Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna.
Vandaag lezen we 1 Johannes 2:18-27.
---
Lieve vrienden, het einde van de tijd is dichtbij. Jullie hebben gehoord dat aan het einde van de tijd de vijand van Christus komt. Intussen zijn er al veel vijanden van Christus in de wereld gekomen. Daardoor weten jullie dat het einde van de tijd dichtbij is.
Die vijanden van Christus komen uit onze eigen kerk. Maar eigenlijk hebben ze nooit bij ons gehoord. Want als ze echt bij ons gehoord hadden, dan waren ze wel bij ons gebleven. In plaats daarvan hebben ze ons verlaten. Dat maakt duidelijk dat ze niet echt bij ons hoorden.
Christus, die bij God hoort, heeft jullie de heilige Geest gegeven. Daarom kennen jullie de waarheid. De reden dat ik jullie deze brief schrijf, is dan ook niet dat jullie de waarheid niet zouden kennen. Ik schrijf jullie juist omdat jullie de waarheid wel kennen. En jullie weten dat er uit de waarheid geen enkele leugen kan komen.
Stel dat iemand beweert: ‘Jezus is niet de hemelse Christus!’ Dan is hij een leugenaar, een vijand van Christus. Hij gelooft niet in de Zoon, maar ook niet in de Vader. Want iedereen die niet in de Zoon gelooft, die hoort niet bij de Vader. Maar wie wel in de Zoon gelooft, die hoort wel bij de Vader.
De boodschap die jullie vanaf het begin gehoord hebben, moeten jullie in je hart bewaren. Als jullie dat doen, zullen jullie met de Zoon en met de Vader verbonden blijven. Dan krijgen jullie het eeuwige leven, dat Jezus aan ons beloofd heeft.
Dat was wat ik jullie wilde schrijven over de vijanden van Christus. Zij proberen jullie te bedriegen. Maar jullie hebben van Christus de heilige Geest gekregen, en die zal in jullie blijven. De Geest zelf zal jullie alles leren. Daarom hoeft niemand anders iets aan jullie te leren.
Wat de Geest zegt, is waar. Hij bedriegt jullie niet. Blijf daarom verbonden met Christus, zoals de Geest jullie geleerd heeft.
---
De directe aanleiding voor het schrijven van deze brief is de onrust onder de gelovigen. Er zijn mensen uit de gemeenten, die zich hebben afgesplitst. Ze worden hier ‘antichristenen’ genoemd (vers 18). Deze mensen gebruiken wel dezelfde termen en voorstellingen als de schrijver, maar ze leggen die anders uit. De schrijver roept de gelovigen op om zich vast te houden aan wat ze vanaf het begin hebben gehoord (vers 24): de verkondiging over Jezus, de Zoon van de Vader. En die Vader is rechtvaardig, ‘in Hem blijven’ maakt dat de gelovigen rechtvaardig zijn en vol vertrouwen op Hem mogen zijn wanneer Hij komt (vers 28).
Hoe kijk jij uit naar Jezus’ terugkomst? Vol vertrouwen of anders? Waarom?