Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna.
Vandaag lezen we Handelingen 7:44-60.
Onze voorouders hadden in de woestijn de verbondstent bij zich, gemaakt in opdracht van de engel die met Mozes sprak, naar het ontwerp dat Mozes had gezien. Onze voorouders hadden deze tent bij zich toen ze onder leiding van Jozua het land veroverden van de volken die God voor hen verdreef; dit duurde tot in de tijd van David. David werd door God begunstigd en vroeg om een heiligdom voor het volk van Jakob. Maar het was Salomo die voor God een tempel bouwde. Toch woont de Allerhoogste niet in een huis dat door mensenhanden is gemaakt, zoals de profeet zegt: “De hemel is mijn troon, de aarde mijn voetenbank. Hoe zouden jullie dan een huis voor Mij kunnen bouwen – zegt de Heer –, een plaats waar Ik kan rusten? Heb Ik dit alles niet met eigen handen gemaakt?” Maar u bent halsstarrig, onbesneden van hart en van oren; steeds weer verzet u zich tegen de heilige Geest, zoals uw voorouders ook al deden. Wie van de profeten hebben uw voorouders niet vervolgd? Degenen die de komst van de rechtvaardige aankondigden hebben ze gedood, en zelf hebt u nu de rechtvaardige verraden en vermoord, u die de wet ontvangen hebt door tussenkomst van de engelen, maar er niet naar hebt geleefd.’
Toen ze dit hoorden, werden ze razend op hem, ze knarsetandden van woede. Maar vervuld van de heilige Geest sloeg Stefanus zijn blik op naar de hemel en zag de luister van God, en Jezus, die aan Gods rechterhand stond, en hij zei: ‘Ik zie de hemel geopend en de Mensenzoon, die aan Gods rechterhand staat.’ Maar ze schreeuwden en tierden, hielden hun handen voor hun oren en stormden met zijn allen op hem af. Ze dreven hem de stad uit om hem te stenigen. De getuigen gaven hun mantel in bewaring bij een jongeman die Saulus heette. Terwijl Stefanus gestenigd werd, riep hij uit: ‘Heer Jezus, ontvang mijn geest.’ Hij viel op zijn knieën en riep luidkeels: ‘Heer, reken hun deze zonde niet aan!’ En na deze woorden stierf hij.
---
Afgelopen dagen zagen we dat Stefanus in zijn toespraak op de beschuldigen van zijn tegenstanders reageert. Dit doet hij door zichzelf te verdedigen en tegelijk zijn tegenstanders aan te vallen. Hij gebruikt de verhalen uit de Bijbel om te laten zien dat hij niets zegt dat niet bij God past. Vervolgens zegt hij dat zijn toehoorders net zo ongelovig reageren als hun voorouders. Ondanks het stralende gezicht van Stefanus (6:15) en zijn getuigenis worden zij zo kwaad dat ze Stefanus doden.
Gods licht is bij Stefanus zichtbaar in zijn woorden en in zijn uiterlijk. Heb je weleens iemand ontmoet waaraan je fysiek kon zien dat diegene bij God hoort?