Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna. 

Vandaag lezen we Johannes 17:1-11.

Toen Jezus tegen zijn leerlingen gesproken had, keek hij omhoog naar de hemel en begon te bidden: ‘Vader, het beslissende moment is gekomen. Geef mij toch mijn plaats naast u in de hemel. Dan kan ik, uw Zoon, u daar alle eer geven!
U hebt mij macht gegeven over alle mensen. En u hebt de mensen die bij mij horen, aan mij gegeven. U wilt dat ik hun het eeuwige leven geef. Dat betekent dat zij u van dichtbij mogen kennen: u, de enige ware God. En dat ze mij mogen kennen als degene die door u naar de wereld gestuurd is.
Vader, het werk waarvoor u mij gestuurd hebt, heb ik gedaan en afgemaakt. Zo heb ik u op aarde alle eer gegeven. Geef mij nu de hoogste macht en eer bij u in de hemel. Dezelfde macht en eer als toen ik bij u was voor het begin van de wereld.
Vader, u hebt zelf mijn leerlingen uitgekozen. Ze zijn van u, en u hebt hen aan mij gegeven. Aan hen heb ik laten zien wie u echt bent. En zij hebben uw boodschap aangenomen. Ze weten nu dat alles wat u aan mij gegeven hebt, bij u vandaan komt. Ik heb uw boodschap aan hen doorgegeven, en zij hebben die aangenomen. Ze weten dat die boodschap van u komt, en dat u mij werkelijk gestuurd hebt.
Vader, ik bid niet voor de mensen die bij deze wereld horen, maar voor de mensen die bij u horen. Zij zijn van u, en u hebt ze aan mij gegeven. Want alles wat van mij is, is van u. En alles wat van u is, is van mij. Mijn hemelse macht wordt op aarde zichtbaar door mijn leerlingen. Ik ben straks niet meer in deze wereld, ik ben op weg naar u toe. Maar mijn leerlingen zullen in deze wereld blijven.
Heilige Vader, bescherm hen met uw grote macht, de macht die u ook aan mij gegeven hebt. Dan zullen ze samen één zijn, net zoals wij samen één zijn.

---

Jezus gebruikt indrukwekkende woorden in deze tekst. Macht, grootheid, majesteit, vreugde – het zijn allemaal woorden die haaks lijken te staan op zijn vernederende dood aan het kruis. Toch passen ze hier juist wel heel goed. Het doel van Jezus’ toespraak is: zijn leerlingen moed inspreken en hen op een andere manier laten kijken naar wat er gaat gebeuren. Dat bedoelt hij ook wanneer hij bidt dat God hen ‘door de waarheid zal heiligen’: de leerlingen horen niet bij de wereld, maar bij God. En ze moeten leren om op die manier te kijken naar de dingen die om hen heen gebeuren. Pas dan kunnen zij – en alle mensen die later in Jezus gaan geloven – hun taak vervullen.

‘Waar’ betekent in deze tekst iets anders dan ‘feitelijk juist’. Wat betekent het wel, volgens jou?