Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna.
Vandaag lezen we Marcus 1:29-38.
Toen Jezus en zijn leerlingen uit de synagoge kwamen, gingen ze naar het huis van Simon en Andreas. Jezus hoorde dat de schoonmoeder van Simon met koorts in bed lag. Hij ging naar haar toe. Hij pakte haar hand vast en hielp haar opstaan. Toen had ze meteen geen koorts meer. Ze ging eten klaarmaken voor Jezus en zijn leerlingen.
’s Avonds laat, toen het donker was, kwamen alle inwoners van de stad naar Jezus toe. Ze hadden alle zieken meegenomen. En ook iedereen die een kwade geest in zich had. Jezus maakte veel mensen beter die allerlei verschillende ziektes hadden. Ook jaagde hij de kwade geesten weg uit de mensen. En hij zei tegen die kwade geesten: ‘Je mag aan niemand vertellen wie ik ben.’
’s Ochtends vroeg, toen het nog donker was, stond Jezus op en ging naar buiten. Hij liep naar een stille plek buiten de stad. Daar wilde hij bidden. Maar Simon en de andere leerlingen kwamen achter hem aan.
Toen ze Jezus gevonden hadden, zeiden ze: ‘Iedereen zoekt u.’ Maar Jezus zei: ‘We gaan weer verder. Ik moet het goede nieuws ook op andere plaatsen in de buurt vertellen. Daarom ben ik op weg gegaan.’
---
Als iemand ziek is, sturen we vaak een kaart of fruitmand met de wens: Beterschap! Behalve dat en bidden kunnen we vaak niet veel meer voor iemands genezing betekenen. Toch kan zo’n gebaar veel betekenen voor een zieke. Jezus zegt ook: ‘Ik wil dat je beter wordt’ (vers 41) en de man wordt beter! Maar niemand mag het weten, waarschuwt Jezus. Dit zien we vaker terug in het Marcus-evangelie: wie Jezus werkelijk is, blijft een geheim voor de mensen. Maar de man kan het niet voor zich houden: Jezus’ woorden van beterschap hebben zijn leven veranderd!
Hoe moeilijk of makkelijk praat jij over dingen die echt impact op je hebben gehad?