Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Dries. 

Vandaag lezen we Marcus 2:1-12 opnieuw, met bijzondere aandacht voor het derde deel.

Een tijdje later kwam Jezus terug in Kafarnaüm. Toen de mensen hoorden dat hij er weer was, kwamen ze allemaal naar zijn huis. Zelfs buiten voor de deur was er geen plaats meer. Jezus vertelde de mensen over God.
Toen kwamen er nog vier mensen aan. Ze droegen een man die niet kon lopen. Maar door de drukte konden ze hem niet bij Jezus brengen. Daarom maakten ze een gat in het dak, precies boven Jezus. Ze lieten hun zieke vriend op zijn draagbed naar beneden zakken.
Jezus zag dat die mensen in hem geloofden. Daarom zei hij tegen de man die niet kon lopen: ‘Ik vergeef je alles wat je verkeerd gedaan hebt.’
Er zaten een paar wetsleraren tussen de mensen. Die dachten bij zichzelf: Zoiets mag hij helemaal niet zeggen! Hij beledigt God. Alleen God kan de zonden van mensen vergeven!
Maar Jezus wist wat ze dachten. Daarom zei hij tegen hen: ‘Het is anders dan jullie denken. Het lijkt makkelijk om tegen iemand die niet kan lopen, te zeggen: ‘Ik vergeef je alles wat je verkeerd gedaan hebt.’ Het lijkt veel moeilijker om tegen hem te zeggen: ‘Sta op, pak je draagbed op, en ga lopen.’ Maar ik ben de Mensenzoon. God heeft mij de macht gegeven om te vergeven. Dat zal ik jullie laten zien.’
Toen zei Jezus tegen de man die niet kon lopen: ‘Sta op, pak je draagbed op, en loop naar huis.’ Meteen stond de man op. Hij pakte zijn bed op en liep weg.
Iedereen had gezien wat er gebeurd was. De mensen waren diep onder de indruk. Ze dankten God en zeiden: ‘Zoiets hebben we nog nooit meegemaakt!’

---

Eerder in het verhaal heeft Jezus de zonden van de verlamde man vergeven. De man heeft daar niet om gevraagd. Pas daarna volgt zijn lichamelijke genezing met de genezende woorden: ‘Sta op.’ Met de hulp van zijn vrienden daalt de lamme man letterlijk van boven naar beneden af. Ook Jezus moet naar beneden kijken om hem te zien. Dat toont aan dat Jezus in de eerste plaats oog heeft voor de concrete mens in het hier en nu. Eerst moet de zonde, de innerlijke blokkade of verlamming, opgeheven zijn en dan pas volgt de lichamelijke genezing. De wetten en afspraken waar de schriftgeleerden veel belang aan hechten, staan dus op de tweede plaats. De man staat op en staat niet langer aan de rand van de maatschappij. Hij leeft weer voluit. Het is alsof hij verrijst. En de hele verzamelde menigte is getuige, inclusief zijn vier vrienden en de schriftgeleerden. Jezus roept ons op om hetzelfde te doen en aandacht te hebben voor de mensen rondom ons. Mensen hebben mensen nodig. We mogen elkaar niet opgeven, maar moeten steeds opnieuw kansen scheppen om anderen te ondersteunen en sterker te maken.

Jezus biedt hulp aan waar de man niet om had gevraagd. Hoe makkelijk – of moeilijk – vind jij het om hulp waar je niet om had gevraagd aan te nemen?