Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna. 

Vandaag lezen we psalm 84 opnieuw, met bijzondere aandacht voor vers 6 en 13.

---

Een lied van de Korachieten. Voor de zangleider. Op de wijs van het lied ‘De vrouw uit de stad Gat’.
Ik houd van uw huis, machtige Heer!
Ik verlang naar uw tempel, levende God.
Met heel mijn hart wil ik bij u zijn.

Machtige Heer, mijn koning, mijn God,
zelfs mussen wonen in uw tempel.
Zwaluwen maken een nest bij uw altaar,
ze zorgen er voor hun jongen.
Gelukkig zijn mensen die wonen in uw huis,
want zij kunnen u altijd danken.

Gelukkig zijn mensen die verlangen naar u,
want bij u vinden ze kracht.
Als ze door droge velden lopen,
worden die groen en fris.
Uw regen laat alles weer groeien.
Ze worden steeds sterker,
ze gaan door tot ze in Sion zijn.
Daar zullen ze u ontmoeten, God.
Heer, machtige God, hoor mijn gebed.
God van Jakob, luister naar mij!
God, bescherm ons toch,
en zorg goed voor uw koning.

Ik ben liever één dag in uw tempel
dan duizend dagen ergens anders.
Ik ben liever buiten bij de deur van uw huis
dan binnen bij slechte mensen.

Heer, onze God,
u leidt ons, u beschermt ons.
U bent goed voor ons,
u maakt ons sterk.
U geeft ons geluk
als wij leven zoals u dat wilt.
Machtige Heer,
gelukkig zijn mensen die vertrouwen op u!

---

Veel mensen zijn op zoek naar geluk. Maar, wat maakt ons gelukkig? Dat kan vriendschap zijn, gezondheid, een leven zonder zorgen, voldoening in je werk. De Gewone Catechismus, die in 2019 verscheen, start met het thema van geluk. ‘Is er een dieper geluk dan dat je de ervaring opdoet dat je thuiskomt? Dat je aanvaard bent, dat je niet langer wordt afgerekend op je tekort, maar dat God je aanneemt, wie je ook bent?’ Dat is treffend verwoord, want dat is precies ook de ervaring van de dichter van Psalm 84. Naar de tempel gaan en God ontmoeten is een vorm van thuiskomen. Echt thuis ben ik waar Gods liefde woont. Het lied eindigt met ‘gelukkig de mens die op U vertrouwt’ (vers 13). Het is de slotzin die alles omvat: het verlangen, de zoektocht, de dorre dalen, en dan uiteindelijk het thuiskomen bij God. Eigenlijk is dit lied geschreven als een grote uitnodiging om in ons hectische en drukke leven niet aan God voorbij te leven. Het loont immers de moeite tot Hem onze toevlucht te nemen. Sinds Pasen en Pinksteren is de Heer een God van nabij. Hij is niet ver van eenieder van ons, zegt Paulus in Handelingen 17. God is niet verder dan een zucht van ons verwijderd. We mogen ons daarom gelukkig weten. Als we Hem zoeken in gebed of in de kring van de gemeente of gemeenschap, zullen we merken dat het waar is waar de dichter van dit lied zo lyrisch over spreekt: dat Hij te vinden is voor wie Hem zoekt. En God vinden is niets anders dan thuiskomen. Daarom weten we ons gelukkig!

Wat heb jij nodig om je helemaal thuis te voelen?