Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Dries.
Vandaag lezen we Matteüs 16:13-20 opnieuw, met bijzondere aandacht voor Petrus als blijvende volgeling van Jezus.
---
Jezus en de leerlingen kwamen in de omgeving van Caesarea Filippi. Jezus vroeg aan de leerlingen: ‘Wat zeggen de mensen over mij, de Mensenzoon?’ De leerlingen antwoordden: ‘Sommige mensen zeggen dat u Johannes de Doper bent. Anderen zeggen dat u Elia bent. Weer anderen zeggen dat u Jeremia bent, of een andere profeet van vroeger.’
Toen zei Jezus: ‘En wie ben ik volgens jullie?’ Simon Petrus antwoordde: ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God.’
Jezus zei tegen hem: ‘Dat heb je niet gehoord van een mens, maar van mijn Vader in de hemel. Daarom ben je een gelukkig mens, Simon, zoon van Jona! En ik zeg je: Jij bent Petrus, de rots. Op die rots zal ik mijn kerk bouwen. Mijn kerk zal er zijn zolang deze wereld bestaat. Aan jou geef ik de sleutels van de poort naar de nieuwe wereld. Want de besluiten die jij hier op aarde neemt, zullen ook geldig zijn in de hemel.’
Daarna zei Jezus tegen de leerlingen: ‘Vertel aan niemand dat ik de messias ben!’
---
Toen Jezus Petrus riep om Hem te volgen, prees Hij hem gelukkig. Hij zei: ‘Daarom ben je een gelukkig mens, Simon, zoon van Jona’ (vers 17). Maar kan Petrus later nog gelukkig zijn wanneer hij Jezus driemaal zal verloochenen? Nadat Matteüs aan het eind van hoofdstuk 26 schrijft dat Petrus wegliep en huilde, lezen we niets meer over hem. Petrus lijkt verdwenen uit het evangelie. Zijn roeping om Jezus te volgen lijkt te eindigen in de valkuil van zijn geloofsijver. Toch blijkt uit het slot van zijn evangelie dat Jezus Petrus niet afschrijft. In vertrouwen gaat Hij opnieuw met hem verder. Zoals Hij hem jaren eerder vanuit de vissersboot riep, zo roept Hij hem na zijn opstanding opnieuw. Matteüs beschrijft het op een subtiele wijze. Fijntjes vertelt hij dat de vrouwen als eersten mogen vertellen dat Jezus is opgewekt uit de dood. Ook moeten zij tegen Jezus’ leerlingen zeggen dat ze naar Galilea moeten gaan omdat Jezus hen daar wil ontmoeten. En daar gaan ze, alle elf. Judas is er niet meer bij, maar Petrus wel. Over dit prachtige detail zou je zomaar heen kunnen lezen. Ondanks alles wordt Petrus niet buitengesloten, noch door Jezus, noch door Jezus’ andere volgelingen. Opnieuw roept Jezus hen op om in zijn spoor verder te gaan. Om in woorden en daden getuigen te zijn van Gods grootheid en goedheid. In vertrouwen dat Jezus ook Petrus niet alleen zal laten, maar met hem is ‘tot aan de voltooiing van deze wereld’ (Matteüs 28:20). Petrus is geen supergelovige, maar wel een hartstochtelijke volgeling van Jezus.
Heb jij je weleens in de steek gelaten gevoeld? Wat doet het met je dat Jezus die ervaring kent, en toch verdergaat met Petrus?