Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna.
Vandaag lezen we Romeinen 4:1-12.
Laten we eens kijken naar het voorbeeld van Abraham, de voorvader van de Joden. Hoe is het met hem gegaan? Abraham heeft veel goede dingen gedaan. Dat maakt indruk op mensen, maar voor God gaat het om iets anders. God heeft Abraham niet gered omdat hij zo goed leefde. Nee, in de heilige boeken staat: «Abraham geloofde in God, en daarom zag God hem als een goed mens.»
Als iemand werkt, krijgt hij loon. Niet als geschenk, maar omdat hij het verdient. Maar niemand verdient het om door God gered te worden. Je moet er dus op vertrouwen dat God je wil redden, ook al ben je een slecht mens. Als je dat gelooft, ziet God je als een goed mens.
Wat is het echte geluk? Dat God je als een goed mens ziet, ook al verdien je dat niet. Ook David heeft dat gezegd in de heilige boeken. Hij zei: «Je bent gelukkig als God je zonden vergeeft. Je bent gelukkig als God niet meer denkt aan je fouten, en niet meer kijkt naar je schuld.»
Maar voor wie is het echte geluk? Alleen voor mensen die besneden zijn? Of ook voor mensen die niet besneden zijn? Denk even aan wat ik net zei: ‘Abraham geloofde in God, en daarom zag God hem als een goed mens.’ Wanneer gebeurde dat? Toen Abraham al besneden was, of toen hij nog niet besneden was? Het gebeurde toen hij nog niet besneden was!
Door Abrahams geloof zag God hem als een goed mens, ook al was hij toen nog niet besneden. Zo werd Abraham de voorvader van alle gelovigen die niet besneden zijn. Zij worden gered omdat ze geloven.
Later werd Abraham besneden. Dat was het teken dat God hem als een goed mens zag. Zo werd Abraham ook de voorvader van de mensen die besneden zijn. Maar dan moeten ze wel geloven! Net zoals Abraham, die al geloofde voordat hij besneden was.
---
Abraham is een belangrijk voorbeeld voor het Joodse volk, en de belangrijkste voorvader. Lang geleden had God Abraham talloze nakomelingen Abraham beloofd. Uit die nakomelingen groeide uiteindelijk het volk Israël. Het teken van Gods belofte aan Abraham was de besnijdenis van alle pasgeboren jongetjes. Maar Paulus noemt Abraham hier (revolutionair!) de voorvader van de mensen die niet besneden (dus niet-Joods) zijn! Niet daden of besnijdenis, maar geloof, daar begint het mee – voor Abraham en voor alle gelovigen na hem. Deze boodschap moet voor de Joden in Rome vast moeilijk te bevatten zijn geweest!
Zijn er weleens inzichten in een preek of een Bijbelstudieboekje die jou de dingen op een heel nieuwe manier laten zien? Wat doet dat met je geloof?