Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna.
Vandaag lezen we Matteüs 4:1-11 opnieuw, met bijzondere aandacht voor het derde deel.
De Geest bracht Jezus naar de woestijn. Daar zou de duivel proberen om Jezus te laten zondigen. Veertig dagen en nachten was Jezus in de woestijn zonder iets te eten. Hij had erge honger gekregen.
Toen kwam de duivel naar hem toe en zei: ‘Jij bent toch de Zoon van God? Zeg dan dat deze stenen in brood moeten veranderen!’ Maar Jezus antwoordde: ‘In de heilige boeken staat: «Alleen van brood kan een mens niet leven. Maar hij leeft van elk woord dat God spreekt.»’
Toen nam de duivel Jezus mee naar Jeruzalem. Hij zette hem op het dak van de tempel, en hij zei: ‘Jij bent toch de Zoon van God? Spring dan naar beneden! Want in de heilige boeken staat: «God geeft zijn engelen de opdracht om je op te vangen. Je zult je voet niet stoten tegen een steen.»’ Maar Jezus zei: ‘In de heilige boeken staat ook dit: «Je mag de Heer, je God, niet uitdagen om zijn macht te bewijzen.»’
Daarna nam de duivel Jezus mee naar een heel hoge berg. Hij liet hem alle machtige koninkrijken van de wereld zien, en hij zei: ‘Ik geef jou al die koninkrijken. Maar dan moet jij voor mij knielen en mij eren.’
Maar Jezus zei: ‘Ga weg, Satan. In de heilige boeken staat: «Kniel alleen voor de Heer, je God, en vereer alleen hem.»’
Toen ging de duivel weg, en meteen kwamen er engelen om voor Jezus te zorgen.
---
Driemaal is scheepsrecht; dat geldt ook als je de verleider bent. Hij probeert nog één keer Jezus te verleiden. Op een hoge berg laat hij als in een magisch panorama alles aan Jezus zien wat er met geld en macht te regelen valt op de aarde. En laten we eerlijk zijn: voor geld is zo ongeveer alles te koop. En heb je eenmaal van de macht geproefd, dan kun je er nooit meer genoeg van krijgen. De verleider laat nu alle schijn vallen en het masker van gemaakte vriendelijkheid valt af. ‘Als Jij nu eens precies gaat doen wat ik wil, dan krijg Je meer geld en macht dan Je ooit kunt wensen. Als Jij mij nu eens gaat aanbidden, de heer van het geld, de heer van deze wereld, dan ga Je lol beleven. Dan ga Je pas echt leven.’ Maar opnieuw is Jezus niet onder de indruk. En opnieuw antwoordt Hij de verleider met een schrifttekst, maar niet voordat Hij hem – voor het eerst in dit verhaal – met zijn eigen naam aanspreekt: Satan, de aanklager, de verleider. Jezus weet precies hoe de vork in de steel zit en wie Hij tegenover zich vindt. ‘Ga weg, Satan!’ roept Jezus gedecideerd uit. En voor de derde maal citeert Hij Deuteronomium, nu 6:13: ‘Kniel alleen voor de Heer, je God, en vereer alleen hem.’ Jezus weigert categorisch: ‘Nooit, nooit in de eeuwigheid zal Ik Me voor je neerbuigen, Satan. Ik erken jou niet en evenmin je macht. Ik wil geen macht, geen rijkdom, Ik wil alleen doen wat God Mij vraagt te doen.’
Welke verleiding die Jezus in de woestijn meemaakte, vind jij het meest herkenbaar?