Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Dries. 

Vandaag lezen we Lucas 19:1-10 opnieuw, met bijzondere aandacht voor vers 8.

Toen ging Jezus de stad Jericho binnen. Daar woonde een man die Zacheüs heette. Zacheüs was het hoofd van de tollenaars, en hij was erg rijk. Hij wilde wel eens zien wie Jezus was. Maar dat lukte niet, want Zacheüs was klein, en er stonden veel mensen om Jezus heen. Daarom rende Zacheüs een stuk vooruit. En hij klom in een boom waar Jezus voorbij zou komen. Op die manier kon hij Jezus toch zien.
Toen Jezus langs de boom liep, keek hij omhoog en zei: ‘Zacheüs, kom snel naar beneden! Want ik kom bij jou logeren.’ Zacheüs kwam meteen naar beneden. Hij was blij dat Jezus met hem mee naar huis ging. Maar de mensen klaagden. Ze zeiden: ‘Kijk nou, Jezus logeert bij een dief!’
Toen zei Zacheüs tegen de Heer: ‘Ik beloof dat ik de helft van mijn bezit aan de armen zal geven. En als ik geld van iemand afgepakt heb, dan geef ik hem vier keer zo veel terug.’ Toen zei Jezus: ‘Zacheüs, je hoort weer bij het volk van Abraham. Jij en jouw gezin zijn vandaag gered. Want ik, de Mensenzoon, ben gekomen om mensen te redden die verkeerde dingen doen.’

---

Pas aan het einde van zijn relaas geeft Lucas Zacheüs het woord. De belastinginner richt zich tot Jezus, vermoedelijk op het ogenblik dat Hij diens woning gaat verlaten: ‘Ik beloof dat ik de helft van mijn bezit aan de armen zal geven. En als ik geld van iemand afgepakt heb, dan geef ik hem vier keer zo veel terug.’ Deze zin is geen samenvatting van wat beiden al zouden hebben afgesproken. Nog minder is het een schoorvoetend compromis dat Zacheüs zou hebben aanvaard. Het klinkt veeleer als een persoonlijk engagement dat Zacheüs op eigen initiatief aangaat. Hij verlangt dat zijn nieuwe vriend Jezus weet waartoe hun ontmoeting heeft geleid. Zacheüs maakt zich los van zijn reputatie. Hij is niet bang meer voor het gemor en de verontwaardiging van de toehoorders. Hij verbergt zich niet langer in een vijgenboom. Hij gaat staanom Jezus en de omstanders toe te spreken. Als bevrijd man neemt hij verantwoordelijkheid voor zijn voorbije wangedrag. Niet op een goedkope of makkelijke wijze. Wel met dezelfde grootmoedigheid als hij net ervaren heeft in zijn samenzijn met Jezus. Zacheüs verlangde Jezus te zien. Jezus zelf was actief op zoek naar wie verloren was. Ze hebben elkaar ontmoet. Zacheüs heeft zich laten vinden. Hij heeft toegelaten dat de overdaad van Gods genade naar hem toe kwam. Meer dan waarschijnlijk had hij in de verste verte niet kunnen vermoeden waartoe die ontmoeting hem zou leiden. Zacheüs is bekeerd. Is hij iemand anders geworden? Ik denk het niet. Jezus heeft hem verlost van alles wat hem belette ‘zoon van Abraham’ te zijn, voluit mens. De ontmoeting met Jezus doet de tollenaar herboren worden tot wie hij ten diepste is. Hij heeft nu zijn werkelijke identiteit gevonden. Alles wijst erop dat Zacheüs van een eenzaam, ongelukkig man zal uitgroeien tot een gelukkig mens die kan leven met en voor anderen. 

Is er iets in je leven waarin je verlangt naar verandering? Wat houdt je tegen?