Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Dries. 

Het derde Bijbelverhaal van de veertigdagentijd waarin een ontmoeting centraal staat is het eerste hoofdstuk van het boek Jeremia. Vandaag lezen we Jeremia 1:1-3.

Jeremia, de zoon van Chilkia, was een profeet. Hij kwam uit een familie van priesters uit Anatot, een plaats in het gebied Benjamin.
De Heer maakte zijn boodschap aan Jeremia bekend. Dat begon toen Josia, de zoon van Amon, dertien jaar koning van Juda was. En de Heer bleef dat doen zolang Josia koning was. En ook daarna, toen Josia’s zonen Jojakim en Sedekia koning waren. Sedekia was de laatste koning van Juda. Toen hij elf jaar koning was, werden de inwoners van Jeruzalem als gevangenen meegenomen naar Babel. Dat gebeurde in de vijfde maand van dat jaar.
Alles wat Jeremia namens de Heer gezegd heeft, staat in dit boek.

---

Een opsomming van historische namen en gebeurtenissen zijn niet echt de interessantste stukjes om te lezen. Maar wie dieper kijkt dan de lijst, ontdekt vaak dingen die van wezenlijk belang zijn om een Bijbelgedeelte of Bijbelboek te begrijpen. Zo wordt in de eerste verzen duidelijk dat Jeremia een boodschapper van God is, een profeet. Uit de namen van koningen en de historische feiten kun je met behulp van het tweede boek Koningen inzicht krijgen in de turbulente tijd waarin Jeremia leeft. Zo heeft hij goede tijden meegemaakt onder koning Josia, akelige tijden en vervolging beleefd onder de afvallige koning Jojakim, en ten slotte was hij erbij tijdens de laatste dagen van Jeruzalem onder de zwakke koning Sedekia. De inwoners van Jeruzalem werden als gevangenen meegenomen naar Babel. Het begin van de Baylonische ballinschap. Deze en andere historische teksten in het Oude Testament laten je zien dat God zich bekommert om zijn volk. Hij kijkt niet vanaf grote afstand naar het verloop van de geschiedenis, maar is er actief bij betrokken door zijn profeten, de boodschappers die zijn woorden doorgeven. God wil mensen ontmoeten – daar waar ze zijn. Dat geldt ook nu nog. God tilde Jeremia niet uit boven alle gedoe op aarde, maar zette hem er middenin. Met een roeping en een taak.

Kijk je met dit in je achterhoofd anders naar het nieuws?