Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna. 

Vandaag lezen we psalm 84 opnieuw, met bijzondere aandacht voor vers 4.

---

Een lied van de Korachieten. Voor de zangleider. Op de wijs van het lied ‘De vrouw uit de stad Gat’.
Ik houd van uw huis, machtige Heer!
Ik verlang naar uw tempel, levende God.
Met heel mijn hart wil ik bij u zijn.

Machtige Heer, mijn koning, mijn God,
zelfs mussen wonen in uw tempel.
Zwaluwen maken een nest bij uw altaar,
ze zorgen er voor hun jongen.
Gelukkig zijn mensen die wonen in uw huis,
want zij kunnen u altijd danken.

Gelukkig zijn mensen die verlangen naar u,
want bij u vinden ze kracht.
Als ze door droge velden lopen,
worden die groen en fris.
Uw regen laat alles weer groeien.
Ze worden steeds sterker,
ze gaan door tot ze in Sion zijn.
Daar zullen ze u ontmoeten, God.
Heer, machtige God, hoor mijn gebed.
God van Jakob, luister naar mij!
God, bescherm ons toch,
en zorg goed voor uw koning.

Ik ben liever één dag in uw tempel
dan duizend dagen ergens anders.
Ik ben liever buiten bij de deur van uw huis
dan binnen bij slechte mensen.

Heer, onze God,
u leidt ons, u beschermt ons.
U bent goed voor ons,
u maakt ons sterk.
U geeft ons geluk
als wij leven zoals u dat wilt.
Machtige Heer,
gelukkig zijn mensen die vertrouwen op u!

---

Wie in Israël is geweest en bij de zogenaamde Klaagmuur in Jeruzalem heeft gestaan, weet waarover de dichter spreekt. Je hoeft maar even op het tempelplein te staan of je ziet ze vliegen, de kleine musjes en de gierzwaluwen. Ze vliegen af en aan en duiken soms in een kleine holte tussen de stenen. Ik denk dat de dichter zich door deze aanblik van de tempel heeft laten inspireren. Zijn oog valt ineens op een paar vogels die een nestje aan het maken zijn in de buurt van het altaar. Ze vliegen af en aan. En als het nestje klaar is, dan komen ze tot rust. Het is alsof ineens tot hem doordringt: eigenlijk ben ik net als die mus. Onrustig is mijn hart, totdat het rust vindt bij God. De mus is maar een kleine vogel in het grote heelal. En ik, wat stel ik eigenlijk voor, in dat immense heelal, ten opzichte van God? Net als de mus ben ik ook vaak druk en onrustig, door zorgen die ik heb. Wat voel ik mij soms kwetsbaar en angstig! De dichter had zo zijn redenen om naar het heiligdom te gaan. Vaak is dat bij ons niet anders als we denken aan de kerk. Waarom zou ik naar de kerk gaan? De theoloog Van Ruler schreef er een boek over en noemde maar liefst 21 redenen. Een van de redenen die hij noemt, is om rust te vinden. We trekken ons even terug uit de hectiek van ons dagelijkse leven, vanwege de onrust in de wereld en ons eigen leven. De dichter weet zich met alles veilig bij God. Er is een altaar dat spreekt van genade en vergeving. Daar komt hij tot rust. Bij God is plek voor hem zoals hij is. 

Waarover maak jij je onrustig? Lukt het om die onrust bij God neer te leggen?