Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Dries. 

Vandaag lezen we 1 Samuel 7:2-17.

De heilige kist bleef twintig jaar in Kirjat-Jearim staan. De Israëlieten begonnen de Heer in die tijd steeds vaker om hulp te vragen.
Toen zei Samuel: ‘Willen jullie de Heer weer gaan dienen? Doe dan alle beelden van afgoden weg. Ook het beeld van de godin Astarte. Vertrouw alleen op de Heer en dien geen andere goden. Dan zal de Heer jullie redden van de Filistijnen.’
Dat deden de Israëlieten. Ze deden de beelden van de afgoden Baäl en Astarte weg. En ze dienden alleen nog maar de Heer.
Daarna zei Samuel tegen de Israëlieten: ‘Jullie moeten allemaal naar de stad Mispa komen, dan zal ik voor jullie bidden tot de Heer.’
Toen kwam iedereen naar die stad. Daar schepten ze water uit een put, en ze goten het op de grond. Ook wilden ze die dag niet eten en drinken. Dat deden ze omdat ze spijt hadden van hun gedrag. Ze zeiden: ‘We hebben dingen gedaan die de Heer niet wil.’
Vanaf die dag was Samuel de leider van het volk van Israël.
De Filistijnen kregen het bericht dat alle Israëlieten in Mispa waren. Ze maakten zich klaar voor een oorlog tegen Israël. De Israëlieten hoorden dat en ze werden bang. Ze riepen tegen Samuel: ‘Doe iets! Vraag of de Heer, onze God, ons helpt. Vraag of hij ons redt van de Filistijnen!’
Toen koos Samuel een lammetje uit en slachtte dat. Hij offerde het helemaal aan de Heer. Hij vroeg de Heer om hulp voor Israël. En de Heer luisterde naar hem.
Samuel was nog bezig met het offer, toen de Filistijnen aanvielen. Maar de Heer zorgde voor een verschrikkelijk onweer. De Filistijnen werden doodsbang en durfden de Israëlieten niet meer aan te vallen.
De Israëlieten kwamen de stad uit en gingen achter de Filistijnen aan. Ze jaagden hen terug tot aan Bet-Kar. Na de strijd zette Samuel een grote steen neer tussen de steden Mispa en Sen. Hij noemde die steen Eben-Haëzer en zei: ‘Hier heeft de Heer ons geholpen.’
De Filistijnen waren door de Israëlieten verslagen. Tijdens het leven van Samuel durfden ze niet meer in het gebied van Israël te komen. Daar zorgde de Heer voor. De steden die de Filistijnen veroverd hadden, moesten ze teruggeven aan Israël. Vanaf de stad Ekron tot aan de stad Gat werd alles aan Israël teruggegeven.
Toen was er vrede, ook tussen Israël en de Amorieten.
Samuel was de rest van zijn leven de leider van Israël. Elk jaar maakte hij een reis langs de steden Betel, Gilgal en Mispa. In al die plaatsen gaf hij regels aan het volk. Na zijn reis kwam hij altijd terug in Rama. Daar stond zijn huis. En vanuit die stad bestuurde hij het land. Hij maakte daar ook een altaar voor de Heer.

---

We lazen eerder al hoe de ark werd buitgemaakt bij Eben-Haëzer, vanwege onder andere het optreden van Eli en zijn zonen. Vervolgens bevrijdde God de ark uit handen van de Filistijnen. In dit gedeelte wordt verteld dat God Israël onder leiding van Samuel de overwinning geeft en dat Samuel een gedenksteen plaatst tussen Mispa en Sen en die Eben-Haëzer noemt. Deze naam vormt een contrast met het eerdergenoemde Eben-Haëzer: waar Eli en zijn zonen eerder faalden, zet Samuel iets goeds neer. Deze nieuwe leider spreekt ware woorden namens God en maakt een einde aan de afgodendienst. Hij overwint de vijand en zorgt voor vrede met de buurvolken.

Welke (politieke) leiders vind je inspirerend? En waarom?