Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Dries.
Vandaag lezen we Lucas 19:1-10 opnieuw, met bijzondere aandacht voor vers 6.
---
Toen ging Jezus de stad Jericho binnen. Daar woonde een man die Zacheüs heette. Zacheüs was het hoofd van de tollenaars, en hij was erg rijk. Hij wilde wel eens zien wie Jezus was. Maar dat lukte niet, want Zacheüs was klein, en er stonden veel mensen om Jezus heen. Daarom rende Zacheüs een stuk vooruit. En hij klom in een boom waar Jezus voorbij zou komen. Op die manier kon hij Jezus toch zien.
Toen Jezus langs de boom liep, keek hij omhoog en zei: ‘Zacheüs, kom snel naar beneden! Want ik kom bij jou logeren.’ Zacheüs kwam meteen naar beneden. Hij was blij dat Jezus met hem mee naar huis ging. Maar de mensen klaagden. Ze zeiden: ‘Kijk nou, Jezus logeert bij een dief!’
Toen zei Zacheüs tegen de Heer: ‘Ik beloof dat ik de helft van mijn bezit aan de armen zal geven. En als ik geld van iemand afgepakt heb, dan geef ik hem vier keer zo veel terug.’ Toen zei Jezus: ‘Zacheüs, je hoort weer bij het volk van Abraham. Jij en jouw gezin zijn vandaag gered. Want ik, de Mensenzoon, ben gekomen om mensen te redden die verkeerde dingen doen.’
---
Jezus komt, op eigen verzoek, het huis van Zacheüs binnen. Zacheüs wordt door de Joodse gemeenschap als een paria beschouwd. Toch kiest Jezus ervoor hem beter te leren kennen en daar ruim de tijd voor te nemen. Hij doet dit niet heimelijk. Iedereen mag horen wat Hij zegt tegen de verbouwereerde Zacheüs. We kunnen redelijkerwijs aannemen dat Jezus eet en drinkt met de rijke tollenaar. Binnen de Joodse traditie is dit een belangrijk statement. Samen de maaltijd gebruiken is niet neutraal. Het suggereert iets van verbondenheid, vertrouwen en nabijheid. Ook van goedkeuring. Duidelijk is dat Jezus, in tegenstelling tot zijn geloofsgenoten, niet kiest tegen maar voor Zacheüs. In plaats van mee te gaan in de voor de hand liggende logica van verwerping en uitsluiting opteert Hij voor nabijheid. Eigenlijk komen we nauwelijks of niet te weten wat er precies gebeurt in het huis van Zacheüs. Aan het einde van het verhaal leggen beide protagonisten een even kort als indrukwekkend statement af. Lucas laat ons echter raden naar wat daaraan voorafgegaan is. Het kan niet anders dan dat beide mannen uitvoerig met elkaar hebben gepraat. Over het precieze verloop van dit gesprek vernemen we niets. Heeft Jezus Zacheüs de les gelezen? Heeft Zacheüs zich uitvoerig verontschuldigd na zich eerst verdedigd te hebben? Wellicht doet een dergelijke al te moraliserende hypothese tekort aan het verlangen en het vermogen van Jezus om een mens – ieder mens – lief te hebben en die liefde ook daadwerkelijk te tonen. Jezus identificeert mensen niet met hun zonden, ook niet als die talrijk zijn. Integendeel, Hij bevrijdt ons van de zonde. Niet omdat we dat zouden verdienen, maar zomaar. Juist daarom gaat Hij het huis van Zacheüs binnen. Het is maar goed dat we slechts kunnen raden naar wat beiden tegen elkaar gezegd hebben. Dat laat ons toe het zelf in te vullen. Ook om ons de vraag te stellen wat Jezus tegen ons zou zeggen en wij tegen Hem, mocht Hij ons huis binnenkomen.
Waarover zou jij graag met Jezus in gesprek gaan? Of zou je dat liever aan Hem overlaten?