Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Dries.
Vandaag lezen we 1 Samuel 6:1-12.
De heilige kist van de Heer was al zeven maanden bij de Filistijnen. De Filistijnen lieten priesters en wijze mannen komen. Ze vroegen hun wat ze met de kist moesten doen. Ze zeiden: ‘Hoe moeten we die kist terugsturen naar Israël?’
De priesters en de wijze mannen antwoordden: ‘Stuur de heilige kist van Israëls God terug met geschenken. Zo kunnen jullie de verovering van de kist goedmaken. Dan zullen jullie beter worden. En dan zullen jullie ook te weten komen waarom God jullie gestraft heeft.’
De Filistijnen vroegen: ‘Welke geschenken moeten we meesturen?’ De priesters en de wijze mannen zeiden: ‘Maak gouden beeldjes die lijken op jullie bulten. En maak ook gouden beeldjes van de muizen die alles in het land kapotmaken.
Er zijn in ons land vijf stadsbestuurders. Zij hebben allemaal dezelfde ramp meegemaakt. Maak daarom voor elke bestuurder één beeldje van een bult en één beeldje van een muis. Misschien helpen die beeldjes om een eind te maken aan de boosheid van Israëls God. Misschien komt er dan een einde aan Gods straf voor jullie, jullie goden en jullie land.
Het heeft geen zin om je tegen God te verzetten. Dat hebben de Egyptenaren en hun farao vroeger wel gedaan. Maar God heeft hen zo streng gestraft, dat zij de Israëlieten toch vrij moesten laten.
Jullie moeten een nieuwe wagen maken. Dan moeten jullie twee koeien uitkiezen die jonge kalfjes hebben. Het moeten koeien zijn die nooit eerder een wagen getrokken hebben. Die moeten jullie voor de wagen zetten. Maar de kalfjes moet je terugbrengen naar de stal.
Dan moeten jullie de heilige kist van de Heer op de wagen zetten. Zet er een tas naast, en doe daar de gouden beeldjes in. Zo maken jullie de verovering van de kist weer goed.
Dan moeten jullie de koeien met de wagen loslaten. Kijk of de koeien direct naar Israël lopen, in de richting van Bet-Semes. Als dat gebeurt, dan weten jullie dat het Israëls God is die ons zo streng gestraft heeft. Als dat niet gebeurt, dan was hij het niet. Dan was het allemaal toeval.’
De Filistijnen deden alles wat de priesters en de wijze mannen gezegd hadden. Ze kozen twee koeien uit die jonge kalfjes hadden. Ze zetten de koeien voor de wagen, maar de kalfjes sloten ze op in de stal. Daarna zetten ze de heilige kist van de Heer op de wagen. Naast de kist zetten ze de tas met de gouden beeldjes van de muizen en de bulten.
Toen liepen de koeien weg. Ze liepen direct naar de stad Bet-Semes. Ze loeiden wel, maar ze gingen nergens van de weg af. De Filistijnse stadsbestuurders liepen achter de koeien aan. Ze liepen mee tot aan de grens van Bet-Semes.
---
De ark staat zeven maanden lang op Filistijns grondgebied. In die tijd worden verschillende Filistijnse steden getroffen door plagen. Ten einde raad komen de stadvorsten bij elkaar om met de priesters en waarzeggers te overleggen. Al snel ontdekken ze dat het Israëls God is die achter deze plagen zit. Om nog ergere plagen te voorkomen, besluiten ze de ark terug te sturen. In de verzen 7-12 leggen de waarzeggers uit hoe de ark moet worden teruggestuurd: de wagen en de koeien moeten voldoen aan de religieuze wetten van Israël en er moeten gouden voorwerpen meegestuurd worden als schadeloosstelling.
Een schijnbaar logische keuze heeft soms onverwachte gevolgen. Ken je hiervan een voorbeeld uit jouw eigen leven? Wat deed je toen?