Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Daniel.

Vandaag lezen we uit Marcus 6:45-52

Jezus zei tegen de leerlingen dat ze naar de boot moesten gaan. Ze moesten alvast naar de overkant varen, naar de plaats Betsaïda. Jezus ging niet mee. Hij stuurde de mensen naar huis. Toen iedereen weg was, ging Jezus een berg op om te bidden.
Het werd nacht. De boot was midden op het meer. Hij kwam bijna niet vooruit. De leerlingen roeiden wel hard, maar ze hadden tegenwind. Jezus stond op de berg. Hij zag dat de leerlingen het moeilijk hadden. Aan het einde van de nacht liep hij over het water naar de boot. Toen hij de boot voorbij wilde gaan, zagen de leerlingen hem op het water lopen. Ze dachten dat het een geest was, en schreeuwden het uit van schrik. Alle leerlingen zagen hem en ze waren vreselijk bang.
Maar Jezus zei: ‘Rustig maar, ik ben het. Jullie hoeven niet bang te zijn.’ Jezus stapte bij hen in de boot, en het hield op met waaien. De leerlingen waren stomverbaasd. Ze hadden het wonder van het brood en de vis niet begrepen. Ze leken wel blind.

---

Weer zitten de leerlingen in een boot en hebben ze last van de harde wind. Deze keer loopt Jezus over het water naar hen toe en wil Hij hen voorbijlopen. Niet om bij hen weg te gaan, maar om zichzelf en zijn macht te laten zien. In die tijd dachten de mensen namelijk dat het water van een meer of een zee een plaats van kwade machten was. Jezus laat zien dat Hij daar ook macht over heeft. De leerlingen hoeven zich geen zorgen te maken. Maar het omgekeerde gebeurt: de leerlingen worden juist doodsbang! Ze denken dat Jezus een geest is. 

Welke situaties maken jou zo bang dat je even alles vergeet?