Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna.
Vandaag en morgen lezen we de laatste zinnen van het Oude Testament, bij de profeet Maleachi. Zijn naam betekent: mijn bode.
Vandaag lezen we Maleachi 3:13-18.
De Heer zegt: ‘Jullie zeggen verkeerde dingen over mij! En jullie vragen: ‘Wat voor dingen zeggen we dan?’
Jullie zeggen: ‘Het heeft geen zin om God te dienen. Het heeft geen zin om je aan zijn regels te houden. Of om de machtige Heer te laten zien dat je spijt hebt van je fouten. Je hebt er niets aan! Kijk maar hoe goed het gaat met mensen die geen eerbied voor hem hebben. Ze doen slechte dingen, God zou hen moeten straffen! Maar toch doet hij dat niet.’’
Dat soort dingen zeiden de mensen die de Heer vereerden. De Heer hoorde het allemaal, en hij luisterde naar hen. Hij liet in de hemel de namen van al die mensen opschrijven in een boek. Want hij wilde hen niet vergeten.
Over hen zegt de machtige Heer: ‘Zij zullen mijn volk zijn. Zij zullen een kostbaar bezit voor mij zijn op de dag dat ik kom. Ik zal goed voor hen zijn, zoals een vader goed is voor een zoon die hem gehoorzaamt.
Op die dag zal mijn volk weer het verschil zien tussen goede en slechte mensen. Tussen mensen die naar mij luisteren en mensen die dat niet doen.’
--
Het is een interessant beeld dat hier wordt geschetst. Mensen die God dienen, praten met elkaar – en God luistert mee. Ze mopperen dat het oneerlijk is wat hun overkomt. En toch worden hun namen opgeschreven in een goddelijk boek. Zij krijgen daarbij de belofte dat zij in de toekomst worden gespaard vanwege hun geloof en toewijding aan God.
Als je erbij stilstaat dat God elk gesprek van jou kan horen en op basis daarvan bepaalde dingen misschien wel opschrijft – verandert dat iets aan je gesprekken?