Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Dries. 

Vandaag lezen we Genesis 3:1-7.

De slang was een slim dier, het slimste van alle dieren die God, de Heer, gemaakt had. De slang vroeg aan de vrouw: ‘God heeft zeker gezegd dat je van geen enkele boom in de tuin mag eten?’
‘Nee,’ zei de vrouw. ‘We mogen de vruchten eten van alle bomen, behalve van de boom in het midden van de tuin. Als we van die boom eten, of hem alleen maar aanraken, zullen we sterven. Dat heeft God gezegd.’
‘Sterven?’ zei de slang. ‘Jullie zullen helemaal niet sterven! Maar God weet wat er gebeurt als jullie van die boom eten: Dan zullen jullie alles begrijpen. Jullie zullen dan net zo zijn als God. Net als hij zullen jullie weten wat goed en wat kwaad is.’
De vrouw keek naar de boom. De vruchten zagen er mooi en lekker uit, en de vrouw wilde graag alles weten. Ze pakte een paar vruchten en at ervan. Ze gaf er ook één aan haar man, die bij haar was. En hij at er ook van.
Toen begrepen ze dat ze naakt waren. Daarom pakten ze grote bladeren van een vijgenboom, en die bonden ze om hun heupen.

---

Eva ontmoet de slang. Het is een ontmoeting met grote gevolgen! ‘God heeft zeker gezegd dat je van geen enkele boom in de tuin mag eten?’ vraagt de slang. Door het gebod van God om te draaien, probeert hij de vrouw op een dwaalspoor te brengen. Maar als de vrouw hem corrigeert en wijst op het verbod om van die ene boom te eten, gaat de slang er listig op in. ‘Je zult helemaal niet sterven’, houdt hij de vrouw voor, ‘je zult dan net zo zijn als God’. Wat is het een verleidelijke gedachte, om ‘net als God te zijn’. Om als mens je eigen plan te trekken, je niet te houden aan de begrenzing die God je gegeven heeft, maar te proberen de grens tussen God en mens op te heffen. Het was de zwakke plek van de mens. Dat voelde de slang perfect aan. En het is de zwakke plek gebleven: hoger willen grijpen, eigen baas willen zijn, en uiteindelijk de stoel van God willen bezetten. Wat is het moeilijk te accepteren dat God ons grenzen heeft opgelegd, en niet toe te geven aan de neiging om die grenzen stukje bij beetje op te rekken. 

Welke grens vind jij moeilijk te accepteren? Hoe ga je hiermee om?