Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Dries.
Morgen vieren we Driekoningen. Dan denken we terug aan de wijze mannen uit het Oosten die met dure cadeaus bij de pasgeboren Jezus komen. Vandaag en morgen lezen we daarom passende teksten uit Jesaja, over vreemde volken die naar Jeruzalem trekken om God te eren. Jesaja 60:1-9 klinkt zo:
Jeruzalem, wees niet langer bedroefd. Laat het licht over je schijnen, het licht van de Heer. Hij komt naar je toe als een stralende zon. Alle volken leven in het donker, de hele aarde is zo donker als de nacht. Maar over jou schijnt het licht van de Heer.
Iedereen ziet dat stralende licht. De volken en hun koningen, ze komen allemaal naar je toe, Jeruzalem. Ze volgen allemaal dat stralende licht, ze willen allemaal naar die schitterende stad.
Doe je ogen maar open, Jeruzalem, en kijk om je heen. Daar komen je inwoners aan! Ze komen allemaal naar je toe, vanuit verre landen. Andere volken brengen hen veilig thuis. Ze dragen je inwoners alsof het hun eigen kinderen zijn.
Jeruzalem, kijk! Je ogen zullen stralen van blijdschap, en je hart zal bonzen van vreugde.
Die volken brengen ook geschenken voor je mee. Ze nemen hun rijkdommen mee uit verre landen. Ze brengen veel kamelen mee, jonge kamelen uit Midjan en Efa. En de mensen uit Seba komen met veel wierook en goud. Zij vertellen allemaal hoe machtig de Heer is.
De schapen en geiten uit Kedar zijn allemaal voor jou, Jeruzalem. En ook de rammen uit Nebajot mag je hebben. De Heer zegt: ‘Je mag die dieren op mijn altaar offeren, ik zal ze graag van je aannemen. En ik zal de tempel weer opbouwen, mijn tempel zal prachtig zijn!’
Jeruzalem, wat komt daar aan? Zijn het wolken die over het water zweven? Of zijn het duiven die terugvliegen naar huis? Nee, het zijn schepen uit verre landen. Ze zijn onderweg naar de Heer. Voorop varen de schepen uit Tarsis. Zij brengen je inwoners mee, en ze hebben zilver en goud bij zich.
Ja, zelfs vanuit de verste landen komen ze naar je toe, Jeruzalem. Al die volken komen naar je toe om de Heer te vereren. Ze komen voor de heilige God van Israël. Want hij heeft van jou weer een schitterende stad gemaakt.
---
Jesaja 60 hoort bij het derde en laatste deel van het boek Jesaja. De waarschuwingen uit het eerste deel van het boek én de beloftes uit het tweede deel zijn allemaal uitgekomen. Het volk is in ballingschap weggeleid en na zo'n 70 jaar weer teruggekeerd. De mensen wonen weer in en rond Jeruzalem, maar de echte vreugde laat nog op zich wachten. Er is veel armoede en onrecht, en nog steeds worden ze overheerst door een buitenlandse koning. Hoe moet dat nu verder? Op dat moment staat een profeet op die de mensen weer moed inspreekt. Hij kijkt vooruit naar een wereld waarin God zelf in Jeruzalem woont. Vreemdelingen komen dan naar Jeruzalem om Hem te aanbidden, en niet, zoals eerder, om de stad te verwoesten.
2500 jaar nadat deze woorden opgeschreven zijn, is er nog steeds geen echte vrede in Jeruzalem. Wat is daarvoor nodig, denk je?