Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna.
Vandaag lezen we Romeinen 4:13-25.
God beloofde aan Abraham en zijn nakomelingen dat de nieuwe wereld voor hen zou zijn. Dat was niet omdat Abraham zich aan de wet hield, maar omdat hij geloofde. Want daarom zag God hem als een goed mens.
Dus waar gaat het om? Dat je leeft volgens de Joodse wet? Nee, dan zou het geloof geen zin hebben. En dan zou Gods belofte niet uitkomen. De wet laat alleen maar zien dat mensen schuldig zijn. Maar voor wie gelooft, geldt dat niet.
God wilde laten zien hoe goed hij voor ons is. Daarom beloofde hij zijn nieuwe wereld aan alle nakomelingen van Abraham. Niet alleen aan de Joden, maar ook aan de niet-Joden. Als ze maar geloven, net zoals onze voorvader Abraham. Want in de heilige boeken zegt God tegen Abraham: «Ik beloof je dat er later heel veel volken van jou zullen afstammen.»
God beloofde dus veel nakomelingen aan Abraham, en Abraham geloofde God. Hij wist dat God de macht heeft om doden levend te maken. En om iets dat niet bestaat, te laten leven. Abraham geloofde dat er later heel veel volken van hem zouden afstammen. Want God had gezegd: ‘Je zult heel veel nakomelingen krijgen.’
Abraham geloofde dat, ook al was het iets dat eigenlijk helemaal niet kon. Want Abraham wist best dat hij veel te oud was om vader te worden. Hij was al honderd jaar. En zijn vrouw Sara was veel te oud om een kind te krijgen. Toch twijfelde Abraham niet, maar hij geloofde dat ze een kind zouden krijgen. Omdat God het beloofd had.
God zorgde ervoor dat Abrahams geloof steeds sterker werd. En Abraham eerde God. Want God heeft de macht om te doen wat hij belooft. Dat geloofde Abraham, zonder te twijfelen. En daarom zag God hem als een goed mens.
In de heilige boeken staat dus dat God Abraham als een goed mens zag. Dat geldt niet alleen voor Abraham, maar ook voor ons. Want God ziet ook ons als goede mensen, omdat we in hem geloven. Wij geloven dat God Jezus Christus, onze Heer, heeft laten opstaan uit de dood. Omdat Jezus Christus gestorven is, worden onze zonden vergeven. En omdat hij is opgestaan uit de dood, worden wij gered.
----
God beloofde Abraham dat hij vader zou worden van vele volken. Het Joodse volk was slechts één volk, dus God had ook toen al reddingsplannen voor de andere volken, de niet-Joden. Door de komst van Jezus Christus, door zijn sterven en opstanding, kunnen nu alle volken door God worden gered en voor eeuwig in vrede met Hem leven. Dat komt allemaal door Gods goedheid! Hij verdient daarvoor alle eer, zoals ook Abraham God eerde toen hij op wonderbaarlijke wijze een kind ontving. Abraham eerde God door Hem te geloven – ook toen het ongelooflijk leek wat God beloofde. Abraham werd een nieuw land beloofd door God. Aan allen die in Jezus geloven, belooft God dat zij deel zullen uitmaken van Gods nieuwe wereld. De belofte is nu dus groter dan één land voor één volk: dankzij Jezus mogen mensen uit alle volken onderdeel zijn van Gods nieuwe wereld.
Welke beloften in de Bijbel spreken jou aan? Hoe kun je, door in Gods beloften te geloven, Hem vandaag eer bewijzen?