Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Dries.
Op Palmzondag belichten we weer een nieuw vers uit de ontmoeting van Zacheüs met Jezus. We lezen Lucas 19:1-10 opnieuw, met bijzondere aandacht voor vers 5.
--
Toen ging Jezus de stad Jericho binnen. Daar woonde een man die Zacheüs heette. Zacheüs was het hoofd van de tollenaars, en hij was erg rijk. Hij wilde wel eens zien wie Jezus was. Maar dat lukte niet, want Zacheüs was klein, en er stonden veel mensen om Jezus heen. Daarom rende Zacheüs een stuk vooruit. En hij klom in een boom waar Jezus voorbij zou komen. Op die manier kon hij Jezus toch zien.
Toen Jezus langs de boom liep, keek hij omhoog en zei: ‘Zacheüs, kom snel naar beneden! Want ik kom bij jou logeren.’ Zacheüs kwam meteen naar beneden. Hij was blij dat Jezus met hem mee naar huis ging. Maar de mensen klaagden. Ze zeiden: ‘Kijk nou, Jezus logeert bij een dief!’
Toen zei Zacheüs tegen de Heer: ‘Ik beloof dat ik de helft van mijn bezit aan de armen zal geven. En als ik geld van iemand afgepakt heb, dan geef ik hem vier keer zo veel terug.’ Toen zei Jezus: ‘Zacheüs, je hoort weer bij het volk van Abraham. Jij en jouw gezin zijn vandaag gered. Want ik, de Mensenzoon, ben gekomen om mensen te redden die verkeerde dingen doen.’
---
Zacheüs had gehoopt dat hij rustig en vooral onopgemerkt naar Jezus zou kunnen kijken. Het tegendeel blijkt waar te zijn. Toen Jezus langs de boom liep, keek hij omhoog en zei: ‘Zacheüs, kom snel naar beneden! Want ik kom bij jou logeren.’ De tekst suggereert geenszins dat Zacheüs zichzelf verraadt. Dat hij, gewild of ongewild, al dan niet door eigen onhandigheid, ervoor zorgt dat Jezus zijn aanwezigheid opmerkt. De bewoordingen van Lucas laten veeleer vermoeden dat Jezus zelf het initiatief neemt om contact te leggen met Zacheüs. Die indruk wordt versterkt door het feit dat Jezus vervolgens zichzelf uitnodigt in het huis van Zacheüs. Niet voor even. Wel om er te logeren, lezen we. Hij kan moeilijk nog duidelijker maken dat Hij echt iets van plan is met deze man. Maar de mensen klaagden. Ze zeiden: ‘Kijk nou, Jezus logeert bij een dief!’ (vers 7). Lucas maakt duidelijk dat Jezus’ keuze schokkend is voor alle omstaanders. Uit het vervolg van het verhaal blijkt dat Jezus zich niet vergist in Zacheüs. Hij weet maar al te goed in wiens woning Hij binnentreedt. Niet Jezus is abuis, maar de omstanders. Ze vergissen zich ook in Jezus. De Mensenzoon is echt anders dan zij denken. Ook al trekken de leerlingen nu al geruime tijd met Jezus op, zij hebben nog veel te leren over zijn diepere identiteit. Wij wellicht ook. In de laatste zin van dit ontmoetingsverhaal legt Jezus zelf uit hoe zijn verrassende optreden geduid dient te worden: Want ik, de Mensenzoon, ben gekomen om mensen te redden die verkeerde dingen doen.’ Het uitreiken naar zondaars is niet enkel maar een mooi bijkomstig aandachtspunt in het leven en de zending van Jezus. Het is, zo blijkt uit deze enkele woorden van Jezus, de reden zelf van zijn komst. Gelukkig maar. Zijn we niet allen zondaars?
Aan wie denk jij bij de woorden ‘zondig mens’?