Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.
Vandaag gaan we door met het Marcus-evangelie. In de vorige tekst lazen we hoe Jezus ook buiten het gebied waar Joden wonen wonderen doet. Vandaag is Hij weer terug bij zijn eigen volk.
Vandaag lezen we uit Marcus 8:1-13.
Op een keer waren er weer veel mensen bij Jezus gekomen. Ze hadden geen eten bij zich. Daarom riep Jezus zijn leerlingen en zei: ‘Ik maak me zorgen over deze mensen. Ze zijn nu al drie dagen hier zonder eten. Als ik ze nu laat gaan, zullen ze de reis naar huis niet volhouden. Sommigen moeten een heel eind reizen.’
De leerlingen antwoordden: ‘Maar hoe komen we aan genoeg eten voor al die mensen? Hier is niets te krijgen.’ Jezus vroeg: ‘Hoeveel eten hebben we bij ons?’ De leerlingen antwoordden: ‘We hebben zeven broden.’
Toen zei Jezus tegen de mensen dat ze op de grond moesten gaan zitten. Hij nam het brood en dankte God voor het voedsel. Daarna brak hij het brood in stukken. Hij gaf het aan de leerlingen, en zij deelden het uit aan de mensen.
Ze hadden ook een paar kleine vissen bij zich. Jezus dankte God daarvoor. Daarna deelden de leerlingen ook de vis uit.
De mensen konden eten zo veel als ze wilden. Daarna haalden de leerlingen het eten op dat over was. Het waren zeven manden vol.
Er waren daar ongeveer vierduizend mensen. Na het eten stuurde Jezus hen naar huis.
Daarna stapten Jezus en de leerlingen in de boot. Ze gingen naar het gebied Dalmanuta. Daar kwamen farizeeën naar Jezus toe. Ze begonnen een discussie met hem. Ze zeiden: ‘Bewijs maar eens met een teken dat u door God gestuurd bent!’ Ze wilden laten zien dat Jezus dat niet kon.
Jezus zuchtte diep en zei: ‘Waarom willen deze mensen toch een teken zien? Luister goed naar mijn woorden: Mensen zoals jullie krijgen zeker geen teken te zien!’ Toen liet Jezus de farizeeën daar achter, en stapte met de leerlingen weer in de boot. Ze gingen naar de overkant van het meer.
<a href="https://www.debijbel.nl/bgt">Bijbel in Gewone Taal © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap</a>
https://www.debijbel.nl/bijbel/BGT/MRK.8.1-MRK.8.13
----
Het getal zeven staat in de Bijbel voor ‘compleetheid’. Het geeft aan dat iets af is. Zoals de schepping in zeven dagen (Genesis 1:1-2:4), de sabbat en het zevende jaar, in Leviticus 25. Na zeven keer zeven jaar was er een extra bijzonder jaar: het jubeljaar. In dat jaar hoefden mensen hun schulden niet meer terug te betalen. Jezus geeft hier met zeven broden alle aanwezigen te eten. Zo laat Hij zien dat Hij er voor de hele wereld is. En alle mensen kunnen eten zoveel ze willen, tot ze verzadigd zijn. Ook op die manier is het verhaal 'compleet'.
Wat betekent 'verzadigd zijn' voor jou?