Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Dries. 

Vandaag lezen we 1 Samuel 6:13-7:1.

De inwoners van Bet-Semes waren in het dal aan het werk. Terwijl ze het koren maaiden, zagen ze plotseling de heilige kist aankomen. Ze werden erg blij toen ze die zagen.
De wagen met de kist stond stil op het land van Josua. Er kwamen Levieten om de kist van de wagen af te halen. Ze pakten ook de tas met de gouden beeldjes. En ze zetten die samen met de kist op een grote steen die daar lag.
Daarna hakten de inwoners van de stad de wagen in stukken. Van het hout maakten ze een vuur. Ze slachtten de koeien en offerden die aan de Heer. Ze brachten op die dag veel offers aan de Heer, om hem te danken.
De vijf Filistijnse bestuurders hadden alles gezien. Ze gingen meteen terug naar de stad Ekron.
De Filistijnen hadden de verovering van de heilige kist weer goedgemaakt. Ze hadden aan de Heer gouden beeldjes van bulten gegeven. Voor elke grote stad van de Filistijnen gaven ze één beeldje. Eén voor Asdod, één voor Gaza, één voor Askelon, één voor Gat en één voor Ekron.
De Filistijnen hadden ook gouden beeldjes van muizen gegeven. Dat waren er net zo veel als er steden en dorpen waren. Alle steden en dorpen van de Filistijnse bestuurders werden meegerekend. Niet alleen de grote steden, maar ook de kleine dorpen.
Op de akker van Josua uit Bet-Semes ligt nog steeds een grote steen. Op die steen heeft de heilige kist van de Heer gestaan.
Maar de Heer strafte de inwoners van Bet-Semes. Want zij hadden in de heilige kist van de Heer gekeken. Zeventig mensen werden gedood. Iedereen had verdriet, omdat de Heer hen zo streng gestraft had. Ze zeiden: ‘Wie kan er dicht bij de Heer komen en in leven blijven? De Heer is een heilige God. Die kist moet hier weg. Waar kunnen we hem naartoe brengen?’
Ze stuurden iemand naar de stad Kirjat-Jearim om daar te zeggen: ‘De Filistijnen hebben de heilige kist van de Heer teruggebracht. Haal hem bij ons weg!’

Toen kwamen er een paar mensen uit die stad. Zij haalden de kist op en brachten hem naar het huis van Abinadab. Zijn huis stond op een heuvel. Zijn zoon Elazar werd speciaal uitgekozen om op de heilige kist te passen.

---

De ark is weer terug in Israël. Goed nieuws, toch? De inwoners van Bet-Semes zullen dit met dubbele gevoelens hebben beleefd: zeventig mensen sterven. Maar waarom? De precieze reden is onduidelijk. Gaat het erom dat ze ‘naar’ de ark keken (NBV), ‘in’ de ark keken (HSV) of de ark ‘bekeken’ (NBG-’51)? In alle gevallen komt het neer op een vorm van heiligschennis. Het was maar een paar mensen enkelen toegestaan de ark te zien. Aangezien wij leven in een tijd waarin het ‘heilige’ steeds meer lijkt te verdwijnen, kan zo’n verhaal ook bij ons wringen. Waarom moet er zo hard gestraft worden? Had dit ook niet anders opgelost kunnen worden?

Wat is voor je heiligschennis?