Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna. 

Vandaag lezen we Handelingen 7:35-45.

Het was deze Mozes die door zijn volksgenoten werd afgewezen met de woorden: “Wie heeft jou als leider en rechter aangesteld?” Maar God zond hem als leider en bevrijder naar hen toe, door tussenkomst van de engel die in de doornstruik aan hem verschenen was. Het was deze Mozes die het volk wegleidde uit Egypte onder het verrichten van tekenen en wonderen, niet alleen in Egypte, maar ook bij de Rode Zee en in de woestijn, veertig jaar lang. Mozes was het die tegen de Israëlieten zei: “God zal in uw midden een profeet zoals ik laten opstaan.” Hij was het die, toen het volk in de woestijn bijeen was, als bemiddelaar optrad tussen onze voorouders en de engel die op de Sinai tegen hem sprak, hij was het die de levenbrengende woorden ontving om ze aan ons door te geven. Maar onze voorouders wilden hem niet gehoorzamen: ze wezen hem af en verlangden terug naar Egypte. Daarom zeiden ze tegen Aäron: “Maak goden voor ons die voor ons uit kunnen gaan, want wat er gebeurd is met die Mozes, die ons uit Egypte heeft geleid, weten we niet.” Toen maakten ze een beeld in de vorm van een stierkalf, brachten er offers aan en verheugden zich over hun eigen maaksel. Maar God keerde zich van hen af en liet hen de sterren en hemelgoden aanbidden, zoals in het Boek van de profeten geschreven staat: “Hebben jullie Mij soms dierenoffers en brandoffers gebracht toen jullie veertig jaar door de woestijn trokken, volk van Israël? Nee, jullie hebben de tent van Moloch meegedragen en de ster van jullie god Refan, beelden die jullie zelf gemaakt hebben om te aanbidden. Daarom zal Ik jullie wegvoeren, tot voorbij Babylon.”

---

Stefanus sluit aan bij wat zijn toehoorders, de Joodse leiders, al weten: hij begint zijn redevoering vanuit gezamenlijk grond. Hij zegt als het ware: 'hier zijn we het allemaal over eens'. Tegelijkertijd laat hij ook zien dat het volk van God toen al keuzes maakte waar God niet blij mee was. Eigenlijk zegt hij daarmee: bedenk goed aan welke kant je staat, of je daadwerkelijk gelooft en doet wat God zegt. Hij bereidt zijn toehoorders op deze manier al voor op wat hij gaat vertellen over Jezus. 

Als jij iemand over het geloof of over Jezus zou vertellen, vanuit welke gezamenlijke grond zou je dan (kunnen) beginnen?