Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Dries.
Vandaag lezen we uit Romeinen 8:12-25.
Vrienden, wij mogen ons niet langer laten leiden door onze slechte verlangens. Want wie luistert naar zijn slechte verlangens, eindigt in de eeuwige dood. Maar wie dankzij de Geest een eind maakt aan zijn slechte gedrag, die zal voor eeuwig leven.
Als we ons laten leiden door Gods Geest, dan zijn we Gods kinderen. God heeft ons niet zijn Geest gegeven om weer bange slaven van ons te maken. Nee, God heeft ons zijn Geest gegeven om van ons zijn kinderen te maken. En als Gods kinderen bidden wij: ‘Abba, Vader!’ De heilige Geest geeft ons de zekerheid dat we Gods kinderen zijn.
God heeft aan Christus het volmaakte leven gegeven. En dat wil hij ook aan ons geven, omdat ook wij zijn kinderen zijn. Wij horen bij Christus. Nu moeten we nog lijden, net als hij. Maar straks zullen we voor eeuwig leven, samen met hem.
Dit weet ik zeker: hoe zwaar ons lijden ook wordt, het brengt ons eeuwige leven niet in gevaar.
Alles op aarde wordt bedreigd door de macht van de dood. Dat is niet de schuld van de aarde, maar het is de straf van God voor de slechtheid van de mensen.
Toch is er hoop! Want ooit wordt de aarde bevrijd. Dan komt er een eind aan de macht van de dood. De aarde verlangt hevig naar dat moment van bevrijding. Dan zal God aan zijn kinderen het eeuwige leven geven. En dan zullen zij voor altijd op aarde leven.
Nu is het leven op aarde nog vol pijn en ellende. Dat geldt ook voor ons leven. God heeft ons de heilige Geest al gegeven, maar we wachten nog op een lichaam dat nooit zal sterven. Dat is het grootste geschenk dat God ons zal geven. Dan zullen we leven als Gods kinderen. Maar tot die tijd hebben we het moeilijk en zwaar.
We zijn al gered, ook al zien we dat nu nog niet. Toch vertrouwen we erop dat God ons de eeuwige redding zal geven. Als we het nu al konden zien, dan hoefden we er niet op te vertrouwen. Maar door vol te houden in deze moeilijke tijd, laten we zien dat we echt op God vertrouwen.
---
Veel mensen kennen het Onzevader. We spreken God in onze gebeden ook als ‘Vader’ aan. Maar zien we onszelf ook echt als kinderen van deze Vader? Paulus zegt hier dat we Gods kinderen zijn. We waren slaven van de zonde, maar God heeft ons bevrijd! En nu hebben we een heel andere positie: geen slaven, maar kinderen van een Vader die van ons houdt! Toch betekent dat kind-zijn niet dat we nu een makkelijk leven krijgen. Net zoals Gods Zoon krijgen wij nu nog te maken met lijden in een gebroken wereld. Maar er is hoop, want onze Vader belooft dat het goed komt! Durf je daarop te vertrouwen?
Wat betekent de hoop die hier beschreven staat voor jou?