Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna. 

Vandaag lezen we uit Jeremia 32:1-15.

Toen Sedekia tien jaar koning van Juda was, kreeg Jeremia opnieuw een boodschap van de Heer. Nebukadnessar was toen achttien jaar koning van Babylonië. En het leger van Nebukadnessar was naar Jeruzalem gekomen om de stad aan te vallen.
Jeremia zat op dat moment gevangen in de kazerne bij het paleis. Koning Sedekia had hem daar laten opsluiten, omdat Jeremia het volgende gezegd had: ‘Dit zegt de Heer: ‘Ik geef Jeruzalem aan de koning van Babylonië. Hij gaat deze stad veroveren! En Sedekia zal niet ontsnappen, maar de Babyloniërs zullen hem grijpen. Dan wordt Sedekia naar koning Nebukadnessar gebracht. Hij zal tegenover Nebukadnessar staan, en die zal persoonlijk over hem oordelen.
Daarna wordt Sedekia meegenomen naar Babel. Daar zal hij blijven totdat ik het zeg. Inwoners van Jeruzalem, al jullie verzet tegen de Babyloniërs is zinloos!’’
Dit was de boodschap die de Heer mij gaf: ‘Jeremia, luister. Chanamel, de zoon van je oom Sallum, is naar jou op weg. Hij zal tegen je zeggen: ‘Ik moet mijn stuk land in Anatot verkopen. Jij hebt als eerste het recht om het te kopen, want je bent mijn neef. Koop het alsjeblieft. Dan blijft het in de familie.’’
Daarna kwam mijn neef Chanamel bij me in de kazerne waar ik gevangen zat. Hij zei: ‘Koop toch mijn stuk land in Anatot, in het gebied Benjamin. Jij hebt als eerste het recht om het te kopen, want je bent mijn neef. Koop het alsjeblieft. Dan blijft het in de familie.’
Alles ging precies zoals de Heer gezegd had. Toen begreep ik dat dit een opdracht van de Heer was.
Ik kocht dat stuk land van mijn neef uit Anatot. Ik regelde het officieel: Eerst riep ik er een paar mensen bij als getuigen. Toen woog ik zilver op een weegschaal. Ik betaalde mijn neef 170 gram zilver.
De afspraken die we over het land gemaakt hadden, werden op papier gezet. Bovenaan stonden de officiële afspraken. Dat gedeelte werd opgerold en dichtgemaakt. Onderaan stond een kopie van de afspraken. En de getuigen schreven daar hun naam bij. Dat gedeelte bleef zichtbaar.
Toen gaf ik het papier met de afspraken aan Baruch. Hij was een zoon van Neria en een kleinzoon van Machseja. Mijn neef Chanamel stond erbij, samen met de getuigen en de andere mensen die daar waren. En iedereen hoorde dat ik aan Baruch deze opdracht gaf: ‘De machtige Heer, de God van Israël, zegt: ‘Doe dit papier in een kruik, zodat het jarenlang goed bewaard blijft. Want ooit zullen er in het land weer akkers, huizen en wijngaarden gekocht worden.’ Dat zegt de machtige Heer, de God van Israël.’

---

Jeremia zit gevangen en krijgt bezoek: zijn neef vraagt Jeremia om zijn stuk land te kopen. De Babyloniërs zijn begonnen de stad Jeruzalem te veroveren. Ook veel inwoners zijn door de Babyloniërs meegenomen naar Babel. Het is dus een tijd van wanhoop en enorme onzekerheid, niet echt een goede tijd om een stuk land te kopen! Toch koopt Jeremia het stuk land. Het is een symbolische handeling van hoop: zelfs als het land van Juda door een buitenlands volk wordt veroverd, dan nog zal het land ooit weer van het volk van Israël zijn.  

Wat helpt jou om een stap in geloof te zetten, ook in onzekere tijden?