Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Dries. 

Vandaag lezen we uit Marcus 6:14-29.

----

Jezus werd overal bekend. Sommige mensen zeiden: ‘Het is Johannes de Doper. Hij is opgestaan uit de dood, daarom kan hij al die wonderen doen.’ Anderen zeiden: ‘Het is Elia.’ En weer anderen zeiden: ‘Het is zo’n profeet van vroeger.’
Ook koning Herodes hoorde over Jezus. Hij dacht: Dat moet Johannes zijn. Ik heb hem laten doden, maar hij is opgestaan uit de dood.
Nu volgt het verhaal over de dood van Johannes de Doper.
Koning Herodes had Herodias als vrouw genomen. Maar zij was al de vrouw van zijn broer Filippus. En Johannes had tegen de koning gezegd: ‘U mag niet trouwen met de vrouw van uw broer.’ Daarom had de koning Johannes laten grijpen en hem in de gevangenis opgesloten.
Herodias haatte Johannes, ze wilde hem dood hebben. Maar ze kreeg haar zin niet. Want de koning had veel respect voor Johannes. Hij wist dat Johannes eerlijk was en dat hij bij God hoorde. Daarom beschermde de koning hem. Vaak werd hij onrustig van de dingen die Johannes zei. Toch luisterde hij graag naar hem.
Op een dag kreeg Herodias haar kans. Koning Herodes was jarig en gaf een groot feest. Hij nodigde zijn bestuurders en de legerleiders uit, en de belangrijke mensen uit Galilea.
Op het feest danste de dochter van Herodias voor de koning en zijn gasten. Iedereen genoot ervan. Daarom zei de koning tegen haar: ‘Je mag een cadeau kiezen. Zeg maar wat je wilt. Alles wat je kiest, zal ik je geven. Dat beloof ik je. Zelfs al is het de helft van mijn koninkrijk.’
Het meisje liep weg en vroeg aan haar moeder: ‘Wat zal ik kiezen?’ Haar moeder zei: ‘Het hoofd van Johannes de Doper.’ Meteen holde het meisje terug en zei tegen de koning: ‘Ik wil nu direct het hoofd van Johannes de Doper op een bord.’
Koning Herodes vond het vreselijk dat ze dat wilde. Maar hij kon er niets meer aan doen. Hij had het beloofd, en alle gasten hadden het gehoord. Hij gaf meteen een soldaat de opdracht: ‘Breng het hoofd van Johannes hier.’ De soldaat ging naar Johannes in de gevangenis en hakte zijn hoofd af. Hij bracht het hoofd binnen op een bord en gaf het aan het meisje. En het meisje bracht het hoofd naar haar moeder.
De leerlingen van Johannes hoorden wat er gebeurd was. Ze gingen het lichaam van Johannes halen en legden het in een graf.

---

Johannes de Doper heeft flinke kritiek op Herodes: hij had niet mogen trouwen met Herodias, de vrouw van zijn broer. Die kritiek begrijpen we nu nog steeds. Herodias krijgt een grote hekel aan Johannes. Ook dat kun je begrijpen. Want wie wil er nu dat iemand de hele tijd zegt wat je fout doet? Maar Herodes zelf reageert anders op de kritiek van Johannes. Hij luistert met respect naar wat Johannes zegt. Want hij weet dat Johannes vertelt over de wil van God. Herodes vindt het wel lastig: hij doet een grote zonde, en luistert naar iemand die zegt dat hij verkeerd leeft.

Hoe reageer jij als iemand jou op je fouten wijst?