Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Dries.
Het elfde Bijbelverhaal van de veertigdagentijd waarin een ontmoeting centraal staat, vinden we bij Lucas 19:1-10. De komende vier dagen zoomen we telkens met de overweging in op een ander deel van het verhaal.
---
Toen ging Jezus de stad Jericho binnen. Daar woonde een man die Zacheüs heette. Zacheüs was het hoofd van de tollenaars, en hij was erg rijk. Hij wilde wel eens zien wie Jezus was. Maar dat lukte niet, want Zacheüs was klein, en er stonden veel mensen om Jezus heen. Daarom rende Zacheüs een stuk vooruit. En hij klom in een boom waar Jezus voorbij zou komen. Op die manier kon hij Jezus toch zien.
Toen Jezus langs de boom liep, keek hij omhoog en zei: ‘Zacheüs, kom snel naar beneden! Want ik kom bij jou logeren.’ Zacheüs kwam meteen naar beneden. Hij was blij dat Jezus met hem mee naar huis ging. Maar de mensen klaagden. Ze zeiden: ‘Kijk nou, Jezus logeert bij een dief!’
Toen zei Zacheüs tegen de Heer: ‘Ik beloof dat ik de helft van mijn bezit aan de armen zal geven. En als ik geld van iemand afgepakt heb, dan geef ik hem vier keer zo veel terug.’ Toen zei Jezus: ‘Zacheüs, je hoort weer bij het volk van Abraham. Jij en jouw gezin zijn vandaag gered. Want ik, de Mensenzoon, ben gekomen om mensen te redden die verkeerde dingen doen.’
---
Zacheüs is een Joodse belastinginner. Hij is welvarend. Tegelijk wordt hij verfoeid door zijn eigen volk. Hij staat bekend als een bedrieger, een publieke zondaar die heult met de Romeinse bezetter. Zacheüs is iemand met wie je als rechtgeaarde Jood niet kunt omgaan. Lucas vertelt dat hij ‘klein’ was. Het is de enige maal dat in de evangeliën iets gezegd wordt over iemands lichaamslengte. Het lijkt vooral te bevestigen dat de mensen op Zacheüs neerkijken. Wellicht ook dat Zacheüs niet hoog van zichzelf opgeeft. Nog belangrijker is de andere informatie die Lucas ons geeft. ‘Hij wilde wel eens zien wie Jezus was.’ Blijkbaar heeft Zacheüs over Jezus gehoord. Het heeft hem nieuwsgierig gemaakt. De evangelist zegt niet wat Zacheüs over Jezus denkt of voelt. Enkel maar dat hij meer over Hem te weten wil komen. Hij wil Hem zien, met eigen ogen. Tegelijk wist Zacheüs waarschijnlijk dat Jezus niet bepaald een collega van hem was. Jezus stond op een heel andere wijze in het leven dan hij. Wellicht heeft de nieuwsgierigheid van de kleine man ook daarmee te maken. Zacheüs bedenkt een trucje. Hij klimt in een vijgenboom. Dat is een oplossing voor zijn kleine gestalte. Het geeft hem ook de kans, zo denkt hij althans, om op een onopvallende en vrijblijvende wijze naar Jezus te kijken. De tollenaar zal snel ontdekken dat naar Jezus kijken een stuk ingrijpender is dan hij had ingeschat. Ook als je Zacheüs heet.
Wanneer blijf jij liever op een veilige afstand?