Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Dries.
Vandaag lezen we Jeremia 1:17-19.
De Heer zei tegen mij: ‘Maak je klaar, Jeremia. Ga naar de inwoners van Juda en vertel hun alles wat ik je zeg. Laat je door hen niet bang maken, maar doe wat ik zeg. Anders zal ik jou pas echt bang maken.
Let op! Ik maak jou zo sterk als een stad met dikke muren. Ik maak je zo sterk als een paal van ijzer, zo sterk als een muur van brons. Iedereen zal tegen je vechten: de koningen van Juda, de leiders, de priesters en het volk. Maar ze zullen je niet kunnen verslaan. Want ik ben bij je. Ik zal je beschermen tegen gevaar.’
---
Wat God tot nu toe tegen Jeremia heeft gezegd, heeft diens hele leven op zijn kop gezet. Van een rustig leven in een dorp bij Jeruzalem zal nooit sprake zijn. Overal zal hij tegenstand ondervinden, zelfs van zijn naaste familie. Een mens die de waarheid spreekt, roept verzet op. Jeremia spreekt tot het geweten van mensen die heel goed weten dat ze verkeerd bezig zijn. Je kunt je wel voorstellen dat Jeremia regelmatig heeft gedacht: had U niet iemand anders kunnen uitkiezen, God? In Jeremia 1 zijn dat de laatste woorden aan de jonge profeet, een herhaling van vers 8. ‘Ik ben bij je’. En daarmee is de ontmoeting tussen God en Jeremia voorbij. Dit eerste hoofdstuk vat het gehele boek alvast samen: de inhoud van Jeremia’s boodschap, het verzet dat deze oproept, het komende oordeel voor Gods volk, en Gods bescherming van de profeet. In onze tijd op aarde kunnen wij ook verzet oproepen als we Jezus’ woorden spreken vanuit onze ontmoeting met Hem. Maar steeds weer mogen wij elkaar voorhouden: Hij blijft als de Immanuel, God-met-ons, bij ons, ‘alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld’ (Matteüs 28:20).
Heb jij weleens ervaren dat je geloof verzet oproept? Hoe reageer je in zo’n geval?