eender wat. Die geven je dan direct wat erin zit en wat je in totaal die dag gegeten hebt. Je kan dat allemaal loggen. Er zijn zoveel manieren om die informatie wel tot bij jou te krijgen. En toch is er zo een deficit aan nutriënten. En dat is echt omdat we het onszelf heel moeilijk maken. We hebben een wereld gecreëerd die gezond gedrag echt niet zo evident maakt om frequent te doen. Kijk naar portiegroottes. Een tas koffie, dat was vroeger 125 milliliter, zo een tasje waar je misschien een wolkje melk in doet. Nu drinken mensen soja-latte-frappuccino's, halve liters die ze naar binnen slurpen op de trein, naar kantoor of naar school. Dat zijn veranderingen die ervoor hebben gezorgd dat het heel makkelijk is om jezelf te overvoeden met bepaalde dingen die eerder, laat ons zeggen, lege calorieën bevatten. En dat we die andere dingen niet altijd makkelijk in onze omgeving hebben. Terwijl dat wel kan. Er bestaan inderdaad apps die je kunnen helpen om bijvoorbeeld meer water te drinken. Maar je moet ze wel downloaden. Je moet er wel zelf aan werken En dat is net hetzelfde met volkorenproducten, met peulvruchten, met groenten en met fruit. Dat gezonde gedrag moeten we echt meer stimuleren. Maar helaas zien we dat dat niet het makkelijkste gedrag is om te stellen. Oké, duidelijk. Ligt het probleem ook bij de voeding zelf? Bewerkte voeding bijvoorbeeld, ultrabewerkte voeding, dat soort zaken? Een stukje wel. We zien dat het aanbod aan die ultrabewerkte voeding heel groot is. Definieer dat eens. Wat is ultrabewerkte voeding? Voeding mag je bewerken. Voeding moet je bewerken en dat is geen enkel probleem. Als je bijvoorbeeld onbewerkt voedsel neemt, dat is je tomaat die je zo plukt uit de serre bijvoorbeeld. Die tomaat is onbewerkte voeding. Maar dan kan je met die tomaat iets gaan doen. Je kan een tomatentapenade maken bijvoorbeeld of je kan ze laten drogen in de zon. Dan heb je minimaal bewerkte voeding. Als je dan van die zongedroogde tomaat of bliktomaten, wat eigenlijk ook laag bewerkt is, want dat is maar gegaard in een blikje, een soep mee maakt, heb je weeral een volgende stap van bewerking gemaakt. Maar ook dan zit het probleem nog niet. Het is pas wanneer het ultrabewerkte voeding is. Als je eigenlijk bewerkingen gaat doen die je in je eigen keuken niet kan doen, spreken we over ultrabewerkte voeding. Als je producten gaat toevoegen, stoffen gaat toevoegen die je niet zou herkennen als een ingrediënt dat je in je keukenkastje hebt. Dus bewaarmiddelen, bindingsmiddelen, smaakversterkers. Inderdaad, van die zaken. E-nummers denk ik. En dat je bepaalde zaken zo ver gaat bewerken dat het nog heel ver afstaat van de basisgrondstof, dan hou je maar weinig van die goede dingen over. Als je bijvoorbeeld een zakje oplossoep koopt, heeft dat nog maar heel weinig met die tomaat uit de serre te maken. Dus dan is het ultrabewerkte voeding. En dat gamma is groter en groter geworden. Terwijl we weten dat heel veel ultrabewerkte voeding in je dieet de kans groter maakt dat het met je lijf niet zo goed gaat. We hebben ooit eens bij Over eten een test gedaan. Dat was een vergelijking van vitamine C tussen verschillende soepen en de oplossoep, het zakje, die had best nog wel wat vitamine C. Dat staat dan wat contradictorisch tegenover, ultrabewerkt is per definitie slecht. Maar op die manier kijk je weer naar nutriënten. Je kijkt weer naar een voedingsstof, alleen naar die vitamine C. Ik kan nu een product geven dat ultrabewerkt is, waar vitamine C bijvoorbeeld aan toegevoegd is. Vitamine C is een antioxidant. Als je een beetje citroen op een avocado doet, dan slaat die niet bruin uit. Dat houdt de oxidatie tegen. Vitamine C wordt dus ook vaak als bewaarmiddel ergens aan toegevoegd. Maar