Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna.
Vandaag lezen we Romeinen 3:9-20.
Je zou nu kunnen zeggen: ‘Is het dan een nadeel om Jood te zijn?’ Absoluut niet! Want wat ik vastgesteld heb, is dit: alle mensen doen verkeerde dingen, Joden en niet-Joden.
In de heilige boeken staat: «Er is geen mens die altijd goed doet, zelfs niet één. Niemand is wijs, niemand is trouw aan God. Iedereen is slecht en oneerlijk. Geen mens is goed, zelfs niet één. Mensen spreken alleen maar kwaad, en ze vertellen alleen maar leugens. Hun woorden zijn slecht en gevaarlijk. Ze liegen en bedriegen. Ze plegen graag moorden. Overal brengen ze geweld en ellende. Vrede krijgt bij hen geen kans. En eerbied voor God hebben ze niet.»
Dat staat in de heilige boeken van de Joden, en dus gaat het ook over de Joden zelf. Voor hen geldt hetzelfde als voor iedereen: Niemand heeft een excuus voor zijn slechte gedrag. Iedereen is schuldig tegenover God. En niemand wordt gered doordat hij zich aan de Joodse wet houdt. Want het lukt niemand om alles te doen wat er in de wet staat. De wet leert ons juist dat ieder mens verkeerde dingen doet.
---
God gaf de wet aan het Joodse volk. Met de wet bedoelt Paulus niet alleen de Tien Geboden en alle andere wetten die in de wetboeken beschreven staan, maar alle geschriften over Gods weg met het Joodse volk. Dit blijkt uit de citaten die Paulus gebruikt, zowel uit de boeken de Psalmen en Spreuken als uit Jesaja. Al deze boeken ziet Paulus als ‘de wet’, het zijn de woorden van God. God heeft eeuwenlang tot het Joodse volk gesproken, via profeten, priesters en dichters. Juist zij zouden Gods wil dus kunnen weten en daarnaar moeten handelen. Maar ook zij schieten, net als de niet-Joden, jammerlijk tekort in het doen van Gods wil. Daarom is Christus ook voor hen gekomen, om hen te redden.
Vind je het moeilijk om fouten toe te geven? Waarom wel of niet?