Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Dries. 

Vandaag lezen we Marcus 5:1-20.

Ze gingen naar de andere kant van het meer. Daar was het gebied van de Gerasenen. Toen Jezus uit de boot gestapt was, kwam er een man op hem af.
Die man kwam tevoorschijn uit één van de grotten waar mensen begraven lagen. Daar woonde hij. Hij had een kwade geest in zich. De mensen bonden hem vaak vast met zware kettingen en handboeien. Maar dat duurde niet lang. De man trok de boeien los en maakte de kettingen kapot. Niemand was sterk genoeg om hem tegen te houden. Dus ging die man zijn gang. Dag en nacht stond hij lawaai te maken in de grotten en de bergen. En hij sloeg zichzelf met stenen.
Toen de man Jezus in de verte zag, rende hij naar hem toe. Hij liet zich voor Jezus op de grond vallen. Jezus zei tegen de kwade geest die in de man was: ‘Ga weg uit deze man!’ Maar de kwade geest schreeuwde: ‘Jij daar, Jezus, Zoon van de allerhoogste God! Laat me met rust! Ik smeek je, doe me geen pijn.’
Jezus vroeg aan de man: ‘Hoe heet je?’ Hij zei: ‘Ik heet Leger. Want er zit een leger kwade geesten in me.’ De kwade geesten zeiden tegen Jezus: ‘Stuur ons alsjeblieft niet weg uit dit gebied.’ Toevallig liep daar in de bergen een grote groep varkens. De kwade geesten vroegen aan Jezus: ‘Mogen we in die varkens gaan?’ Dat vond Jezus goed.
De kwade geesten gingen weg uit de man. Ze gingen in de varkens. Meteen renden de varkens van de steile berg af, en ze vielen in het meer. Alle varkens verdronken. Het waren er wel tweeduizend.
De mannen die op de varkens gepast hadden, vluchtten weg. Ze vertelden overal wat ze gezien hadden. De mensen gingen kijken wat er gebeurd was. Ze kwamen bij Jezus. Daar zagen ze ook de man die eerst een leger kwade geesten in zich had. Nu zat hij daar rustig, met kleren aan en helemaal normaal. De mensen schrokken ervan.
Een paar mensen hadden alles gezien. Ze vertelden het aan de anderen. Ze zeiden dat de kwade geesten in de varkens gegaan waren. En ze vertelden wat er daarna met die varkens gebeurd was. Toen de mensen dat hoorden, zeiden ze tegen Jezus: ‘Ga alstublieft weg uit ons gebied.’
Jezus stapte in de boot. De man die eerst kwade geesten in zich had, wilde heel graag mee. Maar Jezus zei: ‘Nee. Ik wil dat je teruggaat naar je huis en je familie. Vertel hun wat de Heer voor jou gedaan heeft, en hoe goed hij voor je geweest is.’
De man ging naar het gebied dat Dekapolis heet. Daar begon hij te vertellen wat Jezus voor hem gedaan had. En iedereen die het hoorde, was verbaasd.

--

De kwade geest die door Jezus weggejaagd wordt, noemt Hem ‘Zoon van de allerhoogste God’. Dat is een belangrijk thema in het Marcus-evangelie: de mensen die niet dicht bij Jezus staan, begrijpen soms beter wie Hij is dan de mensen die wel dicht bij Hem staan. Vaak vraagt Jezus aan iemand die genezen is om daar niet over te praten. Maar hier vraagt Jezus aan deze man, een niet-Jood, juist wél te vertellen wat Hij voor hem gedaan heeft. Zo laat Marcus al een beetje zien dat het goede nieuws doorverteld moet worden aan de niet-Joden.

Als jij zonder woorden aan iemand zou moeten uitleggen wat het goede nieuws inhoudt, hoe zou je dat dan doen?