Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Dries.
Vanaf vandaag gaan we in het eerste boek van Samuël een week lang met de heilige ark op pad, de kist met daarin de stenen platen met de tien geboden.
We lezen vandaag 1 Samuel 4:1-11.
Op een dag begonnen de Israëlieten een oorlog tegen de Filistijnen. Het leger van Israël maakte een kamp bij de stad Eben-Haëzer. En de Filistijnen maakten een kamp bij de stad Afek. Ze maakten zich allebei klaar voor de strijd. Er begon een hevig gevecht. De Filistijnen wonnen de strijd tegen de Israëlieten. Vierduizend soldaten van Israël werden gedood.
Toen de rest van het leger teruggekomen was in het kamp, zeiden de leiders van Israël: ‘Hoe komt het toch dat de Heer de Filistijnen vandaag heeft laten winnen? We moeten de heilige kist van de Heer ophalen uit Silo. Want die kist is het teken dat de Heer ons helpt. Als de heilige kist bij ons is, zal de Heer ons redden van onze vijanden.’
Het leger van Israël stuurde een paar soldaten naar de stad Silo. Zij haalden de heilige kist op. Dat was de troon van de machtige Heer, de troon met de twee engelen met vleugels.
Chofni en Pinechas, de zonen van Eli, kwamen ook met de heilige kist mee. Toen de kist het legerkamp binnengebracht werd, begonnen alle Israëlieten hard te juichen en te schreeuwen. Ze maakten zo veel lawaai dat de aarde ervan schudde.
De Filistijnen hoorden de Israëlieten juichen. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Wat is dat voor lawaai bij de Israëlieten?’
Toen begrepen ze dat de Israëlieten de heilige kist van de Heer opgehaald hadden. En ze werden bang. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Ze hebben hun God opgehaald. Zoiets is nog nooit eerder gebeurd. Nu zal het slecht met ons aflopen! Want wie zal ons redden van die machtige God? Het is dezelfde God die voor zo veel rampen zorgde in de woestijn van Egypte.
Kom op, we moeten laten zien wat we kunnen. Anders worden we slaven van die Israëlieten. Net zoals zij slaven van ons geweest zijn. We moeten laten zien wat we kunnen. Laten we vechten! Verlies de moed niet!’
Het gevecht begon, en de Filistijnen versloegen de Israëlieten. Alle Israëlieten vluchtten naar hun eigen kamp. Het verlies voor Israël was groot. Er werden 30.000 soldaten gedood.
Ook Chofni en Pinechas, de zonen van Eli, stierven. En de Filistijnen veroverden de heilige kist van de Heer.
----
De ark is een heilig voorwerp: het is de troon van God (vers 4). De ark staat symbool voor de allesomvattende macht van de God van Israël; het is de plek waar God zijn wil bekendmaakt (Exodus 25:22) en vanwaar hij te hulp komt (Psalm 80:2-4). De Israëlieten willen deze ‘machtige’ ark dus maar wat graag inzetten voor hun strijd met de Filistijnen: succes lijkt gegarandeerd. Maar als na afloop van de strijd 30.000 Israëlische soldaten gedood zijn, de slag verloren is en nota bene diezelfde ark wordt buitgemaakt, zien ze dat God niet voor hun karretje te spannen is.
Stel dat je de teleurgestelde soldaten na afloop van deze strijd zou spreken, hoe zou je het gesprek aangaan?