Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna.
Vandaag lezen we Romeinen 2:1-16.
Misschien zegt iemand: ‘Al die dingen gaan niet over mij.’ Maar dan zeg ik tegen hem: Luister, jij oordeelt over andere mensen en je hebt kritiek op hun gedrag. Maar de dingen waar jij kritiek op hebt, die doe je zelf ook. Zo laat je zelf zien dat je straf verdient.
Mensen die al die verkeerde dingen doen, krijgen van God de straf die ze verdienen. Dat weten we allemaal. Denk jij dan dat je kunt ontsnappen aan Gods straf? Jij hebt wel steeds kritiek op andere mensen, maar je doet zelf ook verkeerde dingen!
God is goed en geduldig, hij wacht lang met straffen. Jij denkt: Zo’n God hoef ik niet serieus te nemen! Maar dan begrijp je het niet. God is juist goed voor je: hij geeft je de kans om een nieuw leven te beginnen.
Maar jij bent ongehoorzaam. Je wilt je leven niet veranderen. Zo maak je jezelf nog schuldiger. Op de dag dat God zal rechtspreken over de wereld, zal hij ook jou straffen.
God zal alle mensen geven wat ze verdienen. De mensen die het volhouden om te doen wat God wil, krijgen het eeuwige leven. Want zij hebben alles over voor het volmaakte leven bij God. Maar God straft de mensen die zichzelf beter vinden dan anderen. De waarheid is voor hen niet belangrijk. Voor hen telt alleen oneerlijk gedrag.
Ieder mens die slechte dingen doet, zal door God gestraft worden met pijn en ellende. Dat geldt in de eerste plaats voor de Joden, maar ook voor alle niet-Joden. Maar ieder mens die het goede doet, zal eer krijgen van God, en in vrede bij hem leven. Dat geldt in de eerste plaats voor de Joden, maar ook voor alle niet-Joden. Want God beoordeelt ieder mens op dezelfde manier.
De niet-Joden kennen Gods wet niet. Maar ook zonder wet geldt: als je verkeerd leeft, loopt het slecht met je af. De Joden kennen Gods wet wel. Voor hen geldt: wie verkeerd leeft, wordt volgens de regels van de wet gestraft. Want voor God gaat het er niet om dat je de wet kent. Het gaat erom dat je je aan de wet houdt. Alleen dan zul je gered worden.
Mensen die niet als Jood geboren zijn, kennen de Joodse wet niet. Maar stel dat ze toch leven zoals de wet het bedoelt. Dan zie je aan hun daden dat ze de wet in hun hart hebben. Diep van binnen weten ze wat goed en slecht is. In gedachten geven ze een eerlijk oordeel over hun eigen daden.
God weet hoe de mensen van binnen zijn. Alles zal bekend worden op de dag dat hij Jezus Christus laat rechtspreken over de wereld. Dat is het goede nieuws dat ik vertel.
----
Alle mensen maken fouten en verdienen straf, schrijft Paulus. Als voorbeelden van verkeerd gedrag noemt Paulus ook seksuele praktijken die voor zijn Joodse lezers weerzinwekkend waren omdat ze volgens hen puur gericht waren op de bevrediging van lichamelijke verlangens. Het toont volgens Paulus dat de mens niet de zonden beheerst, maar dat zonden de mens beheersen. Geen enkel mens leeft zonder zonde. Een moeilijke boodschap voor hen die zo hun best doen om het goed te doen! Paulus bedoelt ermee te zeggen dat geen enkel mens ooit echt zo goed zal zijn als God. Daarom heeft elk mens Gods goedheid, liefde en redding nodig. En vanuit die basis van Gods redding kunnen we goede dingen doen. Geloof en goede werken gaan dus samen, maar de basis is de liefde van God.
We leven in een prestatiemaatschappij waarin er veel van mensen wordt gevraagd. Wat betekent het voor jou dat de basis van jouw redding Gods liefde en goedheid is, en niet jouw inspanningen?