Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna.
Vandaag en morgen danken we God in Psalm 118 voor zijn hulp.
Dank de Heer, want hij is goed.
Zijn liefde blijft altijd bestaan!
Laten de Israëlieten zeggen:
‘De liefde van de Heer blijft altijd bestaan.’
Laten de priesters zeggen:
‘De liefde van de Heer blijft altijd bestaan.’
Laten de dienaren van de Heer zeggen:
‘De liefde van de Heer blijft altijd bestaan.’
Toen ik het moeilijk had, riep ik naar de Heer.
En hij luisterde, hij heeft mij bevrijd.
De Heer is bij mij, daarom ben ik niet bang.
Mensen kunnen me geen kwaad doen.
De Heer is bij mij, hij helpt mij.
Daarom ben ik niet bang voor mijn vijanden.
Je kunt beter hulp zoeken bij de Heer
dan vertrouwen op mensen.
Je kunt beter hulp zoeken bij de Heer
dan vertrouwen op mensen met macht.
Veel vijanden omsingelden mij,
maar ik versloeg ze met de hulp van de Heer.
Ze omsingelden mij en vielen me aan,
maar ik versloeg ze met de hulp van de Heer.
Ze vielen me aan als boze bijen,
maar ze waren snel verdwenen,
want ik versloeg ze met de hulp van de Heer.
Mijn vijanden probeerden mij te doden,
maar de Heer heeft me gered.
Hij beschermde mij en gaf mij kracht.
De Heer liet me overwinnen.
Het volk van God heeft overwonnen.
Daarom juichen de mensen en ze zingen:
‘De Heer is machtig, hij overwint.
De Heer is machtig!’
--
Psalm 118 is een danklied waarin een paar zinnen steeds herhaald worden. Zo'n herhaling noem je een refrein. Psalm 118 is geschreven in de tijd na de Babylonische Ballingschap. Hij werd gezongen tijdens het Loofhuttenfeest. Het is een lied om God te danken voor de hulp in nood. Die nood en Gods hulp worden steeds met algemene woorden beschreven, maar je kunt er ook een samvatting van de geschiedenis van Israël in zien. Het volk werd naar Babylonië gebracht, keerde lang daarna weer terug naar Juda, en kreeg daar toen te maken met vijden en problemen bij het opbouwen van het land. In de tijd van de schrijver is de tempel weer opgebouwd, en alle Israëlieten zingen dit lied als hun persoonlijke danklied.
Voor wat of wie heb jij wel eens staan juichen? Waarom?