Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna.
Vandaag lezen we Matteüs 4:1-11 opnieuw, met bijzondere aandacht voor het tweede deel.
De Geest bracht Jezus naar de woestijn. Daar zou de duivel proberen om Jezus te laten zondigen. Veertig dagen en nachten was Jezus in de woestijn zonder iets te eten. Hij had erge honger gekregen.
Toen kwam de duivel naar hem toe en zei: ‘Jij bent toch de Zoon van God? Zeg dan dat deze stenen in brood moeten veranderen!’ Maar Jezus antwoordde: ‘In de heilige boeken staat: «Alleen van brood kan een mens niet leven. Maar hij leeft van elk woord dat God spreekt.»’
Toen nam de duivel Jezus mee naar Jeruzalem. Hij zette hem op het dak van de tempel, en hij zei: ‘Jij bent toch de Zoon van God? Spring dan naar beneden! Want in de heilige boeken staat: «God geeft zijn engelen de opdracht om je op te vangen. Je zult je voet niet stoten tegen een steen.»’ Maar Jezus zei: ‘In de heilige boeken staat ook dit: «Je mag de Heer, je God, niet uitdagen om zijn macht te bewijzen.»’
Daarna nam de duivel Jezus mee naar een heel hoge berg. Hij liet hem alle machtige koninkrijken van de wereld zien, en hij zei: ‘Ik geef jou al die koninkrijken. Maar dan moet jij voor mij knielen en mij eren.’
Maar Jezus zei: ‘Ga weg, Satan. In de heilige boeken staat: «Kniel alleen voor de Heer, je God, en vereer alleen hem.»’
Toen ging de duivel weg, en meteen kwamen er engelen om voor Jezus te zorgen.
--
De verleider laat het niet bij één poging. Hij neemt Jezus mee naar het hoogste punt van de stad Jeruzalem, de tempel, en daarmee de belangrijkste plek van het hele land Israël. De top van de tempel is een passende plek voor de Zoon van God: zo staat Hij in het centrum van de religieuze wereld. Jezus ziet het nog even aan en de verleider vervolgt: ‘Kijk, ik weet dat Je de Zoon van God bent. Ik heb alle vertrouwen in je capaciteiten. Zo weet ik bijvoorbeeld dat als Je naar beneden zou springen, Je niets zou overkomen. God zou zijn eigen Zoon wel opvangen door een cohort engelen op te trommelen. Misschien kun Je het me zelfs even laten zien. Ah joh, spring effe. Laat mij ook even lol hebben.’ De verleider is wijs geworden van de eerste nederlaag en probeert Jezus met zijn eigen tactiek te vangen. Hij zet nu zelf een schrifttekst in, Psalm 91:11-12: ‘God geeft zijn engelen de opdracht om je op te vangen. Je zult je voet niet stoten tegen een steen.’ Maar Jezus bestrijdt vuur met vuur, citaat met citaat. Hij citeert weer uit Deuteronomium, nu 6:16, waar staat: ‘Je mag de Heer, je God, niet uitdagen om zijn macht te bewijzen.’ En wederom horen we hierin een onderliggende verbondenheid tussen Jezus en God: zoals je God niet op de proef mag stellen, zo mag je dat met Jezus ook niet doen; beiden zijn namelijk dezelfde.
Zijn er Bijbelteksten die jou helpen wanneer je een lastige afweging moet maken? Welke?