Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Dries. 

Het twaalfde Bijbelverhaal van de veertigdagentijd waarin een ontmoeting centraal staat, vinden we in het 26e en 27ehoofdstuk van Matteüs. We lezen vandaag hoofdstuk 26, vers 20-27.

--

’s Avonds gingen Jezus en de twaalf leerlingen samen eten. Onder het eten zei Jezus: ‘Luister goed naar mijn woorden: Eén van jullie zal mij uitleveren.’ De leerlingen werden heel verdrietig en ze vroegen allemaal aan Jezus: ‘Ben ik het? Nee toch, Heer!’
Jezus antwoordde: ‘Eén van jullie nam net iets uit de schaal, tegelijk met mij. Dat is de man die mij zal uitleveren. De Mensenzoon zal sterven. Dat wordt al verteld in de heilige boeken. Maar wat een ramp zal dat zijn voor de man die mij uitlevert! Die man had beter niet geboren kunnen worden.’
Judas, de man die Jezus ging uitleveren, zei: ‘Ben ik het, meester? Nee toch!’ Jezus zei tegen hem: ‘Je zegt het zelf.’
Tijdens het eten nam Jezus een brood. Hij dankte God, brak het brood in stukken en deelde het uit. Hij zei: ‘Kijk, dit is mijn lichaam. Eet ervan.’
Daarna nam hij een beker wijn. Hij dankte God en liet de beker rondgaan. Hij zei: ‘Drink allemaal uit deze beker.

----

Judas is misschien wel de meest verwarrende leerling van Jezus. Ook hij is door Jezus geroepen. En ook hij heeft alles achtergelaten om Jezus te volgen, drie jaar lang. Hij beheerde de kas van de twaalf leerlingen van Jezus. Dat doe je niet zomaar. Blijkbaar hadden de leerlingen veel vertrouwen in hem. De evangelisten vertellen niets over de roeping van Judas. Wel voegen Matteüs, Marcus en Lucas in hun opsomming van de twaalf discipelen bij Judas Iskariot eraan toe dat hij Jezus zou uitleveren. De lezer is dus gewaarschuwd. Judas Iskariot is de ‘verrader’ (Lucas 6:16) van Jezus. Waarom staan we nu vier keer stil bij de figuur van Judas Iskariot? Hoe kan de man die Jezus verkoopt voor een paar centen ons inspireren? Het is een goede vraag, die ook gesteld kan worden aan de schrijvers van de evangeliën. Waarom vertellen zij over Judas? En, nog scherper, waarom heeft Jezus ook Judas uitgekozen en geroepen om Hem te volgen? Wist Jezus bij voorbaat al dat Judas Hem zou overleveren? Was Judas een soort mol, iemand die zich voordoet als discipel maar het niet is? Een mol die van binnenuit de zaak van Jezus wil opblazen? De Bijbeltekst die deze vier keer centraal staat is een vraag. ‘Ik ben het toch niet, rabbi?’ (Matteüs 26:25) Ik ben het toch niet die U zal uitleveren? Het lijkt erop dat Judas hier nu een echte mollenvraag stelt. Schijnheilig; een mol weet immers precies wat hij wil. Of is het een oprechte vraag van iemand die twijfelt aan zijn geloof en aan zijn trouw aan Jezus? De vraag van een mens in verwarring? Als je het aandurft om jezelf in Judas te spiegelen, luister dan verder. Misschien ontdek je meer van Judas bij jezelf dan je lief is.

Aan welke drie woorden denk jij bij Judas?