Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna.
Vandaag lezen we Jeremia 32:26-35.
De Heer zei tegen Jeremia: ‘Ik ben de Heer, de God van de hele aarde. Voor mij is alles mogelijk. En ik zeg: Ik geef Jeruzalem aan Nebukadnessar, de koning van Babylonië. Zijn leger zal de stad veroveren. Zijn soldaten hebben de stad al omsingeld, en straks zullen ze de stad binnenkomen. Ze zullen de stad in brand steken, en alle huizen laten afbranden.
Want op de daken hebben de inwoners van Jeruzalem afgoden vereerd. Ze hebben wierook gebrand voor de god Baäl, en wijn geofferd aan andere goden. Zo hebben ze mij kwaad gemaakt!
Al eeuwenlang doen de inwoners van Israël en Juda dingen die ik niet goed vind. De inwoners van Israël hebben mij woedend gemaakt met hun afgodsbeelden. Ook in Jeruzalem gebeuren dingen die mij woedend maken. Al vanaf de dag dat die stad gebouwd werd, maken de inwoners mij kwaad. Daarom laat ik die stad verdwijnen!
Met al hun slechtheid hebben ze mij kwaad gemaakt: de koningen en de leiders, de priesters en de profeten, de inwoners van Jeruzalem, ja, alle inwoners van Israël en Juda! Ze willen niets met mij te maken hebben. Ik heb hun telkens weer geleerd hoe ze moeten leven. Maar ze willen steeds maar niet luisteren! Ze hebben beelden van afgoden in mijn tempel gezet. Zo hebben ze mijn tempel onrein gemaakt. In het Hinnom-dal hebben ze altaren voor de god Baäl gebouwd. Op die altaren offeren ze hun eigen zonen en dochters aan de god Moloch. Maar dat heb ik toch nooit van hen gevraagd? Zoiets wil ik niet! Hoe konden ze zoiets verschrikkelijks doen? Hoe kon het volk van Juda zo zondigen?
---
In het Hinnom-dal, net buiten de stadsmuren van Jeruzalem, hebben de Israëlieten altaren voor de afgoden Baäl en Moloch gemaakt en daarop hun eigen kinderen geofferd. God is daar verschrikkelijk kwaad over. Hij wil een einde maken aam deze vreselijke praktijken, en daarom staat Hij de verovering van Jeruzalem toe. Het is Gods hoop dat de Israëlieten hierdoor zullen inzien dat zij naar Hem moeten luisteren. In Jeremia 31:40 geeft God een hoopvolle belofte: ooit zal dit Hinnom-dal weer een heilige plek zal zijn. Een plek van God.
In vers 27 lezen we: 'Ik ben de Heer, de God van de hele aarde. Voor mij is alles mogelijk.' Ook al lijken hedendaagse machthebbers de baas, uiteindelijk is God de Heer van heel de aarde. Wat doet deze uitspraak met jou?