we kunnen niet zeggen dat doordat er vitamine C in zit, het product dan gezonder wordt. Beeld je bijvoorbeeld een potje hummus in. Wat is hummus? Heb je een idee wat dat is? Je hebt dat ooit eens voorgedaan, denk ik. Kikkererwten pletten, olijfolie, veel olijfolie. Dat is best calorierijk, hè? En dan mengen. Dat is hummus, hè? Klopt. Is het hoe-moés of hummus? Jij zegt hoe-moés. Laten we het vervlaamsen. Dat is een kikkererwtenpureetje, met olijfolie en soms nog een sesampasta erbij. Voor de smaak een beetje look, maar that's it. Dat is homemade hummus, die je dan gemaakt hebt. Als je dat in de winkel bekijkt, ga je potjes terugvinden . met dat ingrediëntenlijstje. Maar je gaat ook potjes terugvinden waar ze bijvoorbeeld het aandeel kikkererwten hebben verlaagd. Je vindt zelfs versies waar nog niet 50% van het eindproduct uit kikkererwten bestaat. Dat verwacht je niet van zo een product, want dat zou de basis daarvan moeten zijn. Je gaat ook producten terugvinden waar antioxidanten aan toegevoegd zijn, zodat het niet verkorst. Als je dat laat openstaan, kan dat wat donkerder bruin kleuren, een beetje klonteren of kan het vocht eruit komen. Dus worden aan sommige van die versies heel veel dingen toegevoegd, zodat het langer bewaart, de kleur mooi blijft. Voor al die dingen. Dan wordt het dus echt ultrabewerkte voeding. Ook al ben je gestart met een aantal goede ingrediënten, als je uiteindelijk zo ver weggaat van het oorspronkelijke product, wordt het minder goed. Maar je kan niet zeggen dat elke hummus in de winkel slecht is. En daar zit het denk ik ook voor consumenten, draai het product om, lees het etiket. Dat is een beetje het paspoort van het product. Ja, omdat je dat nu zegt, dus die hummus met amper 50% kikkererwten met andere dingen zoals, bindingsmiddelen, gewoon volumestoffen. Dingen die ervoor zorgen dat er volume is. Zijn dat dan ook die lege calorieën? Zijn dat de dingen die we eten waardoor we een vol gevoel krijgen, maar die ons nutritioneel eigenlijk niks opleveren? Is dat wat we daarmee bedoelen? Ja, lege calorieën is inderdaad een stukje... Het levert calorieën, het levert energie en brandstof, maar daarnaast heel weinig andere zinvolle nutriënten. Zoals vezels vind je misschien weinig terug in zo een product. En zo zijn er wel wat voorbeelden van dingen die snel weghappen, zinvolle en voedzame dingen aanleveren. die je makkelijk naar binnen werkt, maar die heel weinig We willen meer terug naar producten die misschien wat minder energie bevatten, maar wel heel veel andere nutriënten bevatten. Dus het hoeft daarom ook niet light te zijn.
Want soms denken mensen:ik moet mijn kar vullen met lightproducten, want dan heb ik minder calorieën. Maar het wil niet zeggen dat als je een lightproduct in je karretje legt, dat de andere voedingsstoffen stijgen. Dat er meer andere goede voedingsstoffen in zitten. In een lightfrisdrank zit bijvoorbeeld niet meer vitamine C. Er zit gewoon minder suiker in, minder energie. Wat op zich niet slecht is, hé? Als iemand drie frisdranken wilt drinken en dat is rap 150, 200 kilocalorieën. Als hij de zeroversies drinkt, is het nul, hè? Ja, klopt. En het gaat ook niet over dat ene voedingsmiddel. Het gaat echt over eetgedrag. Wat doe je in frequentie, hoeveelheid. Het gaat niet over één keer genieten van een blikje lightfrisdrank, een lekker ijsje of een pint bier. Het gaat over wat doe in regelmaat? En we zien dat die regelmaat bij veel mensen toch niet zo gigantisch gezond is. Dat verklaart de cijfers die je al aanhaalde. Dat één op de twee mensen eigenlijk te zwaar is, maar daarnaast toch een vorm tekort, van ondervoeding heeft. Te weinig voedzame producten op hun bord heeft. Geef nog eens een voorbeeld van zo een lege calorie.
Als iemand aan jou vraagt:wat zijn de leegste calorieën die je kan vinden in een winkel? Wat zeg je dan? Ik denk bijvoorbeeld aan gesuikerde dranken. Daar is dat zeker. Zowel iets waar dat heel makkelijk naar binnen werkt.- Je giet dat snel achterover.- Lekker ook.- Kan lekker zijn.- Kan verfrissend zijn. Het kan smaken, want heel wat mensen willen ook wel wat variatie. Maar het levert, buiten die suiker die erin zit, heel weinig op. Dat is denk ik zeker een voorbeeld. Maar je gaat in heel veel rayons zoiets terugvinden. Als je witbrood neemt, zou je dat ook kunnen definiëren als, je hebt eigenlijk het graan ontdaan van heel veel goede dingen. De buitenkant van dat graan, waar de vezels zitten, heb je allemaal weggedaan. En je hebt eigenlijk alleen nog maar die binnenkant, dat zetmeel overgehouden en daar een product mee gemaakt. We hebben liever dat al die andere goede dingen er ook in blijven. Want vezels zorgen voor... Dat is goed voor de darmen. En wat nog allemaal? En verzadiging. Want in een sneetje bruin brood of een sneetje witbrood zitten bijvoorbeeld evenveel calorieën. Dus als je alleen maar naar calorieën zou kijken, zou je denken dat het geen verschil maakt. Maar het gaat ook over, wat doet dat voor de rest? Het voedt die dierentuin hierbinnen, dat microbioom, maar ook die verzadiging. Van witbrood blijf je eten. Zo een toren witbrood, dat kan je makkelijk naar binnen werken. Terwijl, als dingen volkoren zijn, ga je veel sneller dat volle gevoel hebben. En honger is geen goede raadgever. Dan ga je meestal minder goede keuzes maken. Het is een term waar we in de volgende aflevering volledig op doorgaan, maar ik wil hem nu al eens lanceren: voedingsdichtheid. Wat is dat dan precies? Als we het nu over lege calorieën hebben en dan over voedingsdichtheid. Ik voel ergens een link, maar leg hem eens uit. Dat is echt om het analytisch te kunnen benaderen. Als wij vanuit de wetenschap willen zeggen, Hoe voedzaam iets is? Dan proberen we daar een soort score aan te geven. We kijken dan naar het aantal nutriënten. Zitten er zinvolle, voedzame nutriënten in? En we kijken ook naar hoeveel energie erin zit. Bevat iets heel veel calorieën, heel veel energie, maar weinig voedzame nutriënten? Dan noemen we dat een product met veel lege calorieën. Dan heeft dat een lage voedingsdichtheid. Is een product weinig calorisch, bevat het weinig energie, maar wel heel veel zinvolle voedingsstoffen zoals veel vezels, veel vitaminen, veel andere mineralen en sporenelementen? Dan zeggen we, dat heeft een hoge voedingsdichtheid. Het levert je eigenlijk veel zinvolle dingen op zonder dat je heel veel calorieën binnenkrijgt. Interessant. Dat wordt nog niet op de verpakking gezet, die voedingsdichtheid, hè? Neen. Dat zou misschien wel interessant zijn. Zoals de Nutri-Score, maar het is toch nog niet hetzelfde. Wat er wel dikwijls op verpakkingen staat, zijn bepaalde claims."Verlaagt cholesterol", "light" is ook een claim op een of andere manier. Proteïne is ook een soort van claim of vitamine C. Kan een producent dat zomaar op de verpakking zetten? Wat is een claim echt waard? De regels zijn superstreng. Wat er op een verpakking staat, moet echt aan heel strenge regels voldoen. Je mag niet zomaar ergens "laag zout" opzetten als het product niet laag is in zout. Daar zijn echt regels en afkapwaarden voor. Een producent moet bijvoorbeeld ook de voedingswaarde vermelden per honderd gram product. De ingrediëntenlijst moet je kunnen terugvinden. Er staat dus echt veel informatie op. Je moet die alleen ook even bekijken voordat je een beslissing maakt. We zien dat mensen in een paar seconden al beslissen om iets in hun karretje te leggen of niet en niet altijd de juiste analyse maken. Die claims zeggen vaak iets over een bepaald nutriënt."Vezelrijk", daar zijn grenzen voor bepaald wanneer je dat mag vermelden."Zoutarm" heeft ook wettelijke grenzen. Alleen zegt dat niet alles over de rest van het product. Je kan op een zak suiker zetten dat het laag is in zout, maar het blijft natuurlijk wel suiker. Het gaat altijd over het geheel. Ik denk dat het voor consumenten, om het heel makkelijk te maken, neerkomt op, back to basics. Kijk naar de ingrediëntenlijst en kijk naar de voedingswaarde. Die kan je altijd terugvinden. Klopt het dat er twee soorten claims zijn, gezondheidsclaims en voedingsclaims? En wat is dan precies het verschil? Voedingsclaims zeggen iets over een bepaald nutriënt in het product dat je gaat kopen. Ze vertellen bijvoorbeeld of een product veel vezels bevat, weinig zout bevat of hoe het zit met de hoeveelheid vetten die erin zitten. Ze zeggen dus iets over de nutriënten, over de voedingswaarde. Gezondheidsclaims zeggen iets over het effect van dat product. Heeft het een effect op een systeem in je lichaam? Is er een effect op hart- en vaatziekten, de vertering. Cholesterol is daar ook zo een klassieker. Het gaat dus over gezondheidseffecten na het eten van dat product. Beide claims kunnen naast elkaar bestaan. Je vindt ze ook vaak samen op een verpakking terug, samen met heel wat andere informatie. Maar er zijn natuurlijk ook veel producten waarop je geen voedingsclaims of gezondheidsclaims terugvindt. Die wettelijke basis heb je wel. Het ingrediëntenlijstje en de voedingswaarde. Maar dan sta ik in de winkel en zie ik bijvoorbeeld kiwi's liggen. Die liggen los. Daar zie ik geen nutriëntenlijst van. Wat misschien zonde is, want het is een gezond product. Hetzelfde voor bananen. Bij fruit en groenten zie je dat niet. Maar je ziet wel iets anders. De ingrediëntenlijst bestaat uit maar één ingrediënt. Als je zo een product in je kar legt, groenten of fruit, dan heb je geen etiket. En dat is misschien, laat ons zeggen, nog het beste etiket. Je hebt het niet nodig. Je weet dat dat goed is. Het is echt eten. Het heeft geen ellenlange ingrediëntenlijst, dus dan hoef je je geen zorgen te maken. Uiteraard zijn er verschillen tussen groenten en fruit onderling. In broccoli vind je andere nutriënten terug dan in sla. Maar je gaat niet heel je leven alleen maar broccoli eten of nooit meer sla eten. Het is net die variatie die ervoor zorgt dat het haalbaar blijft. Ik probeer mensen soms mee te geven, ga voor 500 gram groenten en fruit per dag. Dan weet je eigenlijk dat je safe zit. Dus eigenlijk is de beste claim, de claim die er niet is. Als je gewoon kijkt naar een kiwi, een banaan of een appel, dan weet je, daar moet niks op staan om te weten dat het gezond is. Dus ook weer dat gezond verstand. Een claim kan wel helpen om iets duidelijk te maken over een product. Alleen moet je altijd het geheel bekijken. En ja, gezond verstand... Kijk wat verder dan alleen het prentje dat vooraan op de verpakking staat. Dat durft al eens te suggereren dat iets vol fruit zit, bijvoorbeeld een potje yoghurt, terwijl dat misschien toch maar weinig is. Dus kijk echt naar de ingrediëntenlijst en de voedingswaarde. Dan weet je al veel. En zoals ik zei, ga voor 500 gram groenten en fruit per dag. Dan heb je een dubbel effect. We weten dat mensen die meer fruit eten, op het einde van de week minder toegevoegde suikers hebben binnengekregen. We weten ook dat mensen die meer groenten op hun bord leggen, op het einde van de week minder bewerkt en rood vlees hebben gegeten. Maar het is veel leuker om meer goede dingen te eten dan altijd vanuit die dieetgedachte te kijken.
Want dat zie je vaak:minder suiker, minder vet, minder E-nummers, minder ultrabewerkte voeding,... Dan zie je mensen wegzakken. Daar wordt niemand enthousiast van. Daarom denk ik, pak het anders aan. Ga voor meer goede dingen. Meer groenten, meer fruit. En mijn belofte aan jou, de rest volgt vanzelf. Prachtig. Mooi neergelegd. Ik zie jou in de volgende aflevering terug? Zeker, graag! Over voedingsdichtheid, want we hebben het nu even aangehaald, maar daar wil ik echt nog veel meer over weten. Dank voor je tijd, voorlopig. Ik zie je snel terug. Dit was de eerste aflevering van onze podcast. Ik hoop dat je er iets aan gehad hebt. Volgende keer gaat het dus over voedingsdichtheid. Ik dank je voor het luisteren en tot binnenkort op je favoriete podcastplatform, de Zespri™-website of YouTube. En ik zeg er nog graag bij, deze podcast wordt mogelijk gemaakt door Zespri™en bevat algemene informatie over voeding. Het vervangt natuurlijk geen persoonlijk, medisch of dieetadvies. Tot de volgende.