Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Dries.
Vandaag lezen we Johannes 2:23-3:21 opnieuw, met bijzondere aandacht voor het derde deel.
---
Jezus bleef in Jeruzalem om het Joodse Paasfeest te vieren. Veel mensen gingen in hem geloven toen ze zijn wonderen zagen. Maar Jezus had geen vertrouwen in hen, omdat hij hen allemaal kende. Niemand hoefde hem iets over hen te vertellen. Want hij wist precies hoe mensen van binnen zijn.
Er was een farizeeër die Nikodemus heette. Hij was één van de Joodse leiders. Midden in de nacht kwam hij naar Jezus toe en zei: ‘Meester, wij weten dat God u gestuurd heeft om onze leraar te zijn. Want we zien dat God u helpt om al die wonderen te doen.’
Jezus zei tegen Nikodemus: ‘Luister heel goed naar mijn woorden: Je kunt alleen bij Gods nieuwe wereld horen als je op een nieuwe manier geboren wordt.’
Toen zei Nikodemus: ‘Iemand die al oud is, kan toch niet opnieuw geboren worden? Hij kan toch niet teruggaan in de buik van zijn moeder en nog een keer geboren worden?’
Jezus zei tegen hem: ‘Luister heel goed naar mijn woorden: Je kunt Gods nieuwe wereld alleen binnengaan als je op een nieuwe manier geboren wordt. En dat gebeurt als je gedoopt wordt met de heilige Geest.’
Jezus zei: ‘Wie op een gewone, menselijke manier geboren wordt, zal een keer sterven. Maar wie geboren wordt door de Geest, zal eeuwig leven. Wees dus niet verbaasd als ik zeg: Jullie moeten op een nieuwe manier geboren worden.
Denk aan de wind: Die waait waarheen hij wil. Je hoort hem, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij naartoe gaat. Zo is het ook met de Geest: Je weet niet waar hij vandaan komt en hoe hij werkt. Want hij hoort bij de hemelse wereld. En iedereen die door de Geest geboren wordt, hoort ook bij de hemelse wereld.’
Nikodemus vroeg: ‘Maar hoe kan dat?’ Jezus zei: ‘Begrijp je dat niet? Jij bent toch een leraar van het volk van Israël? Luister heel goed naar mijn woorden: Ik vertel jullie over de hemelse wereld, die ik ken en zelf gezien heb. Maar jullie geloven mij niet. Jullie geloven me niet eens als ik vertel over de aardse wereld. Dan zullen jullie me zeker niet geloven als ik vertel over de hemelse wereld!’
Nog nooit is er iemand van de aarde omhooggegaan naar de hemel. Alleen de Mensenzoon, die eerst vanuit de hemel naar de aarde kwam.
Mozes zette in de woestijn een koperen slang hoog op een paal. Net zo moet de Mensenzoon een hoge plaats krijgen, eerst aan het kruis en daarna in de hemel. En daardoor krijgt iedereen die in hem gelooft, het eeuwige leven. Want Gods liefde voor de mensen was zo groot, dat hij zijn enige Zoon gegeven heeft. Iedereen die in hem gelooft, zal niet sterven, maar voor altijd leven.
God heeft zijn Zoon naar de wereld gestuurd om de mensen te redden. Niet om hen te veroordelen. Want wie in de Zoon gelooft, zal niet veroordeeld worden. Maar de mensen die niet in hem willen geloven, die zijn al veroordeeld. Zij zullen gestraft worden, omdat ze niet willen geloven in de enige Zoon van God.
Zo zijn die mensen veroordeeld: de Zoon kwam naar de wereld als het ware licht voor alle mensen, maar de mensen kozen voor het donker. Dat zie je aan hun slechte daden.
Iemand die slecht leeft, heeft een hekel aan het licht. Hij vlucht weg van het licht, want hij wil zijn slechte daden verborgen houden. Maar iemand die goed leeft en trouw is, zoekt het licht juist op. Dan wordt duidelijk dat hij dicht bij God leeft.
---
In het gesprek tussen Jezus en Nikodemus wordt steeds meer duidelijk hoe Jezus de verhoudingen ziet. Nikodemus ging het gesprek aan als een gelijke, als rabbi tegenover rabbi. Maar voor Jezus liggen de verhoudingen heel anders: Hij is de enige die uit de hemel is gekomen om te getuigen van wat Hij van de Vader gezien en gehoord heeft, terwijl Nikodemus en zijn collega-farizeeën weigeren zijn getuigenis aan te nemen. Jezus vertelt over de reden waarom de Mensenzoon naar de aarde is gezonden. Daarbij gebruikt Hij een beeld uit het Oude Testament. Toen het volk Israël door de woestijn zwierf, op weg van Egypte naar het beloofde land, klaagde het over het eentonige manna dat het elke dag te eten kreeg. Daarop strafte God het volk met giftige slangen. Het volk kwam tot inkeer en God droeg Mozes op een koperen slang op een staak te bevestigen. Wie daarnaar keek, bleef in leven. Het is een heftig beeld: te midden van de wereld die duisternis verkiest boven het licht, richt God een staak op, waar Jezus op wordt bevestigd, en wie in Hem gelooft, wordt gered van de ondergang en ontvangt eeuwig leven. De kruisiging van Jezus is de ultieme vernedering en tegelijk juist een verhoging. Een vloek en een zegen. Er is nooit iemand opgestegen naar de hemel, maar via het kruis voert Jezus omhoog wie in Hem geloven, wie uit God geboren zijn.
Helpt het beeld van de slang op de staak je om Jezus’ dood beter te begrijpen? Hoe zou je dit zelf verwoorden?