Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Dries.
Vandaag is het feest van Driekoningen. We lezen uit Jesaja 60:10-22.
De Heer zegt: ‘Jeruzalem, die volken zullen je muren weer opbouwen. En hun koningen zullen jou dienen. Ik ben kwaad op je geweest en ik heb je geslagen. Maar ik zal weer goed voor je zijn, ik zal weer voor je zorgen.
Je poorten zullen nooit meer gesloten worden. Ze zullen altijd openstaan, dag en nacht. Dan kunnen de volken binnenkomen, met al hun rijkdommen. Ook hun koningen zullen door jouw poorten naar binnen gaan.
Maar de volken en koninkrijken die jou niet willen dienen, zullen verdwijnen. Zij zullen volledig vernietigd worden.
Mijn tempel zal weer opgebouwd worden. Hij zal versierd worden met het allermooiste hout uit de Libanon-bergen. De tempel waarin ik woon, zal prachtig zijn.
Jeruzalem, vroeger werd je onderdrukt, maar nu niet meer. Nee, je vijanden zullen juist voor je knielen. Zij zullen je Stad van de Heer noemen, en Stad van de Heilige God van Israël.
Vroeger was je alleen en verlaten. Iedereen had een hekel aan je, niemand wilde je bezoeken. Maar ik maak van jou weer een prachtige stad, voor altijd. De mensen zullen steeds blijven komen om van jou te genieten.
De andere volken en hun koningen zullen als een moeder voor je zorgen. Ze zullen je alles geven wat je nodig hebt. En dan zul je weten dat ik, de Heer, jou bevrijd. En dat ik, de machtige God van Jakob, jou bescherm.
Je zult een rijke stad zijn. Want ik geef je goud in plaats van koper. Ik geef je zilver in plaats van ijzer, ik geef je koper in plaats van hout, en ijzer in plaats van stenen.
Binnen jouw muren zal er altijd vrede zijn. Je leiders zullen rechtvaardig zijn. In jouw land zal geen geweld meer zijn. Er wordt niets meer verwoest, er zijn geen grote rampen meer. Je zult beschermd worden door je muren, en iedereen zal onder de indruk zijn van je poorten.’
Jeruzalem, de Heer zal je voor altijd licht geven. Overdag heb je de zon niet meer nodig, ’s nachts ben je niet meer afhankelijk van het licht van de maan.
Het licht van de zon verdwijnt als de zon ondergaat. En het licht van de maan verdwijnt als de maan kleiner wordt. Maar het licht van de Heer zal nooit verdwijnen! Hij zal je altijd licht geven, het zal nooit meer donker zijn. De dagen dat je verdriet had en rouwde, zijn voorgoed voorbij.
De Heer zegt: ‘Mijn volk zal alleen nog bestaan uit goede en eerlijke mensen. Het land zal voor altijd van hen zijn. Ik heb hen gemaakt, ze zijn een teken van mijn macht.
Mijn volk wordt machtig en groot. Zelfs de kleinste families zal ik heel groot maken. En ik zal ervoor zorgen dat het snel gebeurt, op de juiste tijd.’
De profeet die hier aan het woord is, draait de wereld van de mensen die naar hem luisteren ondersteboven. Zij waren gewend aan oorlog, aan poorten die dichtzaten uit angst voor buitenlandse soldaten, en aan een stad waar de rommel van de verwoesting nog overal te zien was. Nu horen ze over koningen die hen dienen, over poorten die altijd openstaan, over God die voor hen zorgt en over licht dat nooit uitgaat.
Hoe zou dat voor hen geklonken hebben? Hoe klinkt het voor jou, als je naar het nieuws én naar het goede nieuws van Jezus' geboorte kijkt?