Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna.
Vandaag, op Goede Vrijdag, lezen we wat verderop in het 26e hoofdstuk van Matteüs. We vervolgen de ontmoeting tussen Judas en Jezus in verzen 36 tem 50.
Jezus ging met de leerlingen naar een plek die Getsemane heette. Hij zei tegen de leerlingen: ‘Ik ga daar verderop bidden. Blijf hier wachten tot ik terugkom.’ Jezus nam Petrus mee, en de broers Jakobus en Johannes. Jezus werd verdrietig en bang. Hij zei: ‘Ik houd het niet meer uit van verdriet. Blijven jullie maar hier en blijf wakker, net als ik.’
Jezus liep nog een klein stukje verder. Hij knielde op de grond en begon te bidden: ‘Mijn Vader, als het kan, zeg dan dat ik niet hoef te lijden. Maar doe alleen wat u wilt, niet wat ik wil.’
Jezus ging terug naar de drie leerlingen. Ze lagen te slapen. Hij zei tegen Petrus: ‘Kunnen jullie niet eens een uur wakker blijven voor mij? Blijf toch wakker! Bid God om kracht, zodat je geen verkeerde keuze maakt. Want jullie willen wel het goede kiezen, maar jullie zijn zwak.’
Jezus ging voor de tweede keer bidden. Hij zei: ‘Mijn Vader, als het niet anders kan, dan zal ik het lijden dragen. Wat u wilt, moet gebeuren.’ Toen hij terugkwam, lagen de leerlingen alweer te slapen. Ze konden hun ogen niet openhouden.
Jezus liet hen daar liggen. Hij ging nog een keer bidden. En voor de derde keer zei hij dezelfde woorden. Toen hij terugkwam bij de leerlingen, zei hij: ‘Liggen jullie nu nog steeds rustig te slapen? Het moment is bijna gekomen dat de Mensenzoon uitgeleverd wordt aan slechte mensen.’
Jezus zei: ‘Kom, we moeten gaan. De man die mij gaat uitleveren, is dichtbij.’ Terwijl Jezus dat zei, kwam Judas eraan, de man die Jezus ging uitleveren. Hij was één van de leerlingen. Hij had een grote groep mannen bij zich met zwaarden en stokken. Ze waren gestuurd door de priesters en de leiders van het volk.
Judas had van tevoren met die mannen een teken afgesproken. Hij had gezegd: ‘Ik zal één man groeten met een kus. Dat is de man die jullie gevangen moeten nemen.’
Judas liep recht op Jezus af. Hij zei: ‘Dag, meester!’ En hij groette hem met een kus. Jezus zei tegen hem: ‘Zo, vriend. Hier ben je dus voor gekomen.’ Toen grepen de mannen Jezus vast en ze namen hem gevangen.
---
Het is nacht. Judas heeft zijn plan al klaar. Een met knuppels en zwaarden gewapende bende is snel georganiseerd. Judas weet waar ze Jezus kunnen vinden: in de olijftuin van het Kidrondal. Kort ervoor was Jezus nog intens in gebed. Alleen. Ook zijn trouwste leerlingen lieten het afweten op dat moment. Zij sliepen terwijl Jezus biddend worstelde met zijn Vader over het lijden en de dood die Hem te wachten stonden. Jezus beseft dat dit niet ver meer weg is. Nauwelijks heeft Hij zijn leerlingen gewekt of Judas komt eraan. Wat zullen de drie leerlingen die Jezus had meegenomen naar Getsemane hun ogen uitgekeken hebben. Wat is Judas van plan met al die dreigende mannen? Judas heeft zich goed voorbereid op dit moment. Hij geeft geen krimp en doet precies zoals hij met de bendeleden heeft afgesproken: Hij had gezegd: ‘Ik zal één man groeten met een kus. Dat is de man die jullie gevangen moeten nemen.’ Judas liep recht op Jezus af. Hij zei: ‘Dag, meester!’ En hij groette hem met een kus. Misschien is dit wel de bekendste kus uit de Bijbel. Op veel manieren is deze kus door schilders uitgebeeld. Vaak wordt de kussende Judas afgebeeld als een sluw, niet te vertrouwen mannetje. Hoe zou jij hem afbeelden? Hoe verraderlijk zijn kus ook is, door zijn kordate optreden vloeit er verder geen bloed. Alleen Petrus verwondt even later nog iemand. Jezus reageert majesteitelijk. Tegen Judas zegt Hij: ‘Zo, vriend. Hier ben je dus voor gekomen.’ Geweldloos geeft Hij zich over. Deze weg moet Jezus gaan. Dat is zijn roeping. Zo vervult Hij de oude woorden van de profeten. De kus van Judas, is dat nu een echte Judaskus? De kus van een verrader? Of is het een kus van een leerling die Jezus niet meer kan volgen? Die wel moet ingrijpen omdat het anders met Hem helemaal verkeerd afloopt, die Jezus wil beschermen tegen zichzelf. Die niet langer Jezus volgt, maar meent dat Jezus hem moet volgen. Gedachten waar hij steeds meer in verstrikt raakt.
Verplaats je even in alle personen in deze scène. Wat zien, horen, ruiken, voelen zij? Had jij hetzelfde gedaan als zij?