Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Nicolette.
Vandaag lezen we uit Romeinen 9:19-29.
Je zou kunnen vragen: ‘Waarom wordt God dan boos als mensen verkeerde dingen doen? Hij beslist toch zelf of iemand hem wel of niet gehoorzaamt?’
Dan zeg ik: Luister, jij bent een mens. Hoe durf je dan zo over God te spreken? Heb je ooit een pot horen vragen aan de pottenbakker: ‘Had je mij niet anders kunnen maken?’ De pottenbakker beslist wat hij doet met zijn klei. Van hetzelfde stuk klei kan hij een prachtige vaas maken, maar ook een heel gewone pot. Net zo beslist God zelf wat hij doet.
God had de mensen kunnen straffen, want door hun slechtheid verdienden zij de zwaarste straf. God was boos op hen, en hij wilde zijn macht laten zien. Toch bleef hij geduld hebben met de mensen, en hij liet ze in leven. Want hij had een deel van de mensen bestemd voor het eeuwige leven. God wilde hun laten zien hoe goed hij voor hen is. En hij wilde hun laten zien hoe geweldig het eeuwige leven is.
Dat gaat over ons. Wij horen bij de mensen die God uitgekozen heeft. En dat zijn dus niet alleen Joden, maar ook mensen van andere volken.
God heeft ook mensen uitgekozen die niet bij het Joodse volk horen. Dat staat al in de heilige boeken. In het boek Hosea zegt God: «Mensen die eerst niet mijn volk waren, zullen mijn volk worden. Eerst hield ik niet van hen, maar ik zal van hen gaan houden. Eerst zei ik dat zij niet mijn volk waren. Maar eens zullen ze kinderen van de levende God genoemd worden.»
Maar God heeft ook Joden uitgekozen. De profeet Jesaja heeft over hen gezegd: «Van dat grote volk Israël zal een klein deel gered worden. De Heer zal dat doen. Hij zal snel redding brengen op aarde.» En de profeet Jesaja zei ook al: «Gelukkig heeft de machtige Heer nog iets overgelaten van ons volk. Anders zou ons volk verdwenen zijn, net zoals de steden Sodom en Gomorra verdwenen zijn.»
---
Als God de mensen uitkiest, wat hebben wij dan nog te kiezen? Dan hebben wij toch geen invloed? Maar ho, zegt Paulus, nu ga je te ver. Er is een groot verschil tussen God en mensen. Paulus legt het uit met het beeld van de pottenbakker. Dat beeld wordt al eerder in de Bijbel gebruikt, bijvoorbeeld in Jesaja 29:16 en in Jeremia 18:1-6. God is de pottenbakker, wij zijn de klei. En alles hangt af van Gods goedheid en liefde. God heeft de vrijheid om te kiezen: Hij kiest niet tegen ons, maar Hij kiest vóór ons… En dat is zijn keuze!
Is het beeld van de pottenbakker een troost voor je, of juist niet? Waarom